Besluit van VS fel gehekeld; EU noemt wet Libië, Iran onacceptabel

ROTTERDAM, 25 JULI. De Europese Unie heeft op scherpe toon de door het Amerikaanse Congres aanvaarde wetgeving veroordeeld die buitenlandse energiebedrijven straft die actief zijn in de energiesectoren van Libië en Iran.

Toen ook president Clinton zich gisteren positief uitliet over deze wetgeving regende het geïrriteerde reacties vanuit Brussel en andere Europese hoofdsteden. “Ook wij zijn vastbesloten om het terrorisme te bestrijden maar we denken niet dat dit de goede manier is om de zaak aan te pakken”, zei handelswoordvoerder Peter Guilford van de Europese Unie. “Het blijft een onaanvaardbaar stuk wetgeving en de EU zal haar belangen verdedigen.” De Amerikaanse wetgeving voorziet onder meer in de bestraffing van buitenlandse bedrijven die meer dan 40 miljoen dollar per jaar in de Iraanse of Libische olie- en gas winning steken. De voornaamste straffen behelzen verboden op handel met de VS en uitsluiting van Amerikaanse financiële steun of deelname aan Amerikaanse overheidsopdrachten.

De Nederlandse regering heeft met verontrusting kennis genomen van de Amerikaanse wetgeving inzake Iran en Libië. Minister van Buitenlandse Zaken Van Mierlo noemt het aspect dat Amerikaanse wetgeving verstrekkende gevolgen heeft voor buitenlandse investeerders “principieel onaanvaardbaar”.

De Nederlandse opstelling komt overeen met die van de Europese Unie. Ook Italië, Frankrijk, Groot-Brittannië en Japan hebben inmiddels bezwaar gemaakt tegen de maatregel, die gelijkenis vertoond met de Helms-Burtonwet. Die werd vorige week door het Congres aanvaard, maar door Clinton een half jaar uitgesteld. Deze wet voorziet in sancties tegen niet-Amerikaanse ondernemingen die handel drijven met Cuba.

Den Haag vindt het zorgwekkend dat na de Helmes-Burtonwet de Verenigde Staten wederom politiek proberen te bedrijven over de rug van het Europese bedrijfsleven. Van Mierlo zegt dan ook te betreuren dat de betrekkingen tussen de VS en hun bondgenoten “op deze wijze onder druk komen te staan”. Nederland acht het Amerikaanse optreden voorts in strijd met de geest van de transatlantische verklaring van afgelopen december, waarin juist wordt gesproken over een verdere intensivering van de Europees-Amerikaanse relatie.

De regering bestudeert de komende dagen de inhoud van de Amerikaanse wet en de precieze gevolgen ervan. Zij beraadt zich op mogelijke tegenmaatregelen “die met name in Europees verband genomen moeten worden”, aldus een woordvoerder.

“Wij kunnen geen Amerikaanse pressie op zijn bondgenoten accepteren onder de dreiging van verplichte strafmaatregelen tegen onze bedrijven”, meldde het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken gisteren in een verklaring. “Wij gaan ons nu urgent beraden met onze EU-partners over het nemen van mogelijke represailles.”

Intussen heeft de Europese Commissie de vijftien ledenlanden gisteren voorgesteld Europese wetgeving te accepteren die de nadelige effecten blokkeert van de Helms-Burtonwet voor Europese bedrijven die zaken blijven doen met Cuba. “Er is in de Commissie een principe-akkoord om wetgeving te introduceren die Europese bedrijven verplicht Amerikaanse wetgeving te negeren die Europese bedrijven verbiedt zaken te doen op Cuba”, aldus een woordvoerder van de Commissie. “Deze wetgeving moet nu unaniem worden goedgekeurd door de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken van de EU.”