... en welvaartsgroei

VAN DE ASEAN-LANDEN had Heineken zijn omstreden investering in een brouwerij in Birma best mogen doorzetten. Graag zelfs. Heineken trok zich een paar weken geleden terug uit Birma, evenals eerder de Deense brouwer Carlsberg en het Amerikaanse PepsiCo, onder druk van de protesten tegen schendingen van de rechten van de mens en tegen het militaire regime in Birma.

De zeven lidstaten van de ASEAN houden niet van de vermenging van economie en politiek. Zoals ze ook alle moeite doen om iedere verwijzing naar sociale en ecologische overwegingen buiten de economische betrekkingen te houden.

De ASEAN-landen beroepen zich op specifieke Aziatische waarden ter verklaring van zowel hun economische succes als van hun eigen opvattingen over politieke, sociale en ecologische normen. Daarnaast zijn de ASEAN-landen niet uitsluitend afhankelijk van de welvarende markten in West-Europa of Noord-Amerika, maar is sprake van snel groeiende regionale handelsbetrekkingen.

Bovendien kunnen ze verwijzen naar het 'infant industry'-argument uit de handboeken over ontwikkeling, waarbij een zekere afscherming in de beginfase van economische groei is toegestaan. De gedachte is dat in een groeiende economie meer geld beschikbaar komt om aandacht te geven aan sociale misstanden en milieuschade. Open handel, investeringen en integratie in de wereldeconomie leiden tot welvaartsverbetering en daarmee ook tot hogere kwaliteitseisen van de bevolking aan de arbeidsomstandigheden, tot terugdringing van kinderarbeid en nadruk op milieubescherming.

EIND DIT JAAR wordt in Singapore de eerste jaarvergadering van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) gehouden. De ASEAN-staten (maar zij niet alleen) vrezen dat de Westerse landen de WTO zullen gebruiken als instrument om minimumnormen op het gebied van milieu, kinderarbeid en minimumloon op te dringen aan de opkomende landen. Het zou in hun ogen neerkomen op een verkapte vorm van protectionisme en daarmee het beginsel van vrije handel in de weg staan. Een bekend voorbeeld hiervan is de manier waarop de Verenigde Staten enkele jaren geleden Mexicaanse tonijn weerden omdat het 'dolfijn-onvriendelijk' was gevangen. En in Nederland de campagne voor certificaten dat tapijten zonder kinderarbeid zijn geknoopt.

Sommige opkomende landen in Zuidoost-Azië hebben inmiddels een welvaartsgrens bereikt waarbij de overschakeling op grotere aandacht voor de sociale en ecologische kwaliteit van het bestaan plaats behoort te vinden. Hogere standaards maken een economie bovendien aantrekkelijker als vestigingsplaats. En voor de armere landen blijft het streven om dit proces te versnellen door meer buitenlandse investeringen en vergroting van de handelsbetrekkingen. Het betekent dat de ASEAN-landen zich niet blijvend kunnen onttrekken aan de minimale normen die de Westerse landen, al dan niet in WTO-verband, stellen. Integratie in de wereldeconomie, het proces dat de Zuidoostaziatische landen zoveel economische voordelen biedt, is geen eenrichtingsstraat. Het schept evenzeer verplichtingen.