Handelscode moet Castro op knieën dwingen

De VS willen het handelsembargo op Cuba verscherpen. De EU wil de handelsbetrekkingen met Cuba juist bevorderen. Beide strategieën spelen dictator Fidel Castro in de kaart, betogen Erik Laan en Liduine Zumpolle.

Cuba had deze week bezoek van een Nederlandse handelsmissie, gestimuleerd door de gemeente Rotterdam. Het bezoek had plaats op een moment dat de dreiging van een conflict tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten over buitenlandse investeringen in Cuba voorlopig lijkt afgewend.

De gewraakte Amerikaanse Helms/Burton-wet, die sancties behelst tegen onder andere Europese bedrijven die gebruikmaken van door Fidel Castro onteigende Amerikaanse eigendommen, zal een geweldloze transitie in Cuba niet dichterbij brengen. Maar ook de Europa voorgestelde vrijhandel en stimulering van investeringen blijkt contraproduktief. Buitenlandse ondernemers dragen juist bij tot handhaving van Castro's totalitaire macht. Het is hoog tijd voor een gedragscode voor ondernemers ten behoeve van mensenrechten in Cuba.

Ondanks licht economisch herstel duurt de politiek-economische crisis in Cuba voort, zo bleek een delegatie van Pax Christi die Cuba vorige maand bezocht. Vele Cubanen, afhankelijk van het ontoerijkend rantsoenenboekje, lijden honger. Ze lopen kans jarenlang achter de tralies te belanden als ze noodgedwongen op de zwarte markt voedsel trachten te verkrijgen.

Volgens officieuze schattingen zit bijna één procent van de bevolking in de gevangenis (ter vergelijking: in de VS is dat 0,3 procent van de bevolking). Officieel is slechts een deel van hen politiek gevangene, maar in werkelijkheid zitten duizenden politieke opponenten vast onder het voorwendsel van 'economische delicten'. Het 'interne embargo' dat de Cubaanse regering zijn eigen bevolking oplegt, is vele malen effectiever dan het VS-embargo.

De Amerikanen trachten Castro al sinds 1962 via een handelsembargo op de knieën te krijgen. Nog afgezien van de vraag of de Helms/Burton-wet moreel en juridisch verdedigbaar is, is het zeer onwaarschijnlijk dat deze verscherping van het embargo wel het gewenste resultaat - behoudens Clintons electorale belangen - oplevert.

De wet speelt in op de grote Cubaanse behoefte aan buitenlandse deviezen nu de (suiker-)exporten jaar na jaar tegenvallen. Buitenlandse investeringen zijn de laatste jaren met enig succes gestimuleerd om dollars aan te trekken. De Helms/Burton-wet wil dat nu juist beperken.

Hoewel de wet in economisch opzicht wellicht enig effect zal sorteren (de ING-bank is al gezwicht), kan Castro zich geen mooier rookgordijn wensen om zijn falende economische beleid te maskeren. Want buiten kijf staat dat de oorzaak voor de crisis in Cuba zelf ligt. Ook heeft Castro het VS-embargo nodig om zijn enorme repressie-apparaat overeind te houden. Zonder externe vijand kan hij onmogelijk dissidenten blijven vastzetten wegens 'vijandelijke propaganda'.

Castro heeft de Helms/Burton-wet bovendien behendig aangegrepen om internationaal zijn underdog-positie te hernieuwen. Niet alleen bij de EU, maar onder andere ook bij de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), de G7, de Caraïbische vrijhandelsorganisatie CARICOM en wellicht binnenkort de wereldhandelsorganisatie WTO, staat Clinton - en niet Castro - in het beklaagdenbankje.

Europa bepleit het stimuleren van vrij economisch verkeer via handel en investeringen, waardoor het Cubaanse totalitarisme zou verlichten. Ook dit beleid blijkt echter averechts uit te pakken. De bekende Cubaanse dissident Oswaldo Payá van de Christelijke Beweging voor Bevrijding (MCL): “Doordat buitenlandse ondernemers investeren in een totalitair regime, zijn zij mede-verantwoordelijk voor de mensenrechtenschendingen in het land.”

Internationale joint ventures worden gecontroleerd door het staatsapparaat. Salarissen voor Cubaanse werknemers worden in dollars betaald aan de staat, die op zijn beurt de werknemers waardeloze peso's uitkeert. Veel bedrijven, vooral in de toeristensector, worden gedomineerd door het leger, terwijl Cubaanse managers van Westerse ondernemingen veelal werken voor de staatsveiligheidsdienst.

De dollars die buitenlandse investeerders in Cuba steken, vloeien voor een groot deel rechtstreeks in de staatskas. De dollars die wel in roulatie komen, komen vooral ten goede van leden van de Communistische Partij, die de veelbegeerde baantjes in bijvoorbeeld de toeristensector krijgen, waardoor een scherpe economishe scheiding langs politieke lijnen ontstaat. Dissidenten spreken in dit verbvand van “sociale apartheid”.

Het communistische Cuba tracht een neo-liberaal paradijs te creëren. Onafhankelijke vakbonden bestaan niet. Winsten mogen de eerste jaren volledig het land verlaten. De gemiddelde Cubaan begrijpt niet dat de voorheen gedemoniseerde buitenlandse kapitalisten winstgevende bedrijven komen opzetten, terwijl zij dat zelf nog altijd niet mogen.

Overigens is het de vraag of Cuba werkelijk zo'n paradijs is voor investeerders. De klachten zijn legio en betreffen niet alleen onwillige overheidsbureaucraten. Een doorn in het oog van veel ondernemers is dat zij zelf geen stem hebben in het personeelsbeleid: de Cubaanse overheid selecteert op basis van politieke betrouwbaarheid en niet op deskundigheid.

Een concrete gedragscode voor bedrijven die investeren in landen waar mensenrechten worden geschonden zou soelaas kunnen bieden. In zo'n code zou voor Cuba in elk geval moeten staan, (1) dat salarissen in dollars worden uitbetaald direct aan de werknemers, (2) dat onafhankelijke vakbonden moeten worden toegestaan en (3) dat onafhankelijk personeelsbeleid mogelijk moet zijn. Van ondernemers mag verwacht worden dat zij zich publiekelijk uitspreken tegen massale schendingen van de mensenrechten en dat zij nagaan welke invloed van investeringen uitgaat op die mensenrechtensituatie.

De EU, die in haar verzet tegen de Helms/Burton-wet tot woede van veel Cubanen slechts oog heeft voor de economische belangen van het Europese bedrijfsleven, heeft de verantwoordelijkheid erop toe te zien dat elk Europees bedrijf zo'n gedragscode volgt.

Dissidenten in Cuba roepen vooralsnog niet op tot een consumentenboycot van bedrijven, zoals de Nederlandse Golden Tulip, Castrol of Martinair. De woede van Cubanen jegens buitenlandse ondernemers die kritiekloos collaboreren met het repressieve apparaat neemt echter zienderogen toe. Gelet op de toekomst is een verantwoord mensenrechtenbeleid van ondernemers in Cuba niet alleen moreel juist, maar ook buitengewoon verstandig.

    • Liduine Zumpolle
    • Erik Laan