Kleine, moderne bommen nachtmerrie voor luchtvaart

WASHINGTON, 23 JULI. Een steeds terugkerende nachtmerrie kwelt de veiligheidsautoriteiten in de luchtvaart.

Een passagier gaat aan boord van een vliegtuig. Hij of zij heeft doodgewone spulletjes bij zich. Geen metaaldraad, geen scherpe voorwerpen en geen opvallende elektronische apparaten. Dezelfde passagier passeert zonder problemen de luchthavencontrole. Ook zijn of haar bagage komt er gewoon door. De passagier verlaat bij de eerste tussenstop het vliegtuig. Tijdens het tweede deel van de vlucht ontploft er een kleine bom. De keurige passagier had die ergens in het vliegtuig verstopt en op scherp gesteld. De kleine explosie brengt een grotere ontploffing teweeg waardoor de vliegtuigromp uiteengereten wordt.

De terrorist die in staat is om de meeste, zo niet alle huidige en toekomstige veiligheidsmaatregelen te omzeilen vormt geen toekomstscenario, maar behoort vandaag de dag al tot de reële mogelijkheden. Een ontploffing volgens dit scenario deed zich, weliswaar kleiner en minder dodelijk van aard, al in december 1994 voor tijdens een vlucht van Japan naar de Filippijnen. Bovendien kon volgens recente onthullingen in een rechtszaak in New York een hele serie van zulke bomexplosies in het begin van 1995 maar net worden voorkomen doordat de mensen die achter de geplande aanslag zaten per ongeluk de politie alarmeerden en op hun spoor zetten.

De onderzoekers van het vorige week geëxplodeerde TWA-toestel hebben nog niet kunnen vaststellen of de ramp veroorzaakt is door een bom en hebben ook nog niet kunnen ontdekken of een van de passagiers kwade bedoelingen had.

Met die mogelijkheid wordt wel ernstig rekening gehouden; onder andere door de opkomst van een technologisch zeer geavanceerd type terroristen dat zich niet meer bedient van de bommen en ontstekingsmechanismen waarop de beveiligingsapparatuur van vliegvelden is afgesteld.

Het nieuwe type terroristen werkt liever met kleinere en veel moeilijker te ontdekken plastic of vloeibare explosieven die met minuscule en onschuldig uitziende tijdklokjes makkelijk tot ontsteking te brengen zijn maar toch zeer grote schade kunnen aanrichten.

Het huidige tijdperk van bomaanslagen op vliegtuigen begon waarschijnlijk in december 1988, toen een plasticbom in een Toshiba-radio, die in een gecontroleerde koffer verstopt was, bij Lockerbie (Schotland) een PanAm-vliegtuig (vlucht 103) in de lucht deed vliegen. Bij deze aanslag kwamen alle 259 inzittenden om het leven.

De ramp leidde tot een strenger toezicht op de passagiers en op hun bagage en de luchtvaartmaatschappijen eisten vanaf 1988 dat geen enkel stuk bagage aan boord mag komen tenzij de bijbehorende passagier ook zelf aan boord gaat.

Verder zorgde de ramp bij Lockerbie ervoor dat de Amerikaanse regering haast ging zetten achter de ontwikkeling van een nieuw type apparaten om bagage te controleren waarmee ook plastic explosieven opgespoord kunnen worden.

Toename na 1994

De nieuwe apparatuur, een combinatie van gewone medische röntgenstraal-doorlichting met CAT-scantechnologie die de inhoud van de bagage driedimensionaal laat zien, wordt op nog maar acht luchthavens gebruikt. Tot deze vliegvelden behoren die van Atlanta, San Francisco, Tel Aviv, Brussel, Londen en Tokio. Noch op de luchthaven van Athene, noch op die van New York - de twee vliegvelden die door TWA vlucht 800 worden aangedaan - is zulke controle-apparatuur voorhanden en er is geen enkele federale wet die plaatsing en gebruik daarvan vereist op binnenlandse luchthavens.

Na de vernietiging van het PanAm-toestel (vlucht 103) in 1988 en van een Frans UTA-toestel boven Tsjaad in 1989 (in beide gevallen werd verondersteld dat Libië achter de aanslag zat), was het vier jaar lang vrij rustig. Maar in 1994 begon het weer. Volgens sommige experts luidde dat jaar een nieuw begin in van het luchtvaartterrorisme omdat nu technisch hoogstbekwame mensen bommen maakten die zelfs door de best mogelijke controle niet konden worden opgemerkt. Van zulke high tech-terroristen zijn drie mannen uit het Midden Oosten (Abdul Hakim Murad, Wali Khan Amin Shah en Ramzi Ahmed Yousef) die in New York op dertienvoudige wijze zijn aangeklaagd wegens samenzwering en het bezit van explosieven, de duidelijkste vertegenwoordigers.

Yousef staat inmiddels bekend voor zijn vermeende hoofdrol bij de aankoop van het materiaal dat in 1994 werd gebruikt bij de bomaanslag op het Wereldhandelscentrum in New York. Minder bekend uit de aanklacht tegen Yousef is dat hij samen met de twee anderen het plan zou hebben gehad om in januari 1995 twaalf straalvliegtuigen met zo'n vierduizend mensen op te blazen.

“Ik geniet van zoiets”, vertelde Murad vorig jaar aan een Pakistaanse ondervrager (aldus een voor de rechtbank geciteerde verklaring) in antwoord op de vraag waarom hij zoveel Amerikanen wilde doden. Volgens Murad is geen land in de wereld er zo op uit om problemen met islamieten en “onze mensen” te maken als de Verenigde Staten. Hij zei dat hij daarom bereid was twaalf bommen aan boord van Amerikaanse vliegtuigen te brengen. Die zouden dan in een tweedaagse terreuractie boven de oceaan worden opgeblazen om zo te bereiken dat er een eind zou komen aan de Amerikaanse steun voor Israel.

Hoe de bommen werken die de mannen voor dit doel aan het maken waren, staat precies in de tekst van Murads bekentenis en in documenten die zijn samengesteld op grond van gegevens uit de harde schijf van een draagbare computer die Yousef onnozel genoeg had achtergelaten in een appartement in Manila toen de politie daar een onderzoek kwam doen naar een brandje dat was uitgebroken bij de menging van allerlei chemicaliën.

Murad vertelde later dat het bij het ontwerpen van de apparaten de bedoeling was dat zij gemakkelijk door de luchthavencontrole konden komen en gedurende de vlucht even gemakkelijk in de wc van het vliegtuig in elkaar konden worden gezet. Het hart van ieder apparaat werd gevormd door een tijdmechanisme, vervaardigd uit een digitaal horloge, dat aangesloten kon worden op vloeibare nytroglicerine, verborgen in een flesje reinigingsvloeistof voor contactlenzen.

Om te voorkomen dat de vloeistof bij heftig schudden 'spontaan' zou ontploffen zou er een stabilisator aan toegevoegd worden die eruit ziet als katoen. Murad vertelde zijn ondervragers dat niemand kon veronderstellen dat het een explosief was. Hij zei ook dat de vloeibare nitroglycerine zelfs onder het röntgenapparaat, nooit ontdekt zou kunnen worden. Volgens diverse veiligheidsdeskundigen gaf Murad daarmee een juiste voorstelling van zaken. Vervolgens zou de vloeistof verbonden worden met twee kleine, negenvolts batterijen en een ontploffingsstof, die de mannen in hun schoenen zouden verbergen.

    • R. Jeffrey Smith