Profclubs azen op Cubaanse honkballers

ATLANTA, 24 JULI. “Ze stelen onze spelers”, gromt de Cubaanse radioverslaggever Roberto Pacheco Martínez. Onderweg in de bus naar de honkbalwedstrijd Cuba-Nederland wijst de comentarista van Radio Rebelde met een beschuldigende vinger naar het gastland van de Olympische Spelen, de Verenigde Staten.

Het steekt Pacheco dat het nationale honkbalteam in betrekkelijk korte tijd drie topwerpers is kwijtgeraakt. “Succes bij honkbal is voor 75 procent afhankelijk van het werpen”, zegt Pacheco. De drie keerden Cuba de rug toe voor een nieuw leven in de VS, in het bijzonder in de Major League, de hoogste professionele honkbaldivisie in Amerika. De kans dat Cuba daardoor fors aan kracht inboet, is volgens hem levensgroot. Pacheco kan het weten. Al vijfentwintig jaar is hij meereizend verslaggever in het circus van de beste pelota's van Cuba. Toch kan Pacheco wel begrijpen dat landgenoten voor het grote geld bezwijken. “Als ik vier miljoen dollar krijg, blijf ik ook hier.”

De laatste honkballer van internationale allure die koos voor de VS was een werper, Rolando Arroyo. In het Amerikaanse Albany ontvluchtte hij in juni het Cubaanse trainingskamp. Vorig jaar deden de pitchers Osvaldo Fernandez en Livan Hernandez hetzelfde. De actie was in touw gezet door Joe Cubas, wegens zijn omvang El Gordo genoemd, de dikke. In Miami, waar ruim een miljoen Cubanen wonen, leidt deze 35-jarige zoon van Cubaanse ouders een bureau dat Cubaanse sporters stimuleert naar de VS over te lopen. Overigens kon Arroyo ongemerkt zijn hotel uitlopen en in een auto van Cubas stappen. “Er zullen er meer volgen”, voorspelde hij toen. De spelersmakelaar had zich voorgenomen een lege bus van Miami naar Atlanta te sturen om Cubaanse honkballers met vluchtplannen van dienst te zijn. Cubas ziet in zijn dromen na de Spelen een leeg vliegtuig naar Cuba terugvliegen.

Pacheco heeft Cubas nog niet in Atlanta opgemerkt. “Die komt hier ook niet. Daar heeft hij zijn mensen voor.” Tijdens het trainingskamp buiten Atlanta kreeg een begeleider van het Cubaanse honkbalteam het aan de stok met één van de mannen van Cubas. Bijna letterlijk, want voordat de politie de zaak suste, was er al een aluminium honkbalknuppel tevoorschijn gehaald.

De Amerikaanse jongens die voor de wedstrijd achter de dug-out aan de Cubanen handtekeningen op ballen vragen en krijgen, zijn zich van geen politiek conflict tussen Cuba en de VS bewust. Een oudere Amerikaan die in het Fulton County Stadium van de Atlanta Braves de rek- en strekoefeningen van de Cubanen gadeslaat, schat dat er van deze groep uiteindelijk een stuk of vier zullen overlopen.

De gisteren gespeelde wedstrijd tegen Nederland laat een superieur Cuba zien. De overwinning van 18-2 is zo vanzelfsprekend, dat de Cubaanse coach en de spelers het verspilde moeite vinden om na afloop op de persconferentie te verschijnen.

Als de Nederlandse spelers allang vertrokken zijn, verschijnen bij de sporters-uitgang van het stadion steeds meer politiemensen. Steeds meer dranghekken worden ook neergezet en er is nerveus walkie-talkie-verkeer. De ongeveer honderd meter die de Cubaanse honkballers straks te voet moeten afleggen naar hun bus, wordt hermetisch afgesloten. Op de vraag of dat bedoeld is om ongewenste bezoekers buiten het afgezette gebied te houden of de Cubanen er binnen, volgt slechts een glimlach.

Als de Cubanen met relaxte tred naar buiten komen, stappen ze vrijwel één voor één op radio- en tv-verslaggever Pacheco Martínez af. Vervolgens sjokken ze naar de spelersbus. Als derde honkman Omar Linares een televisieteam van NBC uit Miami passeert, de stad met zijn ontelbare ballingen, zwaait en lacht hij richting camera. De kijkers zijn vrij om dit enthousiasme zelf te interpreteren. Linares zei eind vorig jaar nog, onder meer in deze krant, dat hij Cuba nooit zal verlaten. Een miljoenenaanbod van de New York Mets sloeg hij af.

Maar ook van Osvaldo Fernandez hadden de autoriteiten nooit gedacht dat hij 'verraad' zou plegen aan de Revolutie door naar de VS te vluchten. In mei van dit jaar tekende hij voor 3,9 miljoen dollar een driejarig contract bij de San Francisco Giants. Fernandez was in het nationale team van Cuba, waarmee hij in 1992 goud won op de Olympische Spelen, de opvolger van René Arocha. Die ontvluchtte op zijn beurt Cuba in 1991.

Onder toeziend oog van de veiligheidsagenten stappen de Cubanen de bus in. Aan boord zijn twee marshalls, agenten van de politie van Atlanta. De deuren sluiten zich en weg is de New York City Bus. Onder escorte, met een politieauto ervoor en één erachter, gaan ze op weg naar het olympisch dorp. Ook dat is hermetisch afgesloten.

    • Ward op den Brouw