De betekenis van batik; Wassen, verven, spoelen

In het Textielmuseum zijn batiks te zien met Islam-teksten, maar ook met aardbeien-dessins. 'De ziel van Java' luidt de ondertitel van de expositie, maar de oudste stof is gemaakt door een Nederlandse.

Batik: de ziel van Java, Nederlands Textielmuseum, Goirkestraat 96, Tilburg. Tel 013-5367475. T/m 1 september 1996. Di t/m vrij: 10-17, za en zo: 12-17u. Catalogus ƒ 57,50.

Een leek ziet misschien geen verschil, maar de kenner weet wel beter. Er is geen batikstof hetzelfde. Zo zijn de sarongs van de bewakers van het paleis in Yogyakarta op Midden-Java anders dan die van de vissersvrouwen op het eiland Madura. Want in Yogyakarta, de bakermat van de tradionele batik is 'soga', een bruine verfstof van boombast, de basiskleur. Terwijl op Madura de batiks zich onderscheiden door speelse motieven in een warme donkerrode tint (het symbool voor vreugde en vruchtbaarheid). Ook wijkt de nonchalante manier waarop de vrouwen van Madura zich kleden sterk af van wat elders op Java als 'netjes' wordt beschouwd.

Elke Javaanse regio kent zo een eigen traditie voor het gebruik van dessins en kleuren in gebatikte stoffen. Deze diversiteit is duidelijk te zien op de tentoonstelling 'Batik: de ziel van Java' in het Nederlands Textielmuseum te Tilburg. Hoewel de expositie een nogal statische indruk maakt (er zijn voornamelijk lappen te zien), toont een bijbehorende video op instructieve en levendige wijze hoe batik in de dagelijkse kleding der Javanen is toegepast.

De handmatige produktie van batik in kleine ateliers is zeer arbeidsintensief. Dit proces bestaat niet alleen uit het minutieus aanbrengen van de ingewikkelde dessins met was (waar de was zit wordt de stof niet door de verf gekleurd), maar ook uit het eindeloos wassen, kneden, verven en spoelen van de stof. Alleen een enkele verfbeurt duurt soms wel vijftien dagen met drie baden per dag. Alles bij elkaar wordt aan een topstuk met de standaardafmeting van 105 bij 250 centimeter wel een half jaar gewerkt. Het resultaat van al die inspanning is dan wel een echte batik tulis, waarbij nauwelijks verschil is te zien tussen de voor- en achterkant van de stof.

Elk batik-dessin heeft een eigen naam, zoals 'gemengd bos' of rawan, hetgeen 'ontroering' betekent. Bovendien heeft elk dessin een eigen sociale betekenis: de status van de drager of draagster wordt er mee aangegeven. Daarnaast bestaan er motieven voor speciale gelegenheden zoals een huwelijksaanzoek, een verloving of een bruiloft. Op de Tilburgse expositie zijn batiks te zien met bamboespruiten, ankers, kalligrafische Islam-teksten, hennep-palmen en zelfs met aardbeien, waarvan de zachtroze kleur nogal afwijkt van de traditionele batiktinten.

In het algemeen wordt aangenomen dat batik al in de veertiende of vijftiende eeuw werd gemaakt. De oudste nog bestaande reepjes stof dateren echter uit de negentiende eeuw. Britse 'toeristen' hadden toentertijd een aantal beeldjes met batikstof meegenomen. Deze kostbare staaltjes bevinden zich nu in het Victoria & Albert Museum te Londen. Ook Nederlandse musea bezitten nog batiks uit de vorige eeuw, maar in Indonesië zelf is nauwelijks iets bewaard gebleven.

Het oudste exemplaar op de tentoonstelling in het Textielmuseum dateert uit 1890 en is vervaardigd door een Nederlandse, M. Coenraad. Zij was op Java gevestigd en maakte, net als een aantal andere Nederlandse vrouwen omstreeks de eeuwwisseling, gebruik van de batiktechniek om stoffen naar eigen smaak te maken (of te laten maken). Duidelijk is te zien hoe deze dames zich daarbij lieten inspireren door de plaatjes die zij zagen in tijdschriften uit Europa. Vooral dessins met Westerse bloemen en planten waren destijds zeer gewild. Batiks met dergelijke boeketten worden nu nog steeds met de stijlnaam buketan aangeduid.

Een geheel eigen groep vormen ook de zogenaamde batiks kompeni: kleine wanddoeken die in Europa vaak als souvenir boven de schoorsteen kwamen te hangen. Voor veel westerlingen waren deze weefsels het meest tastbare en kenmerkende symbool dat kon worden meegenomen na een verblijf of vakantie in de Oost. De naam kompeni werd door de batikmakers ontleend aan de Verenigde Oostindische Compagnie, die eeuwenlang de Nederlandse handel met de Indische archipel beheerste.

    • Joanita Vroom