Blue Velvet

De vader van David Lynch (1946) was een bioloog die bomen bestudeerde. Het verklaart misschien zijn preoccupatie met gevelde stammen en houthakkers, die zowel de economie van het stadje Twin Peaks in de gelijknamige televisieserie als die van Lumberton, North Carolina beheersen. Daar speelt zich Blue Velvet (1986) af, Lynchs meesterwerk en een van de meest bewonderde en controversiële films van het afgelopen decennium.

Aan het begin stort de vader van de jonge hoofdpersoon (Kyle MacLachlan, ook fysiek Lynchs alter ego) ter aarde en de camera zoomt in op het gras, dat een monsterlijke onderwereld van rotting en insecten verbergt. Dan kan ook MacLachlan aan zijn initiatie en helletocht beginnen, ingeluid door de vondst van een afgeknipt menselijk oor, in een ander grasveld.

Het oor is net zo'n surrealistisch symbool als het door een scheermes gekliefde oog in Buñuels Un chien andalou (1929). Het belangrijkste liedje dat Lynchs kleinsteedse, voor eeuwig in de jaren vijftig gesitueerde universum is niet Bobby Vintons 'Blue Velvet', maar Roy Orbisons 'In Dreams': in interviews vertelt Lynch weleens dat hij veel scènes in zijn films eerst gedetailleerd gedroomd heeft, zoals wel meer horrorregisseurs.

In het onbewuste, dat toegankelijk wordt door de instorting van de vaderlijke moraal, schuilt het kwaad, en dat kan alleen overwonnen worden door het goede (gesymboliseerd door de roodborstjes waar MacLachlans teenyboppervriendinnetje Laura Dern van droomt), wanneer het eerst in al zijn monsterlijkheid doorgrond wordt. Verborgen in de kast van een mysterieuze zangeres (Isabella Rossellini, niet alleen mevrouw Lynch, maar ook de dochter van Hitchcock-heldin Ingrid Bergman) ziet hij hoe ze vernederd en verkracht wordt door een valse vader, de immens slechte Dennis Hopper. Nog erger: ze vindt het lekker en verleidt MacLachlan later haar te slaan en te misbruiken. Daar wordt de jongen, die liever roodborstjes zou kweken met Dern, midden in de nacht zwetend wakker van.

Blue Velvet is ook een film over voyeurisme, de essentie van cinefilie zoals Hitchcock al aantoonde. 'Kijk me niet aan!' snauwt Hopper zijn slachtoffer - en ons - toe. We doen het toch, ontdekken tot onze schrik daar lust aan te beleven en leren onszelf beter kennen. Als we dat durven, tenminste; een deel van de reacties op Blue Velvet werd gekenmerkt door hetzelfde venijnige moralisme als Michael Powell ontmoette bij zijn laatste grote film, Peeping Tom (1960) over een lustmoordenaar die de doodsangst van zijn slachtoffers fotografeert. Gelukkig is het dan ook maar een film.

    • Hans Beerekamp