Clinton steunt Congres inzake Libië

WASHINGTON, 25 JULI. De Amerikaanse president Clinton heeft de betrekkingen met de Europese Unie en andere handelspartners gisteren opnieuw op scherp gesteld. Clinton liet weten de wet te ondertekenen die buitenlandse bedrijven straft die investeren in de olie- en gasindustrie van Libië of Iran.

De Europese Unie heeft zich maandenlang fel verzet tegen de sancties en zint nu op tegenmaatregelen. Het Witte Huis maakte Clintons besluit gisteravond bekend, een dag nadat het wetsvoorstel met algemene stemmen was aangenomen door het Huis van Afgevaardigden. Vorige week ging ook de Senaat er al mee akkoord. De EU verwijt de Amerikanen dat zij met deze wet hun buitenlandse beleid opdringen aan derde landen, net als met de Helms-Burtonwet die buitenlandse investeerders op Cuba straft. De Amerikanen zouden zo een inbreuk maken op de soevereiniteit van hun bondgenoten. Vorige week kwam Clinton de Amerikaanse handelspartners enigszins tegemoet door invoering van het meest omstreden onderdeel van de Helms-Burtonwet zes maanden uit te stellen. Ook de wet die buitenlandse bedrijven straft die investeren in Iran en Libië geeft de president speelruimte bij de uitvoering.

Washington beschouwt Libië en Iran als de voornaamste financiers van het internationale terrorisme, en heeft weinig begrip voor landen die desondanks intensieve zakelijke contacten met de twee landen onderhouden. In de Verenigde Staten is de zorg over terrorisme de laatste tijd sterk toegenomen, onder meer na de aanslag, vorige maand, op een Amerikaanse legerplaats in Saoedi-Arabië, en de ramp, vorige week, waarbij een Boeing-747 kort na vertrek uit New York explodeerde - mogelijk ten gevolge van een terroristische aanslag. Door die ongerustheid viel in Washington de verontwaardiging van de Europeanen en andere bondgenoten in het niet.

“Buitenlandse bedrijven moeten maar kiezen of ze willen investeren op onze markt of op die van Libië en Iran”, zei deze week de Republikeinse voorzitter van de commissie voor internationale betrekkingen van het Huis van Afgevaardigden, Benjamin Gilman. Volgens de Iran en Libië Sanctiewet 1996 moet de Amerikaanse regering bedrijven bestraffen die in één jaar 40 miljoen dollar of meer investeren in de olie- en gassector van Iran of Libië. Ook zijn de sancties van toepassing op ondernemingen die aan Libië goederen of diensten leveren in strijd met het VN-embargo dat werd ingesteld na de bomaanslag op PanAm vlucht 103, die in 1988 neerstortte boven het Schotse plaatsje Lockerbie.

“Ik begrijp dat de reacties van veel van onze bondgenoten op deze wet erg vijandig zijn”, zei de Republikeinse senator Al D'Amato, een van de initiatiefnemers. “Ik begrijp het, want zij willen zaken doen met Libië en Iran. Maar het waren niet hun burgers die vermoord zijn op PanAm vlucht 103.”

De economische gevolgen van deze wet zijn voor de Europese Unie veel ingrijpender dan de gevolgen van de Helms-Burtonwet. De bedragen zijn veel groter en bovendien komt de Europese energievoorziening ermee in het geding. De Franse oliemaatschappij Total bijvoorbeeld heeft een project ter waarde van 600 miljoen dollar op stapel staan voor de ontwikkeling van een olie- en gasveld voor de kust van Iran. De Amerikaanse president moet volgens de wet buitenlandse bedrijven die in overtreding zijn ten minste twee van de volgende strafmaatregelen opleggen: een verbod op invoer van goederen in de Verenigde Staten, een verbod op het leveren van goederen of diensten aan Amerikaanse overheidsinstellingen, een verbod op het aangaan van leningen groter van 10 miljoen dollar bij Amerikaanse banken, een verbod op het handelen in Amerikaanse staatsobligaties, uitsluiting van hulp door de Export-Import Bank, of weigering van een vergunning voor de export van bepaalde hoogwaardige technologie naar de bedrijven in kwestie. De president kan de sancties uitstellen of opschorten als het land waar het hoofdkantoor van het bedrijf gevestigd is, sancties tegen Iran en Libië instelt.