Rechtbank daagt oud-premier India in corruptiezaak; Rao vecht om te overleven

NEW DELHI, 23 JULI. De Tihar-gevangenis van New Delhi, een van de grootste in Azië, treft voorbereidingen voor het geval de 74-jarige oud-premier Narasimha Rao daar tot een onvrijwillig verblijf zou worden veroordeeld. Nooit eerder heeft een Indiase oud-premier in de cel gezeten maar die kans neemt met de dag toe.

Amper twee maanden na zijn aftreden als premier, dat weer een gevolg was van een rampzalige uitslag van de verkiezingen voor de Congrespartij, zit Rao tot zijn nek in de problemen. Een rechtbank in de hoofdstad heeft hem deze week gedaagd in een zaak, waarbij een in Engeland woonachtige Indiase zakenman voor 100.000 dollar zou zijn opgelicht.

Volgens de zakenman, Lakhubai Phatak, was hem tijdens een ontmoeting in New York in 1983 een contract voor de leverantie van krantenpapier beloofd in ruil voor 100.000 dollar. Een en ander zou hij hebben geregeld met de invloedrijke maar omstreden hindoe-geestelijke Chandraswami. Ter geruststelling van Pathak deed Rao, toen minister van Buitenlandse Zaken, eveneens in New York een persoonlijke mondelinge toezegging dat de zaak hiermee geregeld was. Pathak kreeg het contract echter nooit en kon naar zijn geld fluiten.

Chandraswami en zijn assistent werden in mei al gearresteerd in verband met de zaak en zuchten sindsdien in Tihar-cellen. Veel hangt nu af van Chandraswami's getuigenis, eens een vertrouweling van Rao maar de laatste maanden beduidend minder begunstigd en daardoor wellicht in een wraaklustige stemming.

Als Rao's rol in deze kwestie bewezen zou worden geacht, is zijn positie als leider van de Congrespartij onhoudbaar. Het rommelt toch al weken in de partij, omdat velen vinden dat Rao onmiddellijk na het onder zijn regie geleden verkiezingsdebâcle het veld had moeten ruimen. Zelfs als Rao nu overleeft, dan nog is zijn toekomst hoogst onzeker, want er lopen nog ettelijke andere rechtszaken tegen hem. Zo is hij ervan beschuldigd in 1993 met geld enkele parlementariërs naar zijn kant te hebben gelokt, toen zijn regering bij een vertrouwensvotum ten val dreigde te komen.

Daarnaast heeft een andere zakenman, S.K. Jain, de oud-premier ervan beticht steekpenningen van hem te hebben aangenomen in ruil voor het aanwenden van zijn invloed bij het verkrijgen van bepaalde contracten. Eerdere onthullingen van Jain leidden begin dit jaar tot het aftreden van een hele reeks prominente politici. Ten slotte zou Rao eind jaren tachtig ook nog betrokken zijn geweest bij een samenzwering om oud-premier V.P. Singh verdacht te maken. Rao ontkent alles en vecht nu in de nadagen van zijn lange politieke loopbaan verbitterd voor zijn politieke overleven.