Het onsterfelijke mannetje van de radio

Waar vroeger maatschappelijke structuren een fundament zochten in een bovennatuurlijke externe bron van legitimatie, is onze maatschappij gefundeerd op het rationele. Tenminste dat hopen we, belijden we, geloven we. De Europese Unie, de oorlog tegen drugs, de strijd voor het milieu en zelfs onze hoogsteigen koningin, ze hebben geen mandaat uit de hemel meer nodig om hun bestaan te verantwoorden.

'Secularisatie' is het afnemend belang van religieuze krachten in de samenleving. Secularisatie hangt samen met de modernisering, rationalisering, verwetenschappelijking. We komen steeds meer te weten over de wereld om ons heen, verbazing maakt plaats voor analytische kennis: Mijn geloof in het 'Mannetje van de radio' verdween toen ik meer leerde over elektrische stromen, transistors en mysterieuze straling vanuit Hilversum. Samen met sinterklaas en Donald Duck, donderde het mannetje van zijn voetstuk.

Secularisatie-theorieën uit het begin van deze eeuw rekenden nog op de grote overwinning van de wetenschap. Overal waar de wetenschappelijke kennis zegevierde verdween het mysterie en verdween God. Onze Westerse cultuur had het bovennatuurlijke al gereduceerd tot één God, die duidelijk buiten de wereld stond. Uiteindelijk zou er ook voor deze ene God geen plek meer zijn, waarna volgens de voorspellingen van secularisatie-theorie de mensen zich massaal van God en kerk zouden afwenden.

Eventjes leek het er ook op dat dat gebeurde. In Nederland klaagden de kerken in de jaren zeventig en tachtig en steen en been over de leegloop. Een hele generatie keerde de kerk inderdaad massaal de rug toe en bleef weg van de zondagse samenkomsten. Kerken werden gesloopt of omgebouwd tot discotheken, tapijthandels of appartementencomplexen. God was absoluut not done.

Maar inmiddels lijkt het tij te keren. Intellectuele discussies van theologen, ethici en filosofen richten zich op het probleem van de moraal. Nu werden ethici altijd al nerveus bij het idee dat het 'Mannetje van de radio' dood zou zijn, de laatste tijd staan de kranten er echt bol van. Er broeit iets in mijn radio.

Theatermakers, kunstenaars en romanciers hoeven hun religieuze gevoelens niet meer in het donker te beleven. God wordt het thema van de boekenweek en de 'kerk' pagina van het christelijke dagblad Trouw brengt reportages uit de bizarre wereld van 'New Age'. Een nieuwe generatie kerkgangers staat op.

Wat opvalt in deze uitingen van religieuze revival is dat ze allemaal uitgaan van het persoonlijke geloof. In deze postmoderne tijd is het heel goed mogelijk je een weekeinde uit te leven met 'speciaal geprogrammeerd zeezout voor totale aurabescherming' en tegelijkertijd de 'Earthgates' van de buurman (een soort acupunctuur voor moeder aarde) als 'best wel zweverig' af te doen.

Ook is het mogelijk persoonlijke kracht te putten uit de homo-erotische relatie tussen Jezus en zijn discipelen als jou dat aanspreekt (geloven is ontvankelijk zijn). Weer anderen vinden God in het Bos en de Duivel op de Snelweg. Nieuwe katholieken zijn het niet eens met de seksuele moraal van de oude kerk, niet met de afwijzing van de evolutieleer, niet met de letterlijke interpretatie van de bijbel: in plaats daarvan komt het gevoel, de emotie van het geloven, de spirituele ervaring die versterkt wordt door de gezamenlijke beleving van rituelen.

Deze manier van geloven is niet nieuw. Al in 1868 schreef de Nederlandse predikant Matthes een 'leesboek voor de gemeente van dezen tijd'. Deze verlichte dominee bepleitte een terugkeer naar de emotionele roots van het christelijk geloof. Dwalingen die in strijd waren met natuurwetenschappelijke kennis, zag als tijdgebonden misvattingen. Ze waren niet verkeerd in het licht van hun eigen tijd, maar bleken na de wetenschappelijke revolutie niet meer houdbaar. Wat bleef was de persoonlijke religieuze ervaring, de wortels van het christelijk geloof die buiten en boven de geschiedenis van interpretaties en misinterpretaties stonden.

Dezelfde argumenten keren nu terug. In de religieuze supermarkt van de jaren negentig hebben alle produkten een gemeenschappelijke kern: de zuiver persoonlijke emotionele beleving van je religie. Zoals bij de grootgrutter alle wasmiddelen uit dezelfde fabriek komen, is de marketing en de verpakking aangepast aan de doelgroepen. De hyperindividuele geloofsbeleving is een spirituele ervaring die niet te bediscussiëren valt. De fundamentele waarheden van alle moderne religies zijn ervaringsfeiten, die zich met een intense diepte aan de gelovigen voordoen.

Het is hetzelfde mechanisme dat Matthes gebruikte om de kerk in bescherming te nemen tegen het wetenschappelijke materialisme, het wordt nu gebruikt om de kerk te beschermen tegen het postmoderne 'Maak je eigen waarheid'. Dat en passant ook Moeder Aarde, 'Earth Healing' en de Natuur op hetzelfde bootje meeliften nemen de kerken maar voor lief.

Dat zouden ze niet moeten doen. Hoe vager het godsbeeld, hoe gevaarlijker de volgelingen. Als het 'Mannetje van de radio' een hyperindividuele ervaring blijft zou ik er niet zoveel moeite mee hebben. Helaas moeten deze persoonlijke belevingen vaak weer de basis gaan vormen voor 'moraal' en 'hoop' en daarmee worden we weer linea recta de Middeleeuwen ingesluisd. Vroeger kreeg je builenpest als je gezondigd had tegen God. Tegenwoordig krijg je kanker als je een opgekropte persoonlijkheid hebt, niet luistert naar de stem van de Aarde of je eigen Natuur. Tsjakkaaa! De mens moet wel zijn plek weten, want de Natuur is oppermachtig.

    • Jeroen van Dalen