I need tickets.

Overal in Atlanta houden Amerikanen een kartonnetje met deze tekst omhoog. Ze willen de Olympische Spelen van dichtbij meemaken. Ze willen de sfeer op de tribunes proeven. Al is het maar voor één keer. Geen land ter wereld is zo gek van de Spelen als de Verenigde Staten. Sporten waarvan velen het bestaan niet afwisten worden ineens belangrijk, omdat het magische olympische goud, zilver en brons te verdienen valt.

Voor de schitterende Georgia Dome, speelplaats van de basketballers en turners, staat een man van middelbare leeftijd. Hij heeft een bordje in zijn handen. I need tickets. Hij heeft er twee nodig, want zijn vrouw wil ook mee. Beiden dragen een T-shirt met de letters USA. Het is geen gezicht, want de echtelieden hebben flinke buiken. Maar daarmee vallen ze hier niet echt op.

Naar welke sport wil hij? Naar welke wedstrijd? Wanneer? Hij zegt dat het hem niets uitmaakt. Alles is goed. Als hij maar bij de Olympische Spelen kan zijn. Is hockey ook goed? Hij maakt een wegwerpgebaar. Hij weet ook wel dat ijshockey niet op het programma staat in Atlanta. Hockey op gras? Nee, daar heeft hij nog nooit van gehoord. Maar het is, zegt hij enthousiast, vast een mooie sport. Hij wil er graag kaarten voor hebben. En hij wil er best drie keer de oorspronkelijke prijs voor betalen.

Amerikaanse kranten hebben de afgelopen dagen proberen uit te leggen wat field hockey inhoudt. Het heeft blijkbaar niet veel geholpen. Een flink aantal toeschouwers bij het hockey springt steeds weer enthousiast op als een bal van buiten de cirkel in het doel belandt. En steeds weer begrijpen ze niet waarom de stand niet verandert. Zal het scorebord misschien kapot zijn?

    • Hans Klippus