'Aanval op Qana was opzet'

NEW YORK, 24 JULI. Het Israelische leger heeft het UNIFIL-kamp van de Verenigde Naties bij Kafr Qana in Zuid-Libanon op 18 april met opzet gebombardeerd. Dat concludeert de mensenrechtenorganisatie Amnesty International in haar rapport 'Onwettige dood van burgers', dat gisteren werd gepresenteerd in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York.

De aanval kostte destijds meer dan honderd Libanese burgers het leven. Het bombardement had plaats in het kader van een zeventien dagen durend tegenoffensief - genaamd 'Druiven der gramschap' - van het Israelische leger na raketaanvallen van de moslim-fundamentalistische Hezbollah-strijders op het noorden van Israel.

De Israelische regering noemde het bombardement een vergissing. Als gevolg van foutieve kaarten en andere technische vergissingen zouden per ongeluk granaten in het kamp zijn terechtgekomen. Hoge Israelische officieren gaven uiteenlopende versies van de toedracht van het incident.

Volgens het rapport van Amnesty zijn er echter bewijzen dat het Israelische leger de aanslag moedwillig uitvoerde en daarmee het oorlogsrecht schond. “De gruwelijke gebeurtenissen van Qana worden verergerd door de weigering van de Israelische regering om haar verantwoordelijkheid te erkennen”, aldus het rapport van Amnesty.

Amnesty zegt in het rapport ook dat het Israelische leger tijdens het tegenoffensief met opzet zes burgers, van wie vier kinderen, vermoordde, toen Israelische soldaten vanuit een helikopter een ambulance, die gemakkelijk identificeerbaar was, onder vuur namen.

De mensenrechtenorganisatie verwerpt de verklaring van Israel dat de ambulance op dat moment een “terrorist van de Hezbollah” vervoerde. Volgens het rapport van Amnesty voerde de ambulance daarentegen “zeker een humanitaire activiteit uit toen zij door de schoten werd geraakt”.

Amnesty wijst erop dat de Hezbollah eveneens burgerslachtoffers heeft gemaakt door doelgerichte aanvallen uit te voeren. De mensenrechtenorganisatie heeft beide partijen in het conflict verzocht te stoppen met hun aanvallen tegen burgers en het oorlogsrecht te respecteren. (AFP)