Varkenssector krabbelt uit diep dal

Het gaat weer wat beter met de varkenssector, die door de milieuproblemen diep in de put was geraakt. De prijzen hebben zich aardig hersteld. De varkenshouders profiteren ook van de gekke-koeienziekte. Die dreef consumenten ertoe vooral meer kip, maar ook meer varkensvlees te eten.

TILBURG, 23 JULI. Er zit weer muziek in de varkenssector. Na wat wordt genoemd “het historisch dieptepunt” tussen 1991 en 1995 wordt er nu weer goed verdiend. “De varkenshouders”, aldus beleidsmedewerker marktonderzoek J.J. Verduijn van het Produktschappen Vee, Vlees en Eieren, “zijn op dit moment dik tevreden.” De opbrengstprijzen voor biggen liggen volgens de zogenoemde Vleutennotering rond 120 gulden, wat vergeleken met vorig jaar een verbetering is van gemiddeld 35 gulden. Een kilo varkensvlees (geslacht gewicht) brengt op dit moment 1 gulden meer op dan in juli vorig jaar. De prijs ligt nu op 3,70 gulden. “Een gulden meer is heel veel”, zegt secretaris J. Peerlings van de vakgroep Varkenshouderij van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB).

Mevrouw J. van Doorn uit het Brabantse Berlicum, die met haar man een bedrijf met 200 fokzeugen heeft: “We zijn tevreden, want er wordt weer verdiend, maar dat was ook hard nodig gezien de malaise die we achter de rug hebben. De prijs zal naar verwachting weer wat gaan zakken, maar we zullen op een redelijk niveau van 100 gulden per big blijven zitten.” Haar collega C. Das uit Veldhoven, die naast fokzeugen ook mestvarkens houdt: “Het gaat beter, maar wat is goed? We kunnen nu net de kost verdienen, maar klagen zul je me op dit moment inderdaad niet horen.”

Onbekend is of de gekke-koeienziekte van invloed is op de gestegen varkensprijzen. Naar het vermoede substitutie-effect wordt op dit moment onderzoek gedaan, maar volgens Verduijn is een verband “aannemelijk”. Geschat wordt dat driekwart van de afname van de consumptie van rundvlees in de landen van de Europese Unie werd gecompenseerd door de consumptie van ander vlees, waarvan een kwart varkensvlees. In Nederland evenwel liggen die verhoudingen volgens Verduijn meer in het voordeel van het pluimveevlees. Peerlings: “Er zal wel een verband bestaan, maar de gekke-koeienziekte zal zeker niet tot een explosie leiden in de varkenssector.”

Volgens Verduijn ziet het er naar uit dat de stijgende lijn in de opbrengstprijzen voor varkensvlees voorlopig zal aanhouden. “Misschien wel tot de helft van volgend jaar.” Varkenshouder Das: “Als we de kans krijgen om te herstructureren hebben we een overlevingskans. De sector zat wegens de aanscherping van de milieunormen eigenlijk al acht jaar op slot, wat funest was. Of de verbetering structureel is, zal ervan afhangen of de regelgeving het mogelijk maakt bedrijven te concentreren. We kennen nu het fenomeen van de reizende varkensboer, die zijn beesten op verschillende plaatsen heeft zitten. Dat is geen goede zaak. Bij concentratie wordt er meer verdiend en kan er meer worden geïnvesteerd in modernere stallen, wat weer goed is voor het milieu.” Peerlings van de NCB wijst erop dat door de mestwetgeving in Nederland de prijsstijging niet tot gevolg zal hebben dat er nu ook weer meer varkens zullen worden gehouden. “De werking van wat de varkenscyclus wordt genoemd (meer varkens als de prijzen stijgen) is allang niet meer van toepassing omdat wegens de milieubelasting niet meer mag worden uitgebreid. Hooguit zullen varkenshouders de plaatsen die ze wegens de slechte prijzen leeg lieten, nu weer gaan opvullen, maar dan gaat het maar om een marginale toename van het aantal dieren.” Volgens Verduijn zit bovendien de consumptie van varkensvlees aan de top: “De consument wil een steeds gevarieerder aanbod van vleessoorten.”

De varkensprijs wordt hoofdzakelijk bepaald door de Europese markt. Vijfenzeventig procent van het Nederlandse varkensvlees gaat de grens over. In Nederland werden vorig jaar ruim 7,1 miljoen vleesvarkens, 1,6 miljoen fokvarkens en 5,5 miljoen biggen gehouden. Er waren toen ruim 22.000 varkenshouderijen, de helft van het aantal in 1980. In 1995 werd voor meer dan 5 miljard gulden geëxporteerd.

    • Max Paumen