Do you have a pin?

Er zijn landen waar ze je als toerist om een pen vragen. Hier, in Atlanta, klampen Amerikanen je aan met de vraag of je een pin hebt. Zo'n speldje met een drukknopje, dat je kunt bevestigen op revers, of op je pet of op je hoed. Met afbeeldingen van sporters of bedrijfslogo's, van de sponsors vooral. “Do you have a pin?” Soms vragen ze het smekend, alsof hun leven ervan afhangt.

Als je tot het genootschap van de pinhouders wil behoren, word je geacht te ruilen. Kopen kun je de pins overal, in vrijwel elke stand waarmee het centrum van Atlanta bezaaid is. Of op zogenoemde pin-shows. Maar de kick zit hem in het ruilen, het liefst met bezoekers die van de andere kant van de wereld komen.

Een collega had een pin gekregen van een wildvreemde vrouw. Vierenveertig jaar, bezeten van pins. Haar shirt was er op borsthoogte mee behangen. Zij gaf hem een olympische pin en hij miste bijna zijn bus terwijl hij uit de diepste diepten van zijn broekzak een pin tevoorschijn haalde: 750-jarig Haarlem, luidde het opschrift. Barbara kon haar geluk niet op. Ze kan met een gerust hart sterven.

Ook Chelsea Clinton blijkt een verwoed verzamelaar van pins. De pin-disease heeft ook het Witte Huis besmet. De dochter van de president, the first daughter, vereerde volgens de roddelrubriek van The Atlanta Constitution de pinruilbeurs van Coca Cola met een bezoek. Ook zij ruilde er driftig op los.

Aandoenlijk was de buschauffeur die journalisten van A naar B en terug rijdt. Als een koning zat hij achter het stuur van zijn eigen touringcar. Flinke tatoeages op beide armen, een White Anglo Saxon Protestant achter wie je geen pinverzamelaar zou vermoeden. Maar ook deze ruwe bolster had een zwakke plek. Bij de deur had hij een boodschap voor zijn passagiers geplakt: I need pins.