Consument geeft groei economie krachtige impuls

AMSTERDAM, 25 JULI. De Nederlandse economie zal dit jaar met ten minste 2 procent groeien, en positieve verrassingen zijn niet uitgesloten. Dat blijkt uit de reacties van economen bij de grote financiële instellingen in Nederland op de zeer gunstige cijfers over het consumentenvertrouwen en de bestedingen over de maand mei, die vanmorgen door het Centraal Bureau voor de Staistiek zijn vrijgegeven.

Over mei signaleerde het CBS een stijging van de consumptieve bestedingen met 4,4 procent ten opzichte van de zelfde maand vorig jaar. Het consumentenvertrouwen is voor het eerst sinds januari van dit jaar weer positief. Het CBS mat een score van 4, waaruit blijkt dat per saldo vier procent meer ondervraagde Nederlanders optimistisch dan pessimistisch is over de vooruitzichten van de economie. Met name de koopbereidheid steeg fors.

“De consument is normaal gesproken het trekpaard van de economie in deze fase van de conjunctuur,” zei Iris-analist M. Blom vanmorgen in een reactie. Dit onderzoeksbureau van Rabo en Robeco hanteert voor dit jaar een raming van de economische groei van 2 procent. Belangrijke factor daarbij is de toename van de consumptieve bestedingen, die wordt geraamd op 2,5 procent. “Maar als het patroon van mei zich voortzet, dan moeten we omhoog met de raming voor de economische groei.” De jongste raming van het Centraal Planbureau gaat uit van 2 procent economische groei.

De positieve stemming over de economie markeert een belangrijke ommekeer sinds het begin van dit jaar. Toen gingen de meeste economische analisten ervan uit dat het gunstige jaar 1995 gevolgd zou worden door een economische adempauze in de eerste helft van 1996. Niet alleen de sterke consumptiegroei, maar ook de publicatie van de nationale rekeningen over 1995 door het CBS afgelopen dinsdag speelt een voorname rol bij het omhoog bijstellen van de groeiramingen. Aan het begin van dit jaar gingen de meeste analisten er nog van uit dat de industrie te hoge voorraden die in 1995 waren aangelegd eerst zouden terugdringen, en dat dit ten koste zou gaan van de produktie in de eerste helft van dit jaar. Dinsdag bleek dat de economie vorig jaar niet met 2,4 procent is gegroeid maar met 2,1 procent, en dat van een ophoping van voorraden weinig sprake was. “Dat betekent dat er in plaats van een afbouw van voorraden eerder een opbouw van voorraden plaats kan vinden, en dat is positief,” zei B. Kommers van het economisch bureau van ABN Amro vanmorgen. Hij wijst er ook op dat de buitenlandse handel veel positiever op de economische groei werkt dan aanvankelijk werd gedacht. Het economisch bureau werkt op dit moment aan een nieuwe raming voor de economische groei dit jaar. “We zullen onze oude prognose omhoog moeten bijstellen.” Een groei van 2 procent lijkt hem 'aan de lage kant', maar zo hoog als 2,5 procent zal het volgens hem waarschijnlijk niet worden.

De al eerder gepubliceerde stijging van de detailhandelsverkopen had analisten al voorbereid op een meevallend cijfer voor de consumptieve bestedingen in mei. Ook de forse stijging van de huizenprijzen, die door consumenten in het eerste kwartaal van dit jaar is aangegrepen om de hypotheek te verhogen en met de vrijkomende middelen grote aankopen of verbouwingen te verrichten, speelt een rol bij de stijging van de bestedingen.

R. Scholten van het economisch bureau van de Rabobank, dat begin dit jaar als een de weinige zijn raming niet verlaagde, noemt daarbij ook de werkgelegenheidsgroei. Met een geraamde gemiddelde werkloosheidheid van 6,75 procent over dit jaar, dat daalt naar 6,5 procent in 1997, staat Nederland er in Europa als een van de beste landen voor. “Het CBS heeft becijferd dat het vinden van een baan gemiddeld een inkomensstijging van 40 procent oplevert. Dat zie je terug in de consumptieve bestedingen.”

Het CBS publiceerde vanmorgen ook een bevestiging van de eerdere raming van 1,8 procent economische groei in het eerste kwartaal. Ook dat cijfer was al veel gunstiger dan gedacht. De vrees dat de buitenlandse handel, door de forse economische terugval in Duitsland, in het nadeel van de economische groei zou werken, is niet bewaarheid. Tegen de verwachting in blijft de export sneller groeien, over het eerste kwartaal met 4,3 procent, dan de invoer, die met 2,9 procent toenam.