Delftsblauwe klompjes in de softbalhemel

COLUMBUS, 23 JULI. Als de Nederlandse softbalvrouwen in het veld komen voor hun wedstrijd tegen de Verenigde Staten, zweten ze al nog voordat ze een bal hebben aangeraakt. Columbus is twee weken lang een broeierig voorportaal van de olympische hoofdstad, ongeveer 175 kilometer ten zuidwesten van Atlanta. Van de Spelen valt in de stad weinig te merken; het is alsof er een internationaal softbaltoernooi wordt afgewerkt.

Gisteravond was het in Columbus met 36 graden Celsius aanzienlijk warmer dan in Atlanta. Niet voor niets hadden de Nederlandse vrouwen zich al maanden voor het begin van de olympiade in een warmtecabine van TNO laten opsluiten, om te voelen hoe het hier met de warmte en de hoge luchtvochtigheid is gesteld.

De voorbereiding van beide teams kende grote contrasten. De Nederlandse vrouwen, van wie de meesten een volle baan hebben, kwamen met uitzondering van oefentrips één keer in de week samen, terwijl de Amerikaanse vrouwen al sinds augustus vorig jaar samen optrekken. “Zij gaan met softbal naar bed en staan er ook weer mee op”, zegt werpster Sandra Nieuwveen.

Als het Nederlands team in eigen huis speelt, komen er wat kennissen, familieleden en toevallige voorbijgangers naar het speelveld. Hier, op de grens met Alabama, volgen 8.486 toeschouwers hun verrichtingen. Stuk voor stuk gek van softbal. Dit is Golden Park, het plaatselijke softbalstadion. Het stadion van de Atlanta Braves, waar de olympische honkbalwedstrijden worden gespeeld, is een reus vergeleken bij het knusse klein duimpje in Columbus. Maar voor de Nederlandse vrouwen is dit de softbalhemel. Ongekende taferelen spelen zich af, ook buiten het stadion. De controle bij de in- en uitgang van de legerbasis Fort Benning waar de softbalteams verblijven, is zeer streng, vertelt Nieuwveen. “Op de daken in het kamp liggen 24 uur per dag scherpschutters en we worden elke dag in busjes en onder politie-escorte naar het stadion gebracht, telkens via een andere route. Ze zijn doodsbang dat er iets gebeurt.”

Eenmaal op het speelveld wordt eerst het Nederlands team aan het publiek voorgesteld. Het publiek klapt beschaafd. Als de Amerikanen worden geïntroduceerd, barst de hel los. Midvelder Anita Kossen stapt nog een keer naar voren, alsof de massa haar toejuicht. De teams ruilen vervolgens cadeautjes die ze voor elkaar hebben meegenomen. De Nederlandse vrouwen krijgen een thuisplaatje met inscriptie, de Amerikanen worden verblijd met Delftsblauwe klompjes.

Dan begint het vuurwerk van wat in de VS ook wel het andere Dream Team wordt genoemd. Als eerste aan Nederlandse kant raakt Gerardina Reijnen een bal van werpster Christa Lee Williams. Ze raakt hem goed, maar in het veld maakt een Amerikaanse speelster een indrukwekkende snoekduik: vangbal. Met de eerste tonen van Glory Days is het stadion heel even voor Bruce Springsteen, een welkome afwisseling van de sombere stem van de stadion-omroeper, die sterk doet denken aan Lurch, de morbide bediende uit The Adams Family. Als Nederland aan slag is, raakt Anita Kossen de bal als eerste goed. Ze laat zich niet intimideren door sterpitcher Williams en bereikt het eerste honk. “Holland, Holland, Holland”, klinkt het uit een stuk of tien mannenkelen. De uitgedoste Oranje-fans vormen samen een paar vierkante meter koninginnedag. Ze worden meewarig aangekeken door de rest van het publiek, dat er met een overmacht “USA, USA, USA” tegenin werpt.

Na een half uur slaat korte stop Dorothy Richardson een homerun. De gretigheid straalt van haar gezicht. Het publiek wordt gek. Verslagen Nederlandse meisjes. In hun onschuldige witte tenues met de oranje rugnummers staan ze er neerslachtig bij. Sonya Pannen werpt voor Nederland. Het zweet loopt met straaltjes van haar gezicht, de Amerikaanse slagvrouw Danielle Tyler kauwt bezeten op haar kauwgom. Als ze slaat, blaast ze een ballonnetje. Na weer een door de Amerikanen gewonnen inning schalt Let's go Crazy van Prince uit de luidsprekers. Nederland stevent af op een forse nederlaag. Bij het begin van de vierde inning kijkt de ploeg van bondscoach Ruud Elfers tegen een 5-0 achterstand aan. “Team The Netherlands, zero”, zegt de speaker. Maar in dit softbal-walhalla is het voor Nederland geen schande om van dit superieure Amerikaanse team te verliezen. Bizar is het wel om Elfers even later te horen zeggen dat Nederland op termijn hetzelfde spelpeil kan bereiken. “Leren winnen is een proces, en daar zitten we middenin.”

De Amerikanen, zowel op het veld als op de van ventilatoren voorziene tribunes, beleven hun finest hour. Voor het eerst in de geschiedenis is softbal een olympische sport, de thuisploeg is favoriet voor goud. Eerder in het toernooi legde de thuisploeg Porto Rico op de slachtbank, Nederland verloor de eerste wedstrijd van Japan.

Sheila Cornell maakt de tweede homerun. Lynyrd Skynyrd zet de zegetocht luister bij met Sweet Home Alabama. Met Love Shack van de B52's gaan de speelsters de laatste inning in. De Amerikanen winnen, Oranjefans gaan desalniettemin in polonaise de tribune af. “Ach”, mijmert catcher Nieuwveen na afloop, “we hebben niks te verliezen”. Komende nacht mag Nederland opnieuw proberen zijn eerste punten te scoren.