Waarborgen voor adoptiekinderen

DEN HAAG, 24 JULI. De belangen van buitenlandse adoptiekinderen worden beter gewaarborgd. Dat staat in een wetsvoorstel van minister Sorgdrager (Justitie) waarmee het parlement het Haags Adoptieverdrag van 1993 moet goedkeuren.

Het doel van het verdrag is de bescherming van een kind dat in het buitenland wordt geadopteerd. In het verdrag is de waarborg opgenomen dat kinderen alleen buiten hun eigen land kunnen worden geadopteerd als dat in het belang van het kind is.

Het komt erop neer dat een kind alleen voor adoptie in aanmerking komt als vaststaat dat voor hem of haar geen andere oplossing kan worden gevonden. Ouders en oudere kinderen moeten toestemming geven voor de adoptie. Verder worden eisen gesteld aan het optreden van bemiddelende instellingen.

Minister Sorgdrager wil tegelijkertijd de Rijkswet op het Nederlanderschap wijzigen. Daarin komt te staan dat een kind dat in het buitenland geadopteerd de Nederlandse nationaliteit krijgt als aan een aantal eisen is voldaan. Ten minste één van de nieuwe ouders moet de Nederlandse nationaliteit bezitten.

Eind 1994 stemde de Tweede Kamer al in met een voorstel dat ertoe leidde dat buitenlandse adoptiekinderen alleen nog tot Nederland werden toegelaten als de pleegouders een erkend Nederlands bemiddelingsbureau hadden ingeschakeld. Deze wetswijziging moest de handel in kinderen tegengaan.

Hoe de omvang van de illegale kinderhandel precies is kan het ministerie van Justitie niet zeggen. Wel zijn er bij het departement tientallen adopties bekend waarbij aanstaande pleegouders “exorbitante bedragen” betaalden voor buitenlandse kinderen. Pleegouders moeten de adoptie van buitenlandse kinderen nu door erkende bemiddelaars als de Vereniging Wereldkinderen laten controleren.

Jaarlijks worden vanuit het buitenland enkele honderden kinderen door Nederlandse pleeggezinnen geadopteerd.

Vorig jaar waren het er 661. In 1991 kwamen nog bijna duizend buitenlandse kinderen naar Nederland. Dat aantal daalt de laatste jaren, mede doordat steeds meer landen het Haagse Adoptieverdrag ondertekenen. Nu hebben elf landen het verdrag ondertekend, waaronder Sri Lanka, de Filippijnen, Cyprus, Mexico, Peru, Ecuador, Burkina Fasso.

De meeste kinderen die door Nederlandse pleeggezinnen worden geadopteerd komen uit Colombia, Brazilië, China, Sri Lanka en India. Ongeveer veertig tot vijftig Nederlandse kinderen komen per jaar in aanmerking voor adoptie in eigen land.