King heel leker

Zelfs voor een brugklasser is hij nog erg klein, die o zo kleine Hasan.

We oefenen het beginrijm. In het boek staan de voorbeelden Melk Moet en Fijn dat ik Fiets. En ook een over haring: Hollandse Nieuwe. Zilver uit Zee.

Hasan moet het nu zelf proberen, met Fanta en King. Aandachtig staart hij naar de plaatjes in het boek, een van een fles Fanta en een van een rol pepermunt. Wat daarbij te bedenken? Onbewust kauwt hij op zijn pen.

Zodra hij iets opgeschreven heeft, komt Hasan dat mij laten zien. Hij vergeet daarbij dat hij eerst zijn vinger moet opsteken en aan mij moet vragen of hij naar mij toe mag komen; zonder deze regel wordt het in deze brugklas erg snel erg onoverzichtelijk. Dus, als het arme jochie in zijn enthousiasme naar mij toekomt, moet ik beginnen met hem terecht te wijzen. Ik kijk hem verbaasd aan en zeg: “Ik heb geen vinger gezien, Hasan.”

Ach! Hasan was het helemaal vergeten. Hij lacht mij toe, bij wijze van excuus, loopt twee passen terug naar zijn bank, en gaat met opgestoken vinger half op zijn stoel zitten, als het ware startklaar. Ik knik ernstig en Hasan komt, blij nu dat hij mag komen, met zijn schrift naar mij toe. Sommige leerlingen uit deze klas zouden gaan mokken en vinden dat ik kinderachtig ben - eerst weer iemand laten zitten en zijn vinger laten opsteken - maar Hasan ziet dat anders. Hij is blij de kans te krijgen het goed te mogen maken, die nog zo kleine jongen.

Vol verwachting toont hij mij zijn werk. “Is dit goed meester?” Hij hoopt op een complimentje.

Fijn Fanta! lees ik. Kennelijk heeft Hasan goed gekeken naar het Fijn dat ik Fiets. En voor de pepermunt heeft hij verzonnen: King dat vint iedereen leker.

“Fijn Fanta”, zeg ik, “dat is heel goed Hasan.” Direct begint Hasan te glimmen van trots en even kijkt hij om zich heen om te zien of ook andere leerlingen dit gehoord hebben. “King dat vindt iedereen lekker... Dat lijkt mij heel waar Hasan, maar waar zit het beginrijm?”

“Huh?” Met wijdopen ogen kijkt Hasan mij aan. Even is hij met stomheid geslagen, dan lacht hij, verontschuldigend, verzoenend, en zegt: “O ja ik was het vergeten meester.” Hij loopt snel terug naar zijn bank. Een paar minuten later steekt hij zijn vinger weer op.

Dit keer heeft hij geschreven: King heel leker.

“Hasan”, zeg ik, “lekker moet met twee k's hè?”

“O ja, meester.” Ernstig gezichtje.

“Enne”, vraag ik voorzichtig, zo achteloos mogelijk, “wijs mij nu het beginrijm eens aan.”

“Hier meester.” Hasan wijst op de l van heel en op de l van leker.

“Aaah natuurlijk!” roep ik. “Dat had je goed verstopt vriend.” Hasan lacht gevleid mee - inderdaad, dat had hij goed verstopt - maar houdt wijselijk zijn mond. “Maar luister Hasan, nu ik zie dat jij dit zo goed kan, maak ik het nog iets moeilijker voor je. Probeer nu met dat beginrijm, probeer nu de woorden met dezelfde letter te laten beginnen, ja?” Omdat ik niet zeker weet of hij mij begrepen heeft, leg ik het hem nog eens uit. Daarna keert hij weer terug naar zijn bank, verguld met de nieuwe, nog moeilijkere opdracht.

Als hij zich ten derden male aan mijn tafel vervoegt, luidt het product: King lekker de lekkerste. Ik maak Hasan een groot compliment. Als de jongen terugloopt naar zijn bank laat hij zijn schrift ongevraagd aan enkele klasgenoten zien. Deze les kan voor Hasan niet meer stuk!

En toch, binnenkort komt de dag dat wij Hasan een harde slag moeten toebrengen. Af en toe incasseert hij al een flinke tik, als hij zijn repetities terugkrijgt. Maar hij heeft zo het vermogen zijn zware onvoldoende weg te redeneren. Hij was ziek, hij had de dag tevoren niet kunnen leren, hij had hoofdpijn tijdens de repetitie, of het was een moeilijk hoofdstuk, het volgende gaat hij beter doen, let maar op meester. Het jongetje is een geboren optimist.

Wij zullen de geboren optimist, die mij eens toevertrouwd heeft dat hij later 'architecteur' wil worden, aan het eind van het jaar naar het VBO - voorbereidend beroepsonderwijs - moeten sturen, want Mavo is voor Hasan te hoog gegrepen. Het hele jaar hebben wij hem op een aardige en soms zelfs nog vleiende manier op zijn falen kunnen wijzen. Maar de boodschap aan het eind van het jaar - hoe wij die ook verpakken, die komt hard aan. En erger nog: hij zal, dankzij onze vleiende manier van corrigeren, niets van die beslissing begrijpen.

    • Kees Beekmans