'Beter dat u werkt dan dat u bedelt'

Sinds het succes van de straatkranten krijgen daklozen in grote steden steeds meer mogelijkheden om zelfstandig in hun inkomen te voorzien. In Amsterdam kunnen ze zelfs klussen via een speciaal uitzendbureau.

AMSTERDAM, 25 JULI. Gerda (46) en haar man Douwe (43) voelen er wel voor: een baan via een uitzendbureau speciaal voor mensen zoals zij - daklozen. Ze schuiven aan bij hun collega-verkopers in het distributiecentrum voor het Amsterdamse dak- en thuislozen magazine Z. Ondanks het warme weer dragen ze diverse lagen kleding over elkaar heen. De verkopers zijn lange tijd niet naar de kapper geweest; hun haar is lang. Gerda lacht vaak waardoor haar slechte gebit steeds zichtbaar wordt. Op een 'goede dag' verkoopt ze veertig bladen op straat, wat haar veertig gulden oplevert om een “hotelletje en een maaltijd” te betalen. Douwe geeft haar een voorzichtige duw, het is al 11 uur: “We moeten aan de slag schat.”

Vanaf deze week kunnen Amsterdamse dak- en thuislozen via het eerste uitzendbureau speciaal voor die groep, 'Voilà', eenvoudige klussen uitvoeren. Het salaris: een maaltijd, een pakje shag en een ziektekosten- en WA-verzekering. Het project is een initiatief van vrijwilligers, dat voortvloeit uit het succes van straatkranten. Een paar honderd dak- en thuislozen verkopen in de vier grote steden straatkranten sinds ongeveer een jaar. Ze mogen de helft van de opbrengst, een gulden per krant, zelf houden. Voorwaarde is dat ze de regels niet overtreden. Ze mogen bijvoorbeeld geen alcohol of drugs gebruiken tijdens hun werk. De maandelijkse oplage van de straatkranten is alleen al in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht in totaal gestegen tot 145.000. De redacties bestaan uit journalisten en vrijwilligers, die zijn geïnspireerd door het succes van daklozenkranten in Engeland en Duitsland. Sommige gemeenten subsidiëren de bladen, zoals in Rotterdam. Het Amsterdamse Z ontvangt niets van de overheid. Geen van de straatkranten heeft veel advertenties.

Een baan is voor daklozen “hét alternatief voor jatten”, zoals Gerda het noemt. De meeste nieuwe projecten hebben een minder vrijblijvend karakter dan de krantenverkoop, waar de daklozen zelf mogen weten hoeveel kranten ze per dag verkopen en welke standplaats ze kiezen. Voorwaarde voor een baan via uitzendbureau Voilà is bijvoorbeeld dat de werknemers op tijd komen en in groepsverband werken. Zo kunnen ze een gebouw schilderen of groen onderhouden, vertelt R. de Boer, een van de initiatiefnemers van Voilà. De verkoop door daklozen van duivenvoer op de Dam vraagt ook samenwerking en discipline van de deelnemers. Zij delen de opbrengst, ook al verkoopt de een veel meer dan de ander.

Ook in andere steden worden banen voor daklozen gecreëerd. In Rotterdam heeft de Straatkrant onlangs een professioneel telemarketingbedrijf opgericht: Straattel, het eerste met uitsluitend werknemers, die eerder dakloos waren. De tien beste verkopers van de Straatkrant, allen verslaafd aan harddrugs, houden zich nu bezig met bevolkingsonderzoek en enquêtes voor overheidsinstellingen. Straattel heeft in drie weken al voor drie maanden werk binnengehaald. Bedrijfsleider R. Meijboer verwacht dat zijn onderneming over een half jaar al met winst kan draaien. De werknemers hebben inmiddels een woning en een regelmatige dagindeling.

Werkneemster Nicole Hazelhoff, die telefoonnummers verzamelt voor haar collega's, is zeven jaar verslaafd aan heroïne. Haar armen zitten vol blauwe plekken van de naald, maar ze heeft een blos op haar wangen en stralende ogen. Voor haar is er veel veranderd sinds ze bij Straattel werkt. “Meestal moffel je jezelf weg als je op straat leeft”, zegt ze. Nu woont ze begeleid op kamers. “Elke dag douchen en voor jezelf koken is iets waar je in het begin erg aan moet wennen. Net als aan televisiekijken. Ik denk nog regelmatig: Oja, ik heb televisie!”

Een verkoper van straatkranten traint tijdens zijn werk zijn sociale vaardigheden. Wie goed met zijn klanten overweg kan, komt eerder in aanmerking voor een vervolgbaan in een van de nieuwe projecten. De Amsterdamse Pako (35) komt elke dag een nieuwe voorraad magazines halen. Voor het geld alleen doet hij het niet, zegt hij. “Ik wil met klanten praten om te laten zien dat daklozen ook mensen zijn die wel willen werken.” In het distributiecentrum gaan de gesprekken 's ochtends dan ook met name over de contacten die verkopers met klanten hebben, niet over geld, zegt organisator M. Wilach.

Uit lezersenquêtes in Amsterdam en Rotterdam blijkt dat een grote meerderheid van de lezers bestaat uit vrouwen van middelbare leeftijd. Meer dan een derde is academisch geschoold. Ze kopen de bladen in eerste instantie omdat ze daklozen willen steunen. Ook zeggen ze grote waardering te hebben voor de inhoud van de kranten, zo blijkt uit de enquêtes. Er staan stukken in van en over daklozen, maar ook uitgaansagenda's en reportages van 'de straat' in de verschillende steden. De verkopers zeggen veelal de reactie “beter dat u werkt dan dat u bedelt” te horen.

Een reden waarom zoveel vrouwen de krant kopen, zou volgens coördinator van de Rotterdamse enquête, R. Meijboer, kunnen zijn dat de krant vooral bij supermarkten wordt verkocht. Verkoopster Gerda wijst erop dat zij meer mannelijke klanten heeft dan haar man. Kinderen die hun ouders aansporen om een blad te kopen, zien Gerda en Douwe ook vaak.

Ondanks de hoge oplages willen Nederlandse bedrijven niet adverteren in een daklozenkrant, zegt R. Scharis, voorzitter van de Stichting Z. “Ze zeggen expliciet dat ze niet geassocieerd willen worden met daklozen.” Hij schrijft het toe aan “onbegrip en conservatisme”. Dit verbaast hem, omdat grote bedrijven, zoals British Telecom, wel in de Engelse daklozenkrant The Big Issue (oplage 100.000) adverteren.

    • Frederiek Weeda
    • Martine van Eck