'Zorg voor gezondheid vluchteling schiet tekort'

UTRECHT, 24 JULI. De zorg voor de gezondheid van vluchtelingen die in Nederland worden toegelaten, laat te wensen over. Asielzoekers met een verblijfsvergunning vallen onder verantwoordelijkheid van gemeenten, maar deze hebben nauwelijks een specifiek gezondheidsbeleid voor hen geformuleerd. Dit concludeert K. Logghe van de Rijksuniversiteit Limburg in haar onderzoek bij het expertisecentrum van de World Health Organization (WHO) voor 'gezonde steden'.

Jaren na de komst van de eerste asielzoekers naar Nederland, is onduidelijk wie voor welke aspecten van het gezondheidsbeleid verantwoordelijk is, aldus Logghe. “Het Rijk heeft de mensen met een status overgedragen aan de gemeenten. Die gemeenten wachten weer op richtlijnen van de overheid, terwijl huisartsen en andere hulpverleners willen dat de lokale politici en ambtenaren een gezondheidsbeleid formuleren. Verantwoordelijkheden worden afgeschoven.”

Logghe, afgestudeerd in de gezondheidswetenschappen, maakt een verschil tussen asielzoekers die nog 'in de procedure' zitten en vluchtelingen die al een verblijfsvergunning hebben, de zogenoemde statushouders. De asielzoekers verblijven in afwachting van een uitspraak van Justitie in opvangcentra. “Daar is de gezondheidszorg inmiddels redelijk goed geregeld”, vertelt Logghe. Zo ondergaan de asielzoekers een medische intake en worden ze na binnenkomst gecontroleerd op infectieziekten, zoals open tbc.

De gezondheidszorg voor de statushouders geeft volgens de onderzoeker echter problemen. Hebben asielzoekers eenmaal een verblijfsvergunning, dan moeten ze uit de opvangcentra. Ze vallen dan onder de verantwoording van gemeenten en worden verspreid over heel Nederland. Logghe: “Ze lijken op te lossen”. Dat is slechts schijn, meent de onderzoeker. Uit haar gesprekken met medewerkers van RIAGGS, GGD, Vluchtelingenwerk en met huisartsen blijkt dat vluchtelingen in de betrekkelijke rust nà hun toelating vaak in de problemen geraken.

“Ze hebben moeite met de aanpassing, maken zich ongerust over hun familie, zijn ontworteld.” Die geestelijke nood zou zich vaak uiten in lichamelijke klachten: slapeloosheid, maagklachten, hoofdpijn. De vluchteling wil naar een dokter. Dat is lastig. “De gezondheidszorg is moeilijk toegankelijk. Ze weten bijvoorbeeld niet hoe het systeem werkt”, aldus Logghe. Is een huisarts eenmaal gevonden, dan is er een taalprobleem.

Vervolgens kunnen misverstanden onstaan, die voortkomen uit culturele verschillen. “Nederlanders praten snel over hun geestelijke problemen. Andere mensen doen dat niet.” De onderzoeker wijst op Surinamers die in Nederland wonen, maar tijdens de vakantie in hun geboorteland op bezoek gaan bij alternatieve genezers. “Onze westerse standaard sluit niet altijd aan op wat de mensen nodig hebben.”

Huisartsen, verpleegkundigen en andere 'zorgverleners' dringen dan ook aan op een specifiek gezondheidsbeleid voor vluchtelingen, ondervond Logghe tijdens haar onderzoek. Asielzoekers en vluchtelingen kampen nu eenmaal met eigen problemen: niet alleen besmettelijke infectieziekten die in Nederland niet of nauwelijks voorkomen, maar ook oorlogstrauma's en een voortdurende onzekerheid over de eigen situatie. De gemeenten zouden duidelijker afspraken moeten maken, menen de zorgverleners. Daarnaast moet er meer voorlichting aan de vluchtelingen worden geven en zou de deskundigheid van artsen en organisaties moeten worden bevorderd.

Maar, zo beweert Logghe, de gemeenten zien zo'n specifiek beleid niet zitten. “Ze vrezen stigmatisering van een bepaalde groep of zijn bang de asielzoekers dood te knuffelen. Ze willen dat asielzoekers en vluchtelingen integreren in het bestaande gezondheidsbeleid. Maar de gemeenten hebben veelal helemaal geen visie op een dergelijk beleid.”

De aandacht voor asielzoekers in Nederland richt zich alleen op de opvang en de toelating, zegt Logghe. En als de vluchteling eenmaal is toegelaten? “Dan ebt alle aandacht heel snel weg.”

    • Yaël Vinckx