Managers van Borsumij zien af van schadeclaims

AMSTERDAM, 23 JULI. De negen managers van Borsumij Wehry die tot begin februari werden verdacht van misbruik van voorwetenschap bij de handel in effecten van dit voormalige beursfonds, zien af van schadeclaims tegen het openbaar ministerie en de Amsterdamse effectenbeurs. Volgens mr. J. Hoff, advocaat van de managers, hebben zijn cliënten geen behoefte de zaak weer op te rakelen.

“Bij de meesten van hen bestaat de wens het boek te sluiten en weer over te gaan tot de orde van de dag. Ze zitten in de bloei van hun leven en hebben geen zin in een tweede juridische marathon”, aldus Hoff.

Justitie besloot begin februari de voorkennisaffaire te seponeren. Vervolgens pakte de Amsterdamse effectenbeurs de draad weer op. Inmiddels is ook dit onderzoek afgesloten. Over de uitkomsten laten beide partijen niet meer los dan dat een voor alle betrokkenen bevredigende oplossing is gevonden. Hoff: “We hebben een compromis bereikt. Daarmee is iedereen tevreden. De inhoud laten we verder in het midden.”

Het beursonderzoek richtte zich alleen nog op overtreding van technische bepalingen in de Modelcode. Dat is het interne beursregelement waaraan alle beursleden zich moeten houden. In het ergste geval stond de managers een openbare berisping te wachten. De kans op een dergelijke publieke terechtwijzing lijkt nu echter zo goed als uitgesloten.

Vlak na het sepot door justitie, begin februari, dreigden de managers met forse schadeclaims wegens smaad en aantasting van hun goede naam, zowel richting beurs als openbaar ministerie. Met name de effectenbeurs moest het ontgelden. Volgens Hoff omdat destijds door de beurs de suggestie werd gewekt dat, nu het openbaar ministerie de handdoek in de ring had gegooid, de beurs deze wel eventjes weer zou oppakken. “Dat was niet zo. De beurs heeft zijn eigen onderzoek in 1994 gestaakt omdat justitie de zaak overnam. Toen justitie de zaak seponeerde, heeft de beurs de draad weer opgepikt. Een gebruikelijke gang van zaken.”

De negen Borsumij-managers, van wie de meesten inmiddels in dienst zijn bij de nieuwe eigenaar en branchegenoot Hagemeyer, hebben bij justitie wel een schadeclaim ingediend voor de gemaakte juridische kosten. Hoff denkt dat de betaling van die rekening - gebruikelijk na een sepot - weinig problemen oplevert. Bij de andere grote voorkennis-zaak in Nederland, is het wel tot een forse schadeclaim gekomen. Na zijn definitieve vrijspraak in de HCS-affaire maakte oud-Begemann-bestuurder Joep van den Nieuwenhuyzen bekend 1,2 miljard gulden van de Nederlandse staat te zullen vorderen.

Justitie meende dat de Borsumij-managers eind 1993 op grote schaal met voorkennis in effecten van eigen bedrijven zouden hebben gehandeld. (ANP)