Ontslag Jehova's mag niet

UTRECHT, 24 JULI. Het niet verlengen of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst omdat de werknemer Jehova's Getuige is, is in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Dit oordeelt de Commissie gelijke behandeling in Utrecht naar aanleiding van twee klachten van Jehova's Getuigen tegen hun voormalige werkgever.

Het eerste geval betrof een vrouw wier contract niet verlengd werd wegens haar huis aan huis-prediking. Volgens de bank zouden klanten haar kunnen herkennen, aanstoot nemen aan haar gedrag en om die reden naar een andere bank kunnen gaan. De bank eiste van de vrouw de garantie dat zij niet in de gemeente waar de bank is gevestigd haar geloof zou uitdragen. Die garantie wilde de vrouw niet geven. De commissie wijst erop dat de wet verbiedt onderscheid te maken op grond van godsdienst, niet alleen voor het aanhangen van een geloof maar ook voor het zich ernaar gedragen.

Een andere vrouw die via een uitzendbureau bij een klein bedrijf werkte, werd ontslagen nadat de werkgever van haar had vernomen dat ze tot de Jehova's Getuigen behoorde en om die reden niet deelnam aan een verjaardagsfeestje op het bedrijf. De werkgever vond dat haar geloof niet strookte met de reformatorische geloofsovertuiging die hij binnen zijn bedrijf gestalte wilde geven. Ook hier oordeelt de commissie dat in strijd met de wet is gehandeld.