Knieval van premier Kok voor judoka's

ATLANTA, 23 JULI. Voor olympisch succes, ook al is het maar een derde plaats, gaat zelfs de premier door de knieën. Wim Kok wachtte aan de afrastering in de judohal in Atlanta prijswinnaars Mark Huizinga en Claudia Zwiers op, maar hij wilde de toeschouwers op de tribune achter hem niet storen.

Staatssecretaris Erica Terpstra knielde naast Kok neer. Het dubbele judobrons, behaald binnen een tijdsbestek van twintig minuten, werd gevierd als goud. Het eerste Nederlandse succes was binnen.

Er heerste op Day Three in Atlanta een uitbundige sfeer in het oranjekamp, maar chef de mission André Bolhuis was nog niet helemaal tevreden. Hij zag de Nederlandse driekleur verkeerd om hangen tijdens de prijsuitreiking van Zwiers. Toen hij dat wilde laten veranderen, moest de dienstdoende dame eerst haar superieuren raadplegen. Bij de prijsuitreiking van Huizinga hing de vlag nog steeds niet goed. Bolhuis had het niet meer. “Zit de minister-president hier in de zaal, hangt de vlag verkeerd!”

De organisatiefout was Huizinga en Zwiers ontgaan. Ze stonden trots op het erepodium met de medaille om de nek die wel goud van kleur leek. Daarom feliciteerden de mensen bij de dopingcontrole Huizinga zelfs met zijn olympische titel. “Ik heb het maar zo gelaten”, bekende hij lachend. “Maar thuis zullen ze er niet intrappen, denk ik.” Hij was ook tevreden met brons, net als Zwiers. Beiden verloren van de latere olympisch kampioen in hun klasse. Dat maakte het acceptabel. Maar beiden voorspelden ook dat ze eens de nummer één zullen zijn. “Dat komt echt nog wel. Ik word nog veel beter”, zei Zwiers zelfverzekerd.

Huizinga en Zwiers vielen in Atlanta op door hun goede mentaliteit. Ze lieten zich niet uit het veld slaan na hun nederlaag. Huizinga verloor zijn eerste partij op beslissing van wereldkampioen Ki Young Jeon, maar maakte daarna korte metten met al zijn opponenten, de sterke Canadees Gill, derde bij het WK 1995, lag zelfs binnen vijf seconden op zijn rug. Huizinga: “Hij stond er zo mooi voor. Het leek wel op een training waarbij je tegenstander precies doet wat jij wilt omdat je een bepaalde worp wil oefenen.”

Zwiers bereikte door twee eenvoudige zeges de halve finale, maar verloor daarin binnen 57 seconden van de ijzersterke Min-Su Cho. Ze leek aangeslagen. Een kwartiertje later stond ze er echter weer en won de strijd om brons van de Cubaanse Reve. Ze kwam achter, maar zette vervolgens een ijzeren houdgreep in. “Ik kneep haar helemaal fijn”, vertelde Zwiers. “Dat stomme wijf! Vier jaar geleden werd ze olympisch kampioen en nu heeft ze lekker niets.” Huizinga was vooraf steeds als één van de favorieten genoemd, Zwiers, toch Europees kampioene, werd daarentegen vergeten in de prognoses. Dat had haar gestoord. “Je hoorde steeds namen noemen, maar niet die van mij. Ik dacht: hé hallo, ik wil ook een beetje faam. Ik had er best moeite mee dat anderen wel aandacht kregen.”

Nu staat ze in de boeken als de eerste Nederlandse olympiër die in 1996 een medaille won. “Dat nemen ze me niet meer af. Een Amerikaan zei me net dat ik er van moest genieten. Dat ga ik ook doen. De Spelen bestaan honderd jaar en uitgerekend nu heb ik een medaille gewonnen. Geweldig!”

Als 18-jarige was ze vier jaar geleden in Barcelona toeschouwer. Daar bedacht ze dat ze ooit ook aan de Olympische Spelen wilde meedoen. Lang leek dat niet te lukken. Ze kreeg problemen met haar coach Cor van der Geest, maar na raadpleging van een psychologe ging het verder uitstekend. “Ik ben een eigenwijs type”, bekende Zwiers.

Ook met Huizinga ging het lange tijd niet naar wens. Hij stapte vorig jaar over naar een zwaardere klasse, die tot 86 kilo, omdat hij steeds weer moeite had om het toegestane gewicht te halen. Vaak stond hij door het afvallen slap op de mat. Huizinga wende snel aan zijn nieuwe tegenstanders, hij werd meteen Europees kampioen en won nu een olympische prijs. “Eigenlijk een wonder”, oordeelde zijn clubcoach Chris de Korte. De bronzen medaille verzachtte de pijn over de mislukte Olympische Spelen van clubgenote Angelique Seriese.

De Korte zat niet aan de rand van de mat bij Huizinga. Hij stond op de eerste rij van de tribune. Het was bondscoach Wim Visser die de judoka begeleidde, maar Huizinga hoorde toch voornamelijk de stem van De Korte “We hadden ook steeds oogcontact”, zei de clubcoach. De Korte en Visser hebben een redelijke verstandhouding. Dat geldt niet voor Van der Geest, die vooral met Visser is gebrouilleerd.

De twee bondscoaches communiceren niet met elkaar en weigeren in het olympisch dorp met elkaar in één appartement te slapen. Dat is al tijden zo en het is er niet beter op geworden nu judoka Ben Sonnemans, zondag vijfde bij de halfzwaargewichten, niet meer gecoacht wil worden door Visser, maar alleen nog door Van der Geest. “Want hij kan het gif uit mijn tenen halen”, zei Sonnemans.

Visser toonde in Atlanta zijn ongenoegen over de situatie en werd tot de orde geroepen door de judobond. Interim-voorzitter Henk van Oosten vindt dat er wat moet worden gedaan aan het conflict van de coaches. “Een oplossing komt er, maar ik weet nog niet welke.” Het is een illusie om te verwachten dat het ooit nog goed komt. Van der Geest schudde collega Visser wel de hand om hem te feliciteren met het brons van Huizinga. “Dat doe ik altijd”, zei Van der Geest. “Ik ben niet gefeliciteerd met Claudia, maar ja...” Hij schudde het hoofd toen hem werd gevraagd of het dubbele Nederlandse succes misschien een opening zou kunnen betekenen voor een verzoening. “Het heeft geen zin om er over te praten. Laten we gewoon maar blij zijn met de medailles.”

Een prettige bijkomstigheid voor Huizinga en Zwiers is dat ze als eersten in aanmerking komen voor de nieuwe premieregeling van NOC*NSF. Een bronzen medaille levert 20.000 gulden op. “O ja”, realiseerde Zwiers zich. “Dan kan ik een motor kopen!” Huizinga had er al tijdens de prijsuitreiking aan gedacht. Hij wil het geld bewaren voor het moment dat hij op zichzelf gaat wonen. “Over een jaar.”

De 22-jarige judoka uit Vlaardingen was uren na zijn wedstrijd nog bij de judohal te vinden. Hij had er lang over gedaan om te plassen bij de dopingcontrole. “Dat gebeurt me wel vaker”, aldus Huizinga. “Ik had voor de laatste partij nog geplast. Je denkt dan niet van: oh, als ik nu win, moet ik naar de dopingcontrole.” Hij vond het niet erg om te wachten. “Binnen stond een telefoon en heb ik even rustig mijn vriendin en mijn broer gebeld.”

    • Hans Klippus