Aidsvirussen zijn nu al ongevoelig voor nieuwe typen proteaseremmers

HIV, het virus dat aids veroorzaakt, kenmerkt zich door een buitengewone genetische flexibiliteit. Zodra het een organisme heeft geïnfecteerd kopieert het zichzelf ontelbare malen. Daarbij ontstaan ook virussen die iets van het origineel afwijken. Een lichaam is eigenlijk niet besmet met hèt virus, maar met meerdere varianten daarvan.

Hoe veranderlijk de erfelijke informatie van het virus is, blijkt uit een onderzoek van een aantal Amerikaanse wetenschappers (Nature Medicine, juli). Bij hun analyse van patiëntenmateriaal richtten de Amerikanen zich op het protease-gen. Dat bevat de erfelijke informatie voor protease, een eiwit dat fungeert als 'schaar'. Het vervult zijn functie nadat de genetische informatie van HIV is vertaald in één lange eiwitketen. Protease knipt die keten in stukken. De losse eiwitten zorgen ervoor dat er nieuwe virussen ontstaan.

Het protease-gen is opgebouwd uit 297 nucleotiden, de 'letters' die de erfelijke informatie herbergen. Van die 297 nucleotiden vertoonden er 122 een variatie (41 procent). De vertaling van deze nucleotiden levert een eiwitketen van 99 aminozuren. Op 49 van de 99 plaatsen (49,5 procent) vertoonde het eiwit variatie. Protease kent zeven plaatsen waarvan inmiddels bekend is dat een aminozuurverwisseling op die plek ertoe kan bijdragen dat het virus resistent wordt tegen protease-remmers, een nieuwe generatie medicijnen in de strijd tegen HIV. Alle zeven verwisselingen werden teruggevonden in het patiëntenmateriaal. Bij 27 patiënten kwamen twee van deze substituties voor, vijf patiënten hadden drie van de zeven varianten. Voor alle patiënten gold dat ze nog niet behandeld waren met protease-remmers. Dus de varianten waren niet het gevolg van selectiedruk, maar een natuurlijk verschijnsel, aldus de Amerikanen.

Wat er kan gebeuren als aidspatiënten worden behandeld met een protease-remmer, blijkt uit een publicatie die vorig jaar april in Nature verscheen. Onderzoekers van de Thomas Jefferson University in Pennsylvania en het farmaceutisch bedrijf Merck dienden patiënten indinavir toe, een inmiddels op de markt verkrijgbare protease-remmer. Binnen 24 weken was HIV beduidend minder gevoelig voor het medicijn. Tot overmaat van ramp ontstonden er virusvarianten die minder gevoelig waren voor vijf andere protease-remmers. Na 40 weken was die resistentie verder gestegen.

Nature Medicine publiceert in haar juli-nummer een vergelijkbaar artikel. Onderzoekers uit Amerika en Nederland rapporteren hierin het verschijnen van resistentie tegen ritonavir, een protease-remmer die ook op de markt is. Resistentie tegen ritonavir werkte ook ongevoeligheid voor indinavir en nelfinavir in de hand.

Als een patiënt wordt behandeld met een combinatie van medicijnen, is het van essentieel belang om met deze mechanismen rekening te houden, aldus de auteurs van het artikel. Tot een zelfde conclusie kwamen de virologen van de Thomas Jefferson University vorig jaar in hun Nature-artikel. HIV kan het best bestreden worden met medicijnen die het virus op een biochemisch van elkaar verschillende manier aanpakken.

    • Marcel aan de Brugh