De gewapende dans

Weinig Nederlanders zullen dezer dagen voor de televisie doorbrengen om te kijken naar 'schaken met spieren', zoals schermen wel werd genoemd. Enerzijds omdat zich geen schermende landgenoten in Atlanta bevinden en van collectieve opwinding geen sprake kan zijn. Anderzijds omdat in de overkill aan zendtijd geen plaats wordt ingeruimd voor een onderdeel dat geen Oranjekind heeft.

Uitwijken naar een Duitse zender is een mogelijkheid om deze sport te kunnen volgen. Want in Duitsland is schermen populair, mede omdat Duitsers er vaak medailles mee behalen.

Voor Nederlands populairste schermsters Pernette Osinga en Indra Angad-Gaur was geen plaats in het immense gezelschap in Coubertinland. Misschien dat bij hun aanwezigheid wèl aandacht was besteed aan schermwedstrijden. Want laten we eerlijk zijn: respect voor de sport die als een van de oudste specialisaties geldt, misstaat niet in het olympisch mediageweld dat vandaag in de geciviliseerde samenleving woedt. Misschien dat door meer informatie voor het schermen, dat te boek staat als een pedagogische sport, de Nederlandse jeugd zich op schermen stort. Met wat minder voetbalbarbarismen, zou de gemeente iets meer spirituele gaven kunnen ontwikkelen.

Maar zoals socioloog Maarten van Bottenburg in zijn proefschrift Verborgen Competitie schrijft, is zien nog geen doen. 'Zien is doen' was enige tijd wel het motto van een sportstimuleringscampagne. Op speciale beurzen werden verschillende sporten gedemonstreerd en kregen aanwezigen de kans die uit te proberen. 'Zien is doen' is ook het effect dat van televisie zou uitgaan. Door het kijken naar sporten zouden mensen zich ervoor gaan interesseren en ze meer beoefenen. Maar de invloed van de media ligt toch gecompliceerder.

Van Bottenburg verwijst naar een onderzoek van Joan Chandler Television and National Sport uit 1988, waarin deze verklaart dat geen algemeen geaccepteerde theorie bestaat over de wijze waarop televisie de kijkers beïnvloedt. Net zoals over het effect van gewelddadige films uiteenlopende theorieën heersen, bestaan er verschillende ideeën over de invloed die sport op televisie heeft op het bewegingsgedrag van mensen. Volleybal is lange tijd op televisie stiefmoederlijk bedeeld, maar groeide sterker in populariteit dan basketbal dat veel meer zendtijd kreeg.

Behalve de afwezigheid van nationale symbolen zal ook de moeilijkheidsgraad een rol spelen. Want schermen is een moeilijke sport om te volgen en nog meer om aan te leren - of het nu om de onderdelen floret, degen of sabel gaat. Schermen is tactiek en vraagt om fysiek en psychisch evenwicht, schermen kent vele gratiën en wie bang is wordt geen schermer. Dat leerden de sensationele degenwedstrijden voor teams van vannacht. In de finale tussen Rusland en Italië werd de laatste Italiaan aan zijn oog gewond (doordat zijn masker door de brute aanval van de Rus verschoof). Ondanks het bloed in zijn oog zette de gewonde door en maakte hij het punt dat leidde tot de gouden medaille van de Italianen - een volk dat is geschapen voor de gewapende dans.

De Italianen beweren het moderne schermen te hebben bedacht, maar ook de Fransen eisen die eer op. Bij Luxor in Egypte, in de Madinet-Habutempel die in 1190 voor Christus werd gebouwd door Ramses III, zijn tekeningen te zien van schermers met maskers. Maar historisch besef is niet het enige motief om schermen te volgen. Een gevecht tussen florettisten, degenisten en sabreurs kan al opwindend zijn omdat zoonlief zich probeert te bekwamen in de beginselen. Hij onderwerpt zich aan de strenge regels van de meester en wordt er soms moedeloos van. Maar zijn meester zegt dat zijn lichaamstaal talent verraadt. Misschien dat hij eens Nederland zal vertegenwoordigen en dat de televisie door hem meer zendtijd aan schermen besteedt.

Als volk massaal achter een schermer staan, zou dat Nederlanders passen?

    • Guus van Holland