Bemanning verongelukte Hercules bij landing onvolledig geïnformeerd

ROTTERDAM, 25 JULI. De bemanning van het Hercules-vliegtuig dat vorige week maandag op het vliegveld Eindhoven verongelukte, heeft tijdens de landing onvolledige informatie ontvangen over de omstandigheden rondom de baan. In de directe omgeving van landingsbaan 04 werden die dag werkzaamheden uitgevoerd.

Vergelijking van verklaringen van ooggetuigen met het verslag van het radioverkeer tussen de verkeersleider en de piloot toont aan dat de laatste hiervan niet op de hoogte is gesteld.

Het Belgische militaire vrachtvliegtuig verongelukte tijdens de landing en 34 mensen, voor het merendeel behorend tot het fanfarekorps van de landmacht, kwamen om het leven. In drie brandwondencentra liggen nog zeven levensgevaarlijk gewonden.

Volgens de landingsinstructies voor de militaire vliegbasis Eindhoven (gedeeltelijk ook in gebruik voor burgerluchtverkeer) moet de verkeersleider aan de bemanning ook informatie geven over de situatie op het vliegveld of andere zaken die van belang zijn aan hem melden. In de 'approach procedures' staat onder de letter G bij instructies: “Aerodrome information and other information if any”.

Zoals blijkt uit het afgelopen zaterdag openbaar geworden transcript van het radioverkeer heeft de (militaire) verkeersleiding geen melding gemaakt van de werkzaamheden die gaande waren in de directe omgeving van de landingsbaan. Op Welschap, zoals de oude naam van de militaire basis luidt, wordt al enige tijd gewerkt aan nieuwe taxibanen. Er liggen onder meer nog open zandkuilen bij de vorige week gebruikte landingsbaan 04. Militairen en burgers die vorige week maandagavond op het vliegveld waren, berichten ook nog dat in de onmiddellijke nabijheid van de landingsbaan een boer aan het hooien was. Hij zou zich ternauwernood in veiligheid hebben kunnen brengen toen de Hercules naast de baan terechtkwam.

De vraag is of de piloot bijna aan het eind van de landing is geschrokken van een onverwacht obstakel of van een beweging op of naast de baan. Tevens blijkt uit het transcript van het radioverkeer dat geen mededeling is gedaan over de aanwezigheid van grote zwermen vogels. Na het ongeluk zijn in de directe omgeving van de Hercules vele dode vogels gevonden. Of dit van belang is, zal door de BelgischNederlandse onderzoekscommissie worden nagegaan. In het algemeen gaan luchtvaartdeskundigen ervan uit dat vogels voor een Lockheed C-130 Hercules met turbopropmotoren een minder groot gevaar vormen dan voor bijvoorbeeld jumbojets met straalmotoren.

Op Eindhoven Airport zijn volgens de luchtmacht per dag zeventig civiele vliegbewegingen en twintig tot dertig militaire. Daarbij zijn de 'overshoots' (bijna-landingen tijdens oefeningen bijvoorbeeld) niet meegerekend. Desondanks is Eindhoven Airport een militair vliegveld waarop het in 1993 van kracht geworden Algemeen Luchthavenregelement (ALR) niet van toepassing is. Dit regelement stelt eisen aan orde en veiligheid op luchthavens. Schiphol en zestien middelgrote en kleine vliegvelden in ons land vallen er wel onder.

Op maandagavond 15 juli bevond zich op het militaire deel van het vliegveld een groep van 38 parachutespringers. Zij zouden ter gelegenheid van de opening van de Vierdaagse een sprong maken boven het Goffertstadion in Nijmegen. Ruim een uur voor het ongeluk heeft de groep nog een oefensprong gemaakt boven Welschap. “Van boven waren de grote zandkuilen naast de baan goed te zien”, zegt een van de springers. Om even over zessen zagen enkele deelnemers een grote stofwolk en een donkere rookpluim. Personeel van Welschap opperde in de kantine dat er een klein vliegtuig naast de baan terechtgekomen was. “Dat gebeurt hier wel vaker”, vernamen de parachutespringers.

Het heeft deze ooggetuigen nogal bevreemd dat de jumpmaster of coordinator van het gezelschap, die voortdurend contact had met de verkeersleiding, alle springers om even over half zeven naar de gereedstaande Fokker dirigeerde. “We zouden gewoon vertrekken naar Nijmegen. De deuren gingen dicht, er werd zelfs een andere vlieger van huis gehaald.” Maar na 21 minuten kwam toch het bericht dat er niet zou worden gevlogen. Zoals gebruikelijk na een crash was het vliegveld gesloten voor alle verkeer.

Deze gang van zaken wijst erop dat de leiding van het vliegveld aanvankelijk niet goed tot de juiste besluitvorming kon komen. Vorige week is al duidelijk komen vast te staan dat de hulpverlening niet onmiddellijk op zodanige wijze werd georganiseerd als vereist is bij een grote ramp en die wel staat beschreven in het rampbestrijdingsplan voor de basis. Pas om twintig voor zeven werd de blussende brandweerlieden duidelijk dat er zoveel passagiers aan boord waren.

De vraag is gerezen of de hulpverlening vanaf de eerste minuut anders zou zijn verlopen wanneer dit bekend was geweest. Belangrijk gegeven hierbij is ook nog dat het laadruim, waar zowel de bemanning als de passagiers zich bevonden, aan de voorkant helemaal open lag als gevolg van de klap.

Niet bekend

Voor het fanfarekorps van de landmacht is vervoer aangevraagd op 30 juni van dit jaar. Voor de heenreis op 9 juli naar Noord-Italië werd gebruikgemaakt van een Fokker F60. “Dat was een gecombineerde vlucht. Op 10 juli zou de terugvlucht worden uitgevoerd met een Nederlandse Hercules. Dat moest worden veranderd, omdat dit toestel voor een andere operatie nodig was”, aldus de woordvoerder. De reis werd verschoven naar de 15de, maar op die datum was alleen de Belgische Hercules beschikbaar.

In het onderzoek van de 23-koppige commissie zal ook worden ingegaan op de vraag of de Belgische bemanning niet te vermoeid is geweest, zich wel aan de rusttijden heeft gehouden. Het ging die maandag om een tamelijk intensief vluchtplan: 's morgens van Melsbroek naar Twenthe, vandaar naar Eindhoven en toen naar Villafranca. Daarna naar Rimini, weer naar Villafranca en vervolgens terug naar Eindhoven. Zes starts en landingen. Het vluchtplan met start- en landingstijden blijkt niet openbaar: “Het is in het bezit van de onderzoekscommissie. Zij kijken natuurlijk ook of men zich aan wacht- en rusttijden heeft gehouden”, aldus de woordvoerder van de luchtmacht.

De avond van de ramp verklaarde een Belgische luchtmachtofficer voor de camera reeds dat onderzocht zal worden of de bemanning “niet oververmoeid” was geweest.

    • Harm van den Berg