Acties tegen lachfilm over dikkerds

WASHINGTON, 25 JULI. Met zijn nieuwe film, The Nutty Professor, bewijst Eddie Murphy dat er in het land van de fat people nog altijd een groot publiek bestaat voor ongecompliceerde grappen over dikke mensen. Vier weken na de première heeft de komedie al 94 miljoen dollar opgeleverd, waarmee het in Amerika voorlopig de succesvolste komische film van deze zomer is.

Maar klagen is in de Amerikaanse cultuur ook nog altijd een populaire bezigheid. De bond voor de aanvaarding van zwaarlijvigheid (National Association to Advance Fat Acceptance, of NAAFA) heeft zich al tegen de film gekeerd. Murphy zou met zijn humor stereotypen over dikke mensen bevestigen en hun leed terugbrengen tot een aaneenschakeling van grappen. Directeur Sally Smith verklaarde dezer dagen in de Amerikaanse pers dat de kans dat haar achterban de film zal gaan zien bijzonder klein is: de meeste bioscopen zijn niet ingericht op echt dikke mensen.

Het is waar dat The Nutty Professor de problematiek van de zwaarlijvigheid niet met grote subtiliteit behandelt. Murphy speelt een 180 kilo zware biochemicus die een drankje uitvindt dat de structuur van zijn DNA zodanig verandert, dat één slok voldoende is om hem van een waggelende dikkerd in een oogwenk te transformeren in een swingende bink. De altijd onhandige en verlegen professor heeft als zelfverzekerde charmeur en sexy lefgozer opeens geen moeite meer zijn beeldschone collega Carla Purty te versieren.

Helaas is de metamorfose van tijdelijke aard, en moet de professor steeds weer opnieuw zijn drankje innemen. Hij verschijnt tot wanhoop van zichzelf en tot onbegrip van zijn vriendin nu eens in de ene, dan weer in de andere gedaante - als een Dr. Jeckyll and Mr. Hyde in het tijdperk van het onbeperkt spare ribs eten.

De grappen en grollen zijn plat en boertig, van winden laten aan tafel tot een dik achterwerk dat vast komt te zitten in een stoel. In een droom zwelt Klump op tot monsterlijke proporties, om als King Kong voor de wolkenkrabber te verschijnen waarin zich zijn geliefde bevindt. Maar als hij zijn reusachtige hand door het raam uitstrekt is het niet om de trillende schoonheid op te pakken, maar de gebraden kalkoen die achter haar op tafel staat.

De personages zijn stuk voor stuk kluchtige typetjes. Murphy speelt behalve de aandoenlijke professor Klump en zijn gelikte versie Buddy Love, ook Klumps even zwaarlijvige vader en moeder, broer en grootmoeder. En wie goed oplet herkent de zwarte acteur zelfs in een blanke fitness-leraar.

Voor de make-up van Murphy, vooral de onderkinnen, de deinende buik en de opgezwollen vingers van professor Klump, verdient de film een Oscar-nominatie. Voor het bevorderen van de acceptatie van zwaarlijvigheid zal de film wel geen prijs krijgen. Maar ondanks de bezwaren van de belangenorganisatie NAAFA past de moraal van de film geheel in haar straatje. De professor kiest er uiteindelijk voor, ook tot grote opluchting van zijn vriendin, om te blijven zoals hij was: dik, maar zichzelf.