Netelenbos moet eens luisteren naar de mensen in het onderwijs

Het Nederlandse onderwijs ligt zwaar onder vuur. De laatste weken richtte alle kritiek zich op het lotingssysteem in het universitaire onderwijs, maar helaas is er veel meer aan de hand. Ook NRC HANDELSBLAD stond de laatste tijd vol met kritische artikelen uitmondend in het negatieve hoofdartikel 'De BAVO' (21 juni).

Wat is er nu allemaal mis met ons onderwijs? Hiervoor zijn vier redenen aan te voeren: een dogmatische onderwijspolitiek van bewindslieden die te weinig rekening houden met wat er in het 'onderwijsveld' leeft, het ontbreken van een samenhangende visie van kleuterschool tot en met hoger onderwijs, de te grote bezuinigingen, en, hiermee samenhangend, de veel te grote werkdruk en onrust door alle veranderingen.

Een duidelijk voorbeeld geeft de drie jaar geleden ingevoerde basisvorming. Het hoofdartikel stelt dan ook terecht, dat de basisvorming mislukt is. Staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) komt in haar verdediging ('Basisvorming is voor een modern land broodnodig', 26 juni) weinig overtuigend over. Het is natuurlijk mooi dat het lesprogramma voor alle leerlingen met enkele vakken is verbreed, maar vraag niet hoe er op veel scholen met nieuwe vakken, zoals informatica, techniek en verzorging is omgesprongen.

Het vak 'verzorging' kan inderdaad heel nuttig zijn. Leren budgetteren is belangrijk. Maar is het echt nodig lessen te besteden aan het leren tandenpoetsen? Het moet toch te denken geven dat minister Sorgdrager (Justitie) het pleidooi van Netelenbos voor brede scholengemeenschappen met veel vakken en veel verschillende schooltypen neersabelt met het argument dat met deze onpersoonlijke megascholen de agressie tussen de leerlingen vergroot dreigt te worden (3 juli). Opvallend is dat Netelenbos nauwelijks ingaat op het mede door haar veroorzaakte fiasco van de verplichte uniforme toetsing. Zestig verplichte toetsen voor alle leerlingen met een totale toetstijd van zo'n 105 lesuren met daarbij nog alle kopieerlasten is echt van de gekke. Vanaf het begin is er voor gewaarschuwd, dat één en hetzelfde toetsingsniveau voor alle leerlingen (van individueel voorbereidend beroepsonderwijs tot en met gymnasium) niet kòn, maar de bewindslieden, onder wie Netelenbos, hebben er dogmatisch aan vastgehouden en gesteld dat de basisvorming zou zorgen voor een uitstel van de studie- en beroepskeuze en voor een uitgebreidere 'algemene' vorming voor alle leerlingen.

Pas nu, vier jaar later, geeft de commissie-Kraakman in het rapport 'De toets der kritiek' toe, dat de praktijk anders uitpakt. In de praktijk bevordert de basisvorming een vroege keuze van schooltype en dan blijkt dat vooral de leerlingen in het (individueel) voorbereidend beroepsonderwijs de basisvorming eerder afsluiten dan andere leerlingen. Dit in verband met het feit dat veel van deze leerlingen op hun vijftigste niet meer zo te motiveren zijn voor algemene vakken en bovendien hun tijd hard nodig hebben voor de beroepsvoorbereidende vakken. Dit is het dilemma dat je leerlingen niet tegelijk kunt laten hoogspringen en verspringen. Netelenbos geeft er in haar reactie blijk van dit nog altijd niet te hebben begrepen.

De zaak wordt nog gecompliceerder doordat in 1998 de nieuwe plannen voor de tweede fase HAVO en VWO van start gaan. Het gaat hier om vier profielen cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid, en natuur en techniek met hieraan gekoppeld het idee van het studiehuis.

Deze plannen zijn eind juni in de Tweede Kamer behandeld. Het is verbazingwekkend dat Netelenbos, die in deze krant beklemtoonde dat de verzwaarde bovenbouwprogramma's moeten leiden tot minder keuzevrijheid, vlak voor de Kamerbehandeling aan het profiel 'cultuur en maatschappij' nog vijf keuzevakken heeft toegevoegd, en er dus toch weer een grabbelton van maakt.

Sarah Blom schreef in deze krant (1 juli) dat de tweede fase frictieloos wordt geaccepteerd. Flauwekul, er is juist veel kritiek op. Bij deze tweede fase zien we weer het probleem dat er geen naadloze aansluiting is met de eerste fase (basisvorming). Op zich is grotere zelfstandigheid van de leerlingen een goede zaak, maar ik vrees dat de omslag naar dit zelfstandig, ja zelfs zelfverantwoordelijk leren, weer te veel van bovenaf wordt opgelegd, zonder voldoende steun van de mensen in het veld, die nu moeten worden omgeturnd van docent tot begeleider.

Het zal ook hier noodzakelijk zijn dat er een continu proces komt, beginnend op de basisschool, voortgezet in het vervolgonderwijs en dan afgerond in de tweede fase. Het kan toch niet zo zijn (wat we nu vaak zien), dat zelfwerkzaamheid en samenwerking op de basisschool worden bevorderd, in de eerste jaren vervolgonderwijs worden afgeleerd, om vervolgens in de vierde klas weer te worden omarmd? Dan worden de leerlingen die van huis uit niet alles hebben meegekregen en voor wie Netelenbos zegt op te komen, vrees ik, als eersten de dupe van de flink verzwaarde tweede fase.

Hopelijk zal de politiek deze keer tijdig naar alle signalen luisteren, want anders krijgt de onderwijsinspecteur gelijk, die onlangs bij wijze van onderwijsvernieuwing voorstelde de oude MULO, MMS en HBS maar weer in te voeren. Want dat waren tenminste goede scholen.

    • A. Mantel