De Timmer-cyclus

DE BESTUURSWISSELING in de top van Philips heeft zich formeel nog niet voltrokken, maar de komst van de nieuwe president-directeur, de opvolger van Jan Timmer, werpt zijn schaduwen vooruit. Tegenvallende bedrijfsresultaten in de consumentenelektronica nopen Philips tot nieuwe ingrepen in de personeelsomvang.

Vanochtend zijn reorganisaties in de sector Sound & Vision aangekondigd: zesduizend ontslagen en een voorziening van 800 miljoen gulden voor de herstructurering. Hierdoor komt het resultaat in het tweede kwartaal op een verlies van bijna een half miljoen gulden.

De Timmer-cyclus is rond. Kort na zijn aantreden in 1990 begon Jan Timmer met de operatie-Centurion, waarbij het concern van onder tot boven werd opgeschud, een miljardenverlies werd genomen en in reeksen afslankingen tienduizenden banen verdwenen. Philips werd van een wisse financiële ondergang gered. Maar nadat het elektronicaconcern vorig jaar een recordwinst behaalde, tekenden zich begin dit jaar opnieuw problemen af. Nog voordat Timmer de scepter in de herfst overdraagt aan Cor Boonstra, krijgt de sanering van Philips een vervolg.

Het management van multinationale ondernemingen is gewikkeld in een permanent reorganisatieproces. De concurrentieverhoudingen op de wereldmarkten verschuiven, de wisselkoersen zijn grillig, de internationale conjunctuur beïnvloedt de verkopen, de voorkeuren van de consumenten veranderen, de technologische vernieuwingen volgen elkaar op. Philips heeft met zijn nieuwe technologie voor CD-i (interactieve cd's) bijvoorbeeld de markt niet goed ingeschat, net zoals in het verleden gebeurde met de marketing van zijn videosysteem.

Daarnaast doen zich verschijnselen voor van overproduktie en prijsdalingen in onderdelenmarkten zoals die voor halfgeleiders. Of stijgingen van de loonkosten. Begin dit jaar sloot Philips in Nederland een CAO af met een loonstijging van zes procent over twee jaar. De voortdurende verzuchting van de Philips-top dat de werknemers elders zoveel aantrekkelijker zijn, is een beetje aan hun eigen onderhandelaars te wijten die een confrontatie met de vakbonden in Nederland over een kortere werkweek uit de weg gingen.

PHILIPS IS een wereldconcern. De nieuwe markten bevinden zich in Oost-Europa en het Verre Oosten. Daar zijn de consumenten te vinden die beschikken over toenemende bestedingsruimte en die hun materiële omstandigheden willen verbeteren. Daar zijn ook de brutoloonkosten lager, maar die spelen in hooggeautomatiseerde produktieprocessen steeds minder een rol. De mondialisering van de economie is niet alleen een kwestie van produktie, maar ook - en steeds meer - van consumptie.

Dit betekent dus niet dat een heel bedrijf het beste op een supertanker gezet kan worden en op een goedkoopte-eiland kan aanmeren, zoals een van Timmers voorgangers ooit suggereerde. Voor West-Europa en voor de regio Nederland blijft het behoud van Philips als een van de hoogwaardige industriële en technologische gangmakers van het allergrootste belang ten behoeve van de werkgelegenheid en de uitstraling naar andere sectoren van bedrijvigheid. Dat vraagt ook om gewenning aan de permanente revolutie in de ondernemingsorganisatie. Zeker nu Philips zijn advertentieslogan letterlijk neemt en is begonnen de dingen bij zichzelf beter te maken.