Bundesbank kan gulden helpen

AMSTERDAM, 24 JULI. Nu Bundesbank-president Hans Tietmeyer zich dit weekeinde zo uitdrukkelijk heeft uitgelaten over de onwenselijkheid van de scherp gedaalde dollarkoers, wacht de hele financiële wereld gespannen op het wonder waar tot voor kort bijna niemand meer op rekende: morgen, bij de laatste bijeenkomst van de Bundesbank voor het zomerreces, kan de Duitse centrale bank een verlaging van zijn voornaamste rentetarief voor de geldmarkt, de beleningsrente, aankondigen.

Die beleningsrente is nu 3,3 procent, en is dat al sinds februari van dit jaar.

Vooral in Nederland zou de Duitse renteverlaging groot nieuws zijn. Zo'n stap zou een voorlopig einde kunnen maken aan de turbulente periode die de Nederlandse gulden sinds maart van dit jaar doormaakt.

Doorgaans is de verhouding tussen de gulden en de mark het toonbeeld van rust en voorspelbaarheid. De 'neutrale' spilkoers van de gulden ten opzichte van de mark in het Euopese Monetaire Stelsel (EMS) is 1,12673 gulden per mark, maar de gulden noteert daar al een paar jaar ruim onder en is dus harder: er gaan minder guldens in een mark. De band is hecht: anders dan de andere EMS-landen hanteren Nederland en Duitsland de afspraak dat hun munten niet meer dan 2,25 procent van die onderlinge spilkoers mogen afwijken. Op de geldmarkt wordt er van uitgegaan dat die afspraak informeel in feite een maximale afwijking van slechts 1 procent toestaat - hoewel De Nederlandsche Bank dit onkent.

Toen het afgelopen jaar de koers langdurig onder 1,12 gulden per mark daalde, meer dan een half procent onder de spilkoers, greep De Nederlandsche Bank de voortdurende hardheid van de gulden aan om zijn voornaamste tarief voor de geldmarkt, de speciale beleningsrente, in kleine stapjes te verlagen tot 2,7 procent. Omdat de Duitse centrale bank, de Bundesbank, haar tarief sinds februari op 3,3 procent hield, werd het gat tussen de Nederlandse en de Duitse rente dus steeds groter.

Het oplopende renteverschil in Nederlands voordeel gaf gaandeweg voedsel aan de gedachte dat de gulden in feite structureel ondergewaardeerd is tegenover de mark. Analisten begonnen te graven in het recente inflatieverleden van Duitsland en Nederland en al snel kwamen de eerste rapporten los waarin, op basis van de veel onstuimiger ontwikkeling van lonen en prijzen in Duitsland dan in Nederland, gesteld werd dat de gulden sinds halverwege de jaren tachtig veel minder dan de mark door inflatie was uitgehold. Een koers van 1,05 gulden per mark leek een betere voorstelling van zaken dan het keurslijf rond 1,12673 gulden waarin de Nederlandse munt was gedrukt. Dat bleef niet zonder gevolgen. Toen de gulden in mei even raakte aan 1,1150 gulden per mark - een van de hardste koersen sinds begin jaren tachtig - verlaagde de Nederlandsche Bank de rente nogmaals, van 2,7 procent naar 2,6 procent.

Dat laatste stapje bleek overmoedig, zo oordelen analisten. In juni sloeg de stemming rond de gulden finaal om onder meer omdat de recente Duitse inflatiecijfers steeds lager uitkwamen dan die voor Nederland. Op 11 juli, donderdag twee weken geleden dreigde in de middag zelfs een run uit de gulden te onstaan, waarbij de munt verder verzwakte tot 1,1230 gulden per mark.

De volgende dag kondigde de Nederlandsche Bank een verhoging van de speciale beleningsrente aan van 2,6 naar 2,7 procent om de verzwakking van de gulden te stoppen. Sindsdien is de druk weer wat van de ketel, hoewel de gulden nog steeds rond 1,1220 blijft noteren.

Was het ene Nederlandse stapje terug voldoende? Waarschijnlijk niet, maar sinds vorige week dinsdag is er reden te veronderstellen dat het Nederlands-Duitse rente-gat ook kan worden verkleind door een Duitse verlaging, in plaats van een verdere Nederlandse verhoging. Volgens de Amerikaanse effectenbank Salomon Brothers, die de overwegingen voor het rentebeleid van de Bundesbank tot in het detail weegt, heeft de dollardaling (van 1,71 gulden tot onder 1,66 gulden) die die dag plaatsvond de balans doen doorslaan naar een renteverlaging. Die kan morgen worden aangekondigd, of dinsdag zijn beslag krijgen.

Zo kan de Bundesbank de Nederlandsche Bank alsnog te hulp schieten. “Wanneer de Duitse rente morgen naar beneden gaat, dan wordt het probleem voor de Nederlandsche Bank opgelost,” zegt analist H. Honig van Rabobank International. Maar als de verlaging uitblijft, dan zal de Nederlandsche Bank er niet aan ontkomen om de rente nogmaals op te schroeven. Morgenmiddag kondigt de centrale bank een nieuwe belening aan, net na de uitslag van het Duitse beraad. Het hangt van Frankfurt af of die tegen het huidige tarief van 2,7 procent wordt uitgeschreven, of dat de rente binnen afzienbare tijd opnieuw omhoog moet.

    • Maarten Schinkel