ASEAN wapent zich tegen 'Chinese gevaar'

De zeven landen van de Associatie van Zuidoostaziatische Landen (ASEAN), voerden, tegen de mondiale trend in, de afgelopen jaren hun bewapening op. De onuitgesproken “dreiging van buitenaf” heet de Volksrepubliek China.

MANILA, 24 JULI. De Filippijnse commandeur Antonio E. Sibayan laat er geen misverstand over bestaan: “De nieuwe vloot zal allereerst zijn gericht tegen dreigingen van buitenaf. De strijd tegen smokkel, piraterij en illegale visserij komt op een veel lager plan.” Sibayan is ondercommandant van de Filippijnse marine en uitvoerder van een ambitieus moderniseringsprogramma, waarvoor zijn regering voor de komende vijf jaar 2 miljard dollar (ongeveer 3,2 miljard gulden) heeft uitgetrokken. De relatiegeschenken van internationale wapenfirma's staan al op zijn mahoniehouten bureau te glimmen.

Dat Sibayan met “dreigingen van buitenaf” de Chinese Volksrepubliek bedoelt, valt niet moeilijk te raden. De Filippijnen zijn al jaren met China in een conflict verwikkeld over de Spratly Eilanden, een archipel ten westen van het Filippijnse eiland Palawan. Onder de zeebodem rond de Spratly's zouden zich grote aardoliereserves bevinden. Tot schieten is het nog niet gekomen maar wel spelen oorlogsbodems van beide zijden regelmatig (en steeds grimmiger) een spel van kat en muis. “We willen anti-scheepsraketten, luchtdoelraketten en wapensystemen tegen onderzeeboten installeren op twaalf nieuw te bouwen ocean patrol vessels en zes korvetten”, aldus Sibayan. “En in een later stadium zullen we mijnbestrijdingsvaartuigen aanschaffen.” Wie de machtsbalans in de regio bekijkt kan wederom niet anders concluderen dan dat Sibayans geplande vloot maar één tegenstander kan hebben: de Chinese marine.

Ook elders in de regio vallen kritische geluiden te beluisteren over China's territoriale claims en algehele militaire expansie. De ASEAN, de associatie van Zuidoostaziatische landen waarin de Filippijnen, Thailand, Maleisië, Brunei, Indonesië, Singapore en - sinds 1995 - Vietnam zijn verenigd, hebben op hun bijeenkomst in de Indonesische hoofdstad, Jakarta afgelopen weekeinde opheldering gevraagd over een aankondiging door de Volksrepubliek in mei dat dat zij haar maritieme grenzen dusdanig ver naar het zuiden trekt dat de Spratly's er binnen zouden vallen. De uitbreiding van de capaciteiten van bijvoorbeeld de Chinese vloot en de luchtmacht bewijzen dat de regering in Peking niet bluft. China onderbouwt zijn territoriale claims onder andere met opgegraven potscherven die Chinese vissers eeuwen geleden op de eilanden zouden hebben achtergelaten. Dat argument wordt echter niet alleen door de ASEAN-landen ter discussie gesteld. “Groot-Brittannië zou met evenveel recht over een paar eeuwen de Canarische eilanden kunnen opeisen omdat in de bodem een groot aantal Britse bierblikjes wordt aangetroffen”, merkte een Britse commentator hierover op. Ook de aankondiging tijdens de ASEAN-bijeenkomst om Birma tot kandidaat-lid te maken is een nauwelijks mis te verstane poging om China diplomatiek de pas af te snijden.

De Volksrepubliek heeft sinds kort uitgebreide marinefaciliteiten gekregen in het door een militaire junta geregeerde land en ook heeft China er elektronische afluisterposten gebouwd. De nieuwe politieke assertiviteit van de ASEAN-landen wordt niet alleen in woorden uitgedrukt. De afgelopen vijf jaar zijn de defensiebudgetten van de grootste ASEAN-landen met zo'n twintig procent gestegen, geheel tegen de mondiale trend in. Die verhoging is niet los te zien van het feit dat in 1992 de VS hun grootste buitenlandse marinebasis, Subic Bay in de Filippijnen, verlieten.

Net als de Filippijnen hebben nu ook de andere landen grote bewapeningsprogramma's. Maleisië en Singapore hebben al korvetten gekocht en overwegen op dit moment de aanschaf van moderne onderzeeboten. Thailand bestelde in Spanje zelfs een klein vliegdekschip en Indonesië kocht de complete vloot van 39 fregatten, patrouilleboten en landingsvaartuigen van het voormalige Oost-Duitsland op maar heeft daar, gezien de slechte kwaliteit, naar het schijnt nu spijt van.

En de marines van de landen in deze regio zijn niet de enige strijdmachtonderdelen die verlanglijstjes door hun regeringen gehonoreerd zien. Amerikaanse, Europese en Russische delegaties zijn kind aan huis bij de ministeries van Defensie om geavanceerde gevechtsvliegtuigen, tanks en andere hardware te slijten. En met succes.

Hoewel de landen van ASEAN vergelijkbare veiligheidsbelangen hebben, mag de organisatie volgens commodore Sibayan echter niet worden beschouwd als een soort Zuidoostaziatische NAVO: “Er is wel een uitbreiding van de contacten, bijvoorbeeld die tussen de inlichtingendiensten en verder bestaan er al sinds de jaren zeventig bilaterale defensiecontacten. Zo hebben we nu in Manila bezoek van twee Thaise korvetten, waarmee we deze week gezamenlijk gaan oefenen.” Volledig onder ASEAN-commando opererende strijdkrachten zijn volgens de commandeur nog ver weg.