Klad in de kunst

De beschouwing van Hanco Jürgens in de krant van 10 juli over beeldende kunst in ons land, heeft uiteraard betrekking op de groep van kunstwerken die op een of andere wijze in de openbaarheid zijn gekomen. Inderdaad heeft zich in de afgelopen decennia een min of meer officieel circuit gevormd waarop het gangbare beeld van de kunst uit die periode is gebaseerd en dat voor de actuele kunst wordt gecontinueerd.

De selectie is voor een groot deel in handen van overheidsdienaren; naast de beoordeling van goedgekeurde werken dient de vraag te worden opgeworpen wat zij hebben afgewezen. Bevindt zich daarbij misschien uitzonderlijke kunst en hebben zij die niet als zodanig herkend?

Dat het antwoord op deze vraag positief is, wordt door velen niet betwijfeld. Slechts wanneer zij gelijk hebben is negatieve kritiek op het museale beleid noodzakelijk.

De test hiervoor moet bestaan uit een tentoonstelling van dergelijke kunst, samengesteld door een team van onafhankelijke deskundigen, een tentoonstelling van enkele tientallen meesterwerken van kunstenaars wier namen voor het huidige publiek vrijwel onbekend zijn.