Bijna lachen om dekselse kwajongens

Kingpin. Regie: Peter en Bobby Farrelly. Met: Woody Harrelson, Randy Quaid, Bill Murray, Vanessa Angel.

Wie er niet al bij voorbaat negatief over wil doen, zou de humor van Peter en Bobby Farrelly jongensachtig kunnen noemen. Met hun debuutfilm Dumb and dumber bleken de regisserende broers echter een publiek van alle leeftijden aan te trekken, dat zich er kostelijk mee amuseerde. Kingpin, hun tweede, is derhalve niet wezenlijk anders. Zo wordt de hoofdpersoon gedwongen het bed te delen met een vieze oude tang, waarna hij - om leuk te zijn - kotsend boven de toiletpot hangt. En later, tijdens een vuistgevecht, doen de ferme borsten van een fraai geproportioneerde tegenspeelster dienst als boksballen.

Kingpin is het verhaal van een bowling-kampioen die door tussenkomst van zijn rancuneuze voorganger aan lager wal raakt, maar ten slotte de kans krijgt zich op de man te wreken. Daarbij gaat hij vergezeld van een goedwillende telg uit een boerenfamilie van de Amish-stam, die - net als destijds die simpele luidjes uit de Beverly Hillbillies - grote, naïeve ogen opzet als hij de boze buitenwereld aanschouwt en alles verkeerd begrijpt. Hij gebruikt bijvoorbeeld een pissoir om met de broek op de knieën op plaats te nemen - dàt is lachen.

En dan is er ook een ravissante jongedame, naar wier gunsten door iedereen wordt gedongen. Alleen de boer vat natuurlijk slechts een onbaatzuchtige vriendschap voor haar op. Hij blijft onbezoedeld, want de Farrelly's zullen tot hun laatste snik willen volhouden dat ze die Amish-familie respectvol hebben behandeld. Ze deinzen ditmaal, tussen de kwinkslagen door, trouwens ook niet terug voor een scheutje sentiment en een pleidooi voor de wilskracht die alles overwint. Het zijn dekselse kwajongens, moeten we kennelijk denken, maar ze hebben een hart van goud.

De enige die in deze als uitzinnig geannonceerde komedie boven het puberniveau uitsteekt, is de geoefende komiek Bill Murray als de aanvankelijk door de hoofdpersoon onttroonde bowling-kampioen: een protserige praalhaan, die intens overtuigd is van zichzelf en van zijn aantrekkingskracht op de vrouwen. Murray maakt er zo'n bezienswaardig nummer van, dat ik soms bijna moest lachen.

    • Henk van Gelder