Onderzoek: automobilist ziet niet goed

HUIZEN, 24 JULI. Negentien procent van de automobilisten heeft een oogafwijking. Bij ruim tien procent wordt deze afwijking niet of onvolledig gecorrigeerd. Bril of contactlens is niet in orde of werd ten onrechte nooit voorgeschreven. Dit blijkt uit onderzoek van de afdeling oogheelkunde van het VU ziekenhuis in Amsterdam.

Onder vierhonderd automobilisten tussen de achttien en zeventig jaar in de regio Amsterdam is onderzoek uitgevoerd in opdracht van de opticienketen Pearle in samenwerking met Veilig Verkeer Nederland (VVN). De resultaten werden vandaag in Huizen bekendgemaakt bij het officiële begin van de publiekscampagne 'Zien is overleven' van VVN.

Voor de campagne zijn door het ministerie van Verkeer en Waterstaat billboards langs de autowegen geplaatst. Ook worden er spotjes op radio en televisie uitgezonden waarin automobilisten wordt aangeraden een ogentest te ondergaan bij Pearle-opticiens. Veilig Verkeer Nederland werkt tot ongenoegen van andere opticiens in Nederland voor deze campagne exclusief samen met Pearle. Het bedrijf heeft het onderzoek betaald.

Uit het onderzoek blijkt verder dat acht personen van de vierhonderd niet voldeden aan de minimale eis voor het verkrijgen van een rijbewijs, zoals opgesteld door de Gezondheidsraad. Dit is volgens VU-onderzoeker drs. M. Zaal de enige groep die werkelijk een gevaar vormt voor de verkeersveiligheid.

Acht mensen werden naar de oogarts verwezen in verband met een mogelijk beginstadium van glaucoom, een vaak erfelijke aandoening van de oogzenuw. Bij andere mensen werd vastgesteld sterke bijziendheid, slecht functionerende contactlezen, te groot beeldverschil tussen de ogen met als gevolg oogvermoeidheid en een wisselende gezichtsscherpte, oogontsteking en staar.

Volgens de onderzoekers geven de resultaten aanleiding de huidige keuringseisen te herzien. Een eerste indruk van de gezichtsscherpte van automobilisten wordt in Nederland verkregen door na te gaan of een kandidaat in staat is een autonummerbord op ongeveer dertig meter afstand te lezen.

Het afgegeven rijbewijs blijft in principe geldig tot het zeventigste levensjaar. De onderzoekers wijzen er op dat het gezichtsvermogen in de loop der jaren achteruit gaat, vaak zonder dat het de betrokkene opvalt. De resultaten van het onderzoek kunnen dienen als signaal naar de samenleving, aldus de onderzoekers.

Het verband tussen tussen slecht gezichtsvermogen en verkeersonveiligheid is niet wetenschappelijk bewezen. Uit een studie van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid uit 1988 komen “mensen met minder optimale visuele prestatie niet systematisch meer voor bij ongevallen”.

Verkeersdeelnemers die slechter dan gemiddeld zien, compenseren hun handicap, zodat ze sommige manoeuvres beter en andere slechter uitvoeren dan mensen met een goed gezichtsvermogen.

Toch is het volgens VU-onderzoeker Zaal en Veilig Verkeer Nederland aannemelijk dat er een verband bestaat tussne gezichtsvermogen en de verkeerveiligheid. Onderzoeker Zaal pleit ervoor dat automobilisten na hun veertigste een ogentest ondergaan.