De bullshit rating

Een doomsdaymachine is een ouderwets apparaat, een kernwapen van dusdanige kracht dat de aardbol splijt als het ontploft. Het is bedacht in de benardste periode van de Koude Oorlog, door Herman Kahn. Als het mogelijk zou zijn, voor tien dollar zo'n helse machine te bouwen, kon de mensheid er bijna zeker van zijn dat haar planeet zou worden opgeblazen.

“Hoewel het misschien 'ondenkbaar' is dat de wereld door zo'n doomsdaymachine wordt vernietigd”, schrijft hij, “zou dit ook bijna onvermijdelijk zijn.” De prijs was, in zijn denken, het beletsel.

Het staat niet vast dat Kahn het woord doom in de moderne betekenis heeft gelanceerd, maar hij heeft er in ieder geval meer dan wie ook toe bijgedragen dat het doemdenken tot een begrip is geworden. Doemdenkers van de Koude Oorlog hebben honderden scenario's ontworpen, niet als wereldlijke versies van de Jongste Dag of om het publiek realistisch te laten griezelen, maar als een vorm van zelfverdediging, om voortdurend op het ergste te zijn voorbereid, als middel tot ideologische mobilisatie. De scenario's zijn gebruikt als uitgangstractaten voor wereldpolitiek en hebben gediend als handleidingen voor de wapenindustrie. Dit doemdenken heeft een jaar of veertig tot de praktijk van het dagelijks leven behoord.

Het begrip is niet beperkt gebleven tot de wapens. De rapporten van de Club van Rome en de 'modellen' van Meadows beredeneren de ondergang op een andere manier. Door een of andere combinatie van overbevolking, milieuvervuiling, uitputting van hulpbronnen, veranderingen in het klimaat zal er een eind komen aan de beschaving, en misschien zelfs aan de mensheid als de volken of desnoods hele werelddelen, door schaarste gedwongen, zich in uitroeiingsoorlogen begeven. In de school van Kahn valt de doem nog te vermijden: het is niet uitgesloten dat de rede het zal winnen. In de theorieën die de ecologie tot grondslag hebben is als uiterste consequentie de onvermijdelijke ondergang ingebouwd.

Het politiek-militaire doemdenken is het theoretische nevenverschijnsel van de kernwapenwedloop in de Koude Oorlog. Het is dus geen wonder dat het op het ogenblik niet floreert. De strijd tussen de supermachten is afgelopen. Dat Frankrijk en China nog kernproeven hebben gedaan is wel bedenkelijk maar het inspireert niet meer tot voorstellingen over het einde van de wereld. Het is eerder een als ouderwets beschouwde manier van imponeren. Er is trouwens op dit ogenblik geen situatie denkbaar waarin zeer grote machtsblokken elkaar met totale vernietiging bedreigen. Het kan veranderen, maar als er nu al rekening wordt gehouden met een dreiging van kernwapens, dan wordt die veroorzaakt door niet meer dan de mogelijkheid dat terroristen of tot terrorisme geneigde landen zich ervan zouden meestermaken. Plutoniumdieven, Irak, Iran, Libië. Dat zou dan de zwaarste vorm van terrorisme zijn, maar terreur is geen doem.

Het ecologisch doemdenken op grote schaal is sterk bevorderd door de oliecrises, in stand gehouden door verschijnselen als zure regen, gat in de ozonlaag, het stijgen van de zeespiegel, uitstoot van koolmonoxyde, enzovoort. Dat alles is in de loop van een kwart eeuw tot algemene wetenschap gaan horen. Intussen zijn ook op allerlei terreinen tegenmaatregelen genomen. Er is geen politieke partij die het waagt zich zonder een stevig ecologisch programma aan de kiezers te presenteren. Als de politiek niet paraat genoeg is, komen de actiegroepen het tekort compenseren. Het opnemen van de zorg om het milieu in de grote landelijke en internationale politiek heeft tot gevolg gehad dat het publiek met milieubedreiging en tegenmaatregelen heeft leren leven. De doem van de Club van Rome en Meadows is getemd tot de handelbaarheid van een normaal beleid. Daarmee heeft ook dit noodlotsdenken zijn kracht verloren.

In menig opzicht is dus het geestelijk leven er de afgelopen tien jaar gemakkelijker op geworden, aanmerkelijk minder gekweld door allerhande naderend onheil. Merken we dat aan het gedrag van 'de mensen'? Rampen en oorlogen zijn er in overvloed, maar ze zijn stuk voor stuk lokaal, en wie het niets aangaat zapt naar een ander kanaal. Niettemin is er een hausse aan boeken en stromingen die van het een of ander 'het einde' aankondigen. In The Guardian van 1 juli wordt een overzicht gegeven van de tien laatst verschenen einde-boeken, met een korte samenvatting van het onderwerp en wat ik onvertaald laat: de bullshit rating. De schrijver, Charles Leadbeater, situeert het begin van de einde-boeken bij Francis Fukuyama met zijn Einde van de geschiedenis, in 1992. Ik geloof dat de Amerikaanse socioloog Daniel Bell met zijn essay van bijna 40 jaar geleden, The End of Ideology betere aanspraken kan laten gelden. (Het is trouwens nog altijd een lezenswaardig boek).

Nu zien we in het lijstje van The Guardian het einde van: de natie-staat, de arbeid, racisme, de drukkunst, de architectuur, de economische mens, de tijd, de toekomst en de wereld. Is iemand daarvan nog onder de indruk? Denkt men niet: het zal wel, het zal mijn tijd wel duren? Het ware doemdenken heeft zijn succes te danken gehad aan een collectief geloof: de bom zou kunnen vallen, de olie raakt op, de wereldbevolking gaat ten onder in haar eigen afval. Dat is voorbij. De algemene doem is vervangen door een beperkt einde van het een of ander waardoor niemand zich in het bijzonder geraakt voelt tenzij het zich in de onmiddellijke omgeving aankondigt.

Slacht men elkaar daar af, verhongert men met tienduizenden? Hier staat men in de file, kijkt naar de Olympische Spelen. Doem was een collectief begrip; einde is een vorm van hype. Het einde van het millennium nadert. Waar blijft de eigentijdse Nostradamus? Die is er allang. Hij verschijnt in de gedaanten van de einde-auteurs. Nostradamus heeft zich op de vrije markt gevestigd, hij is leverancier van een produkt dat gemeten wordt op zijn bullshit-gehalte. Doem is in deze tijd iets anders dan einde, en iedere eeuw heeft haar eigen soort van Nostradamus.

    • H.J.A. Hofland