De verrekijker

Ik heb mijn zinnen gezet op een verrekijker. Niet om er vogels mee te bestuderen, wat toch de meest voor de hand liggende reden voor het bezit van een verrekijker is. Ook niet om in de gymzaal aan de overkant van de straat te kunnen gluren, of in het schuurtje van de onderburen.

Ik wil een verrekijker, omdat ik zegels spaar. Premiezegels, om precies te zijn. Voor elke gulden die ik 'bij een der Premiezegeldeelnemers' uitgeef, krijg ik twee zegels. Als ik genoeg zegels heb gespaard, 13.600 in totaal, verdeeld over veertig 'boekjes', dan kan ik, zonder verdere bijbetaling, in het bezit komen van een verrekijker.

Premiezegel biedt ook wel andere spaardoelen, maar de keuze laat te wensen over. Met één vol boekje kan ik bijvoorbeeld al de bezitter worden van een kop en schotel. Maar ik vrees de bloemen, de onvermijdelijke bloemen op deze niet nader omschreven kop en schotel. Dan zijn er de badhanddoek, en het badlaken, beide van het merk Nicolientje ('Eerste klas kwaliteit!'). Beide mocht ik na drie, respectievelijk zes boekjes al de mijne noemen. Maar de eerste klas kwaliteit viel nogal tegen in de praktijk. Van de weelderige rulheid die de ware handdoek kenmerkt, bleken deze Premiezegelhanddoeken geheel verstoken. Al spoedig waren het stugge plankjes, na nog enkele wasbeurten verruwd tot schuurpapier. Nuttig als badkamervloermat, dat wel.

Een zakcalculator (zeven boekjes) hoef ik niet, want die heb ik al. Dat geldt ook voor de keukenklok (tien boekjes). De golfparaplu dan maar? Elf boekjes. Die heb ik een tijdlang in serieuze overweging genomen. Weliswaar golf ik niet, maar wie weet waar het bezit van een golfparaplu toe had kunnen leiden. Bovendien zou de paraplu de niet-golfende spaarder die ik ben van een nijpend probleem hebben verlost. Want er gaapt een kloof in Premiezegelland, een kloof van maar liefst negenentwintig boekjes. Na de golfparaplu is er alleen nog de verrekijker ter waarde van veertig boekjes. Hier heeft de premiezegelproducent bewust of onbewust een materieel en psychologisch gat laten vallen dat er niet om liegt. Wie de golfparaplu in het vizier heeft, of net binnen bereik, maar hem om zo te zeggen trotseert, zal nog jaren moeten kromliggen voor de verrekijker. Daartussen is er helemaal niets dat de spaarzin scherp kan houden.

In deze welhaast mythische leegte bevind ik mij met mijn inmiddels tweeëntwintig volgespaarde boekjes al geruime tijd. En alleen de god van de huishoudportemonnee weet hoe lang het nog kan duren. Ik zal niet zeggen dat het in dit spaarvacuüm alleen maar lijdzaam afwachten is, een smachtend uitzien naar de verrekijker aan de horizon. Tenslotte ben ik wel degelijk de virtuele eigenaar van tweeëntwintig koppen en schotels, of van zeven badhanddoeken, drie badlakens, drie zakcalculatoren, twee keukenklokken of twee golfparaplu's, hoe lelijk of onbruikbaar ook. En ik bezit nog wel meer: de stille hoop dat het Premiezegel-assortiment, na tien jaar zichzelf te zijn gebleven, in het middensegment zal worden uitgebreid. Met een drietonige fluitketel (laten we zeggen: zeventien boekjes), een kruimeldief (eenentwintig boekjes), een luxe aquarelset (vierentwintig boekjes), of een reisstrijkijzer in lederen foedraal (vijfendertig boekjes). Ze zullen mij in verleiding brengen, deze gedroomde spaaropties, maar zeker is nu al dat ik ze zal weten te weerstaan.

Want ik wil, sinds ik de golfparaplu gepasseerd ben, nog maar één ding. Ik wil de Premiezegelverrekijker. Nog maar achttien boekjes.