Wie kent de wet?

Wie wil weten hoe een voordeeltje wordt belast, kan daar de wet op naslaan. Merkwaardigerwijs kan men dan toch bedrogen uitkomen. De wetgever kan namelijk morgen bepalen dat de wet van vandaag anders is dan ze nu luidt; dat is dan het gevolg van wetgeving met terugwerkende kracht.

In de strafwetgeving is zoiets een doodzonde en ook voor het belastingrecht was terugwerkende kracht een heel beladen onderwerp. Iemand moet zijn fiscale rechten en verplichtingen in de wet kunnen lezen; het is niet gepast achteraf heffingsregels van toepassing te verklaren die alleen een bekwame helderziende kon weten. Maar de tijden veranderen. Voor staatssecretaris Vermeend (Financiën) is terugwerkende kracht wel uitzonderlijk maar zeker geen taboe.

Vermeends opvattingen komen niet uit de lucht vallen. Hij introduceerde bij eerdere gelegenheden wetgeving met terugwerkende kracht. Daarom dwong de VVD-fractie in de Tweede Kamer de staatssecretaris de toezegging af om zijn visie op terugwerkende kracht op papier te zetten. VVD en D66 moesten lang trekken en zeuren voordat die notitie onlangs openbaar werd gemaakt. Dat gebeurde onopvallend midden in de vakantietijd als bijlage bij een tamelijk onbetekenend noodwetje. Op het toch altijd zo goed gevulde Internet-loket van Financiën (www.fin.nl) zoekt men vergeefs naar het principiële document.

Het gaat ver, wat Vermeend wil. Zijns inziens moet de wetgever de mogelijkheid hebben om 'evidente omissies in de wetgeving' met terugwerkende kracht te herstellen. Nu is het woord 'omissie' knap gekozen. Het roept als het ware om een prompt en krachtig herstel. Maar waar komt het in de praktijk op neer?

De eerste de beste omissie blijkt domweg een regelrechte denkfout te zijn waar Financiën tijdig voor was gewaarschuwd. Het inderdaad moeilijk te verteren feit dat een onbezonnen wetsbepaling enkele belastingbetalers een onbedoeld en ongerechtvaardigd voordeel bezorgt, kan voldoende zijn om een nieuwe regeling te laten terugwerken tot het moment waarop de wetgevingsfout werd gemaakt.

De wens van Vermeend om belastingontwijkers krachtig de pas af te snijden is heel invoelbaar. Het gaat om een afweging tussen het principe dat mensen in gelijke economische omstandigheden evenveel belasting moeten betalen (een uitwerking van het gelijkheidsbeginsel) en de stelregel dat men zeker moet kunnen zijn van zijn rechten en plichten (de rechtszekerheid). Vermeend formuleert dat als het opofferen van het juridisch belang van enkelen voor een ruim werkende maatschappelijke rechtvaardigheid. Als politieke keuze is dat legitiem. Maar hij moet wel bedenken dat niet alleen die enkelen het slachtoffer zijn. Voor álle burgers, bedrijven en buitenlandse investeerders krijgt de Nederlandse belastingwet een wankeler basis.

Vermeend laat in zijn notitie ook weten dat stimulerende maatregelen die voor een reeks van jaren zijn opgezet zonder vooraankondiging kunnen stoppen, bijvoorbeeld omdat ze te duur worden of omdat de conjunctuur omslaat. “Een belastingplichtige - en zeker een ondernemer - moet er dan rekening mee houden dat een wet met onmiddellijke werking, dan wel met terugwerkende kracht tot de datum van een persbericht, kan worden gewijzigd”, aldus Vermeend. Zo'n opmerking is een waarschuwingssignaal aan buitenlandse investeerders die in Nederland een rechtszekerheid vonden die elders zo schaars is.

Een ander punt is dat men lang niet altijd gemakkelijk kan onderscheiden wanneer de wetgever een met terugwerkende kracht te repareren stommiteit begaat en wanneer hij bewust een maas in de wet laat zitten.

Zo slippen sommige werknemers die een bijzondere beloning krijgen tussen de regels door, wat hun een leuk fiscaal voordeel kan opleveren. Is dat onbedoeld en ongerechtvaardigd? Nee, zo meldt Vermeend aan de Kamer, dat voordeeltje wordt de betrokkenen bewust gegund, anders wordt de wet te ingewikkeld. Een ander geval. Veel directeuren-grootaandeelhouders schoten af op een voordeel in een regeling die hun een dubbele aftrek toestond. Financiën werd daar in de vakpers op geattendeerd, maar bleef eigenwijs passief. Na jaren wordt de situatie vervolgens bestempeld als een 'omissie', in gewoon Nederlands een blunder. Vermeend beschouwt de regel nu als nooit geschreven.

Een burger die een fiscaal voordelige weg bewandelt moet zich afvragen of een gewaarschuwde belastingheffer die een fout laat staan een ontsnappingsmogelijkheid tolereert of domweg eigenwijs is. Dat laatste heet dan een omissie en die is reparabel. Iedere burger wordt niet alleen geacht de wet te kennen, maar soms ook de geestesgesteldheid van de wetgever.

Er is een andere kant van de medaille waar Vermeend het niet over heeft. Wat gebeurt er als een burger door net zo'n stommiteit een evident onvoordelige weg inslaat die leidt tot een onbedoeld en ongerechtvaardigd voordeel voor de fiscus? Precies, dan pakt de fiscus de buit.

Als Vermeends politieke invalshoek rechtvaardigheid boven juridische zekerheid stelt, dan moet hij niet naar zichzelf toerekenen, maar onder gelijke omstandigheden ook zijn inspecteurs tot mededogen aanzetten.