Nederland neemt stilaan afscheid van zijn besloten rouwcultuur

Openbaar rouwbetoon, betoogt J. van den Bout, is in opkomst. Maar de publieke aandacht voor rouwenden moet zich niet alleen concentreren op nabestaanden van slachtoffers van spectaculaire rampen.

'Nederland huilt', zo sprak een zichtbaar aangedane premier Kok tijdens de openbare herdenkingsbijeenkomst voor de slachtoffers van de vliegramp bij Eindhoven. Een indrukwekkende bijeenkomst waar meer dan 600 familieleden, vrienden, collega's en officials aanwezig waren.

Dat een dergelijke herdenkingsbijeenkomst een belangrijke psychologische functie kan vervullen voor de betrokkenen, lijkt wel zeker. Het merendeel van de directe nabestaanden zal zich gesteund weten door de ondervonden belangstelling en zich erkend hebben gevoeld in hun onmetelijke verdriet, al waren ze mogelijk nog zó aangeslagen, dat ze zulks nauwelijks beseften.

Nederland heeft niet bepaald een openbare rouw- of gedenkcultuur. Hoewel dat vroeger anders was, is in ons land de openbare rouw geconcentreerd op de dag van de uitvaart. Naast de eigenlijke begrafenis- of crematieplechtigheid is er op die dag soms een afscheidsbijeenkomst. En dat is het dan.

Gerouwd wordt er weliswaar intens, maar dat gebeurt in de privé-situatie. En zelfs die privé-situaties zijn soms nog niet privé genoeg: ouders van wie een kind is overleden blijken nogal eens op afzonderlijke plaatsen binnenshuis (de een op de ene slaapkamer, de ander op de andere slaapkamer) te huilen zonder dat van elkaar te weten.

Toch lijkt er van een kentering sprake te zijn wat betreft de openbaarheid van rouw en van gedenken. Zo organiseerde enkele weken geleden de begraafplaats Driehuis-Westerveld met groot succes voor het derde achtereenvolgende jaar een Concerto in Memoriam, dat bedoeld was voor nabestaanden van mensen, die aldaar begraven of gecremeerd waren. Afgewisseld door heel korte toespraken ('woorden van troost') konden de bezoekers in de open lucht een middag lang luisteren naar klassieke muziek. Ondanks het slechte weer waren er niet minder dan 2.500 belangstellenden aanwezig.

Een ander voorbeeld zijn de herdenkingstekens, die nabestaanden van verkeersslachtoffers steeds vaker neerzetten op de plaats waar hun dierbare verongelukte. Hieraan verwant is het pleidooi vorig jaar in deze kolommen van collega Cas Wouters om de mogelijkheid te openen om stoeptegels te doen voorzien van een tekst ter nagedachtenis van een dierbare.

De tendens tot publiek gedenken valt ook waar te nemen in het steeds vaker verschijnen van familieberichten in dagbladen op data dat de dierbare een jaar, twee jaar of vijf jaar geleden stierf. Dat Nederland in snel tempo multi-cultureel wordt, is in dit verband ongetwijfeld ook een factor van belang.

Kortom: mensen willen hun dierbaren gedenken, en doen dat niet alleen meer thuis, maar zoeken daar ook meer publieke vormen voor. We zijn nog niet zo ver als in Wit-Rusland, alwaar mij werd verteld dat op een vaste dag in het voorjaar de begraafplaatsen overvol zijn met picknickende families, die aldaar hun voorgeslacht herdenken en er vaak een gedenkwaardige dag van maken.

De herdenkingsbijeenkomst voor de slachtoffers van de vliegramp werd live op de televisie uitgezonden. De betreffende uitzending was daarmee een van de weinige uitingen van openbaar rouwbetoon die op de verrekijk te zien zijn.

Een recent ander voorbeeld is de uitvaart van de Franse oud-president Mitterrand (een uitvaart die ook vanwege een meer particuliere reden opmerkelijk was). Het uitzenden van de herdenkingsbijeenkomst van een zeer bekend politicus (Mitterrand, Ien Dales) of de begrafenis van een lid van het Koninklijk Huis (Koning Boudewijn, of langer geleden: prinses Wilhelmina) is begrijpelijk, omdat de bevolking met hen een band had. Het overlijden van dergelijke prominente landgenoten impliceert het verbreken van die band (of beter gezegd: de aard van de band verandert), en dus zal er vaak sprake zijn van rouwreacties.

Dat die behoefte aan een openbare herdenkings- of afscheidsbijeenkomst bestaat, bleek toen bijna tien jaar geleden oud-premier Den Uyl overleed. Noch zijn uitvaart, noch de herdenkingsbijeenkomst werd uitgezonden. In de weken daarna kon men herhaaldelijk horen dat velen deze gang van zaken betreurden. Een goede bekende was overleden, en men was niet in de gelegenheid gesteld om afscheid te kunnen nemen.

'Nederland' kende de slachtoffers van de vliegramp bij Eindhoven niet, evenals 'Nederland' ook niet de 25 slachtoffers kent die elke week - en dus ook deze week - in het verkeer omkomen. In strikte zin was er dus geen band tussen 'Nederland' en de slachtoffers die verbroken werd. Deze omstandigheid maakt de uitzending van de afscheidsbijeenkomst op televisie opmerkelijk. Als de verantwoordelijke tv-makers een goede inschatting hebben gemaakt, dan voelen kennelijk nogal wat mensen zich - mogelijk onder invloed van diezelfde televisie - zodanig aangesproken door het gebeurde dat zij het bekijken van een uitzending van de herdenkingsbijeenkomst op prijs stellen.

Naar de motieven van de kijkers kunnen we gissen. Die kunnen variëren van oprecht medeleven (zo werden de condoleance-registers die in Eindhoven en Vught aanwezig waren, ondertekend door meer dan 2.500 mensen, en dat waren zeker niet alleen direct betrokkenen) tot verslaving aan emotie-tv van kijkers die aan hun trekken komen bij het aanschouwen en aanhoren van het leed van de nabestaanden. (Hoe de nabestaanden de publieke registratie van hun leed ervaren hebben, weten we niet). Wel ware het te wensen dat de publieke aandacht voor rouw(enden) zich niet alleen concentreerde op nabestaanden van slachtoffers van spectaculaire rampen, maar zich ook uitstrekte tot nabestaanden bij andere, meer 'gewone' overlijdens.

    • J. van den Bout