Een bril die leeft

Ook al lijkt het dat we zelf kiezen, anderen bepa- len veelal wat wij mooi en lekker zullen vinden. Wie zijn het die onze smaak beïnvloeden en wat vinden zij zelf de moeite waard? Deze week in de serie smaakmakers: de opticien Marion Lanting.

De hausse in kleine, ovale metalen brillen zal over een jaar of vier over zijn, schat Marion Lanting. Waar baseert ze die prognose op? “Op politici”, antwoordt Lanting gedecideerd. “Als die kleine brillen gaan dragen, en dat doen ze nu bijna allemaal, dan weet je zeker dat we binnenkort terugkeren naar de grote bril. Politici hebben geen tijd om zich in mode te verdiepen. Ze lopen altijd achteraan.”

Lanting is samen met haar compagnon Ab Pape eigenaar van City Optiek, een brillenzaak in hartje Amsterdam. In de tijd, dat gekleurde brillen allerminst in zwang waren, lagen daar plotseling een rood, een groen en een blauw exemplaar in de etalage. De brillen waren binnen twee dagen verkocht. Voor de opticiens het sein om naar meer gekleurde monturen op zoek te gaan. Die eerste drie exemplaren hadden ze uit een achteraf zaakje in New York; op de reguliere inkoopmarkt bleek echter nog niets verkrijgbaar te zijn. Ab Pape: “Toen zijn we onze kunststof monturen, naar voorbeeld van de man in New York, eigenhandig gaan kleuren.”

Zelf met potjes verf een nieuw idee introduceren tekent niet alleen de instelling van beide opticiens, maar ook hun voorkeur voor kunststof. “Dat materiaal is onze grote liefde”, verklaart Lanting. Ze laten geen gelegenheid voorbij gaan om kunststof te promoten. “Tot in het extreme toe. Je kunt met kunststof zoveel meer doen dan met metaal. Dat is een draadje, dat in een bepaalde vorm wordt gebogen. Kunststof leeft, is spannender, leent zich tot meer grappen en, wat nu veel gebeurt, het kan in verschillende lagen op elkaar worden geplakt.”

Lanting en haar compagnon proberen vooruit te zien zonder hun eigen goede smaak uit het oog te verliezen. Ter illustratie zetten ze een bril uit de jaren zeventig op. “Dit kan echt niet meer. Zal ook nooit meer kunnen. Te groot.” De ene bril reikt van voorhoofd tot halverwege de wangen, de andere steekt aan alle kanten over het gezicht van Pape heen. “Dat ik toch serieus overwogen heb deze te gaan dragen.” Hij schudt verbijsterd het hoofd. “Groot komt wel weer in”, vervolgt Lanting. “We hebben die monturen ook al ingekocht. En zelfs verkocht.” Met een dergelijke premature aanschaf lopen de opticiens wel een risico. “Soms blijft een type bril twee jaar liggen. Het zij zo.”

Smaak is voor hen beiden vooral een kwestie van gevoel, “hoe cliché dat ook klinkt”, aldus Lanting. Ze stellen zich waar mogelijk op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen, reizen beurzen af en lopen in het buitenland regelmatig brillenwinkels binnen. “Observeren”, vat Lanting samen. “Laatst keek ik tijdens het strijken naar MTV. In een clip droeg een jongen een klassieke Ray Ban-zonnebril, à la Prins Bernhard zal ik maar zeggen. Ietwat ouderwets, maar ik dacht meteen: hé, vind ik ook weer kunnen.” De vraag, wie trendsetters en wie trendvolgers zijn, vinden ze moeilijk te beantwoorden. “Kip-ei-verhaal.” Wie begint? En waarmee? De een pikt op wat de ander laat liggen, maar alles staat met elkaar in verbinding. Lanting: “Wat ik nooit begrijp is dat vertegenwoordigers met hun nieuwe spullen vaak maar één ronde maken. Doe het nog een keer in je koffer en maak nog een rondje. Ze denken te snel dat het niet verkoopt.” Pape vervolgt: “Vertegenwoordigers vind ik trendvolgers. Ze hebben altijd het verhaal dat die of die bril zo waanzinnig goed verkoopt. Dan hoeven wij hem per definitie niet te hebben. Meestal gaat het ook om een imitatie; het origineel is voor ons dan al een gepasseerd station.”

In hun winkel liggen alleen brillen, die ze zelf mooi achten. “We zouden geen montuur kunnen aanwijzen, dat ons niet zint”, verzekert Lanting. “Natuurlijk volgen ook wij het modebeeld, maar daarbinnen proberen we de krenten uit de pap te halen. We kopen op heel veel verschillende plekken een klein aantal modellen.” Misschien niet erg commercieel, maar wel bepalend voor de sfeer in de winkel. “Het geeft een wisselwerking”, vindt Lanting. “Door dit assortiment trekken we een bepaald type klant. Die klanten zijn even eigenwijs als wij. Ze weten vaak precies wat ze willen. Het zou te arrogant zijn om te zeggen dat wij hen in hun brilkeuze beïnvloeden. Die beïnvloeding geschiedt hoogstens door te laten zien wat we hebben.”

Lanting en Pape zitten dan ook met spanning te wachten op bamboe-monturen van Sti von Buren, die ze op een beurs in Milaan hebben gezien. “Als je die ziet, lijken ze onnoemelijk zwaar. Een soort boomstammen. Maar als je ze opzet, blijken ze uitzonderlijk licht te zijn. Die gaan we zeker in de etalage leggen.”