De wereld moet kiezen tussen jungle en recht

Globalisering, ooit beschouwd als de brengster van vooruitgang en hoop, is thans een synoniem voor vrees, dreiging en ongelijkheid.

In enkele jaren tijd heeft de globalisering het aanzien van de wereld veranderd. De meest elementaire vormen van rechtvaardigheid zijn verdwenen in een nieuwe Bermuda-driehoek met als coördinaten de vergaderingen van de G7 (de groep van 's werelds sterkst ontwikkelde landen), de jaarlijkse economische conferenties in Davos en het Dow Jones daggemiddelde - de polsslag van de New-Yorkse aandelenmarkt.

De beweeglijkheid van kapitaal is onmiddellijk en totaal, en tevens zowel kosteloos als ongereguleerd. De transacties van één dag op de internationale financiële markten benadert het bruto nationaal produkt van een land als Frankrijk.

De macht van transnationale ondernemingen, die de aarde als één grote markt beschouwen, neemt onstuitbaar toe en verdringt op sommige terreinen de macht van de staat. De handel groeit, na een aanzienlijke liberalisatie, veel sneller dan de produktie.

Tegelijkertijd begint een aantal landen een steeds actievere rol te spelen op het wereldtoneel, hetzij omdat hun economie groeit - zoals in Azië - hetzij omdat ze zijn gedemocratiseerd, zoals in Oost-Europa.

Het zijn allemaal manifestaties van het globaliseringsproces.

Voor een nader onderzoek van dit proces heb ik eind juni, aan de vooravond van de G7-topconferentie, een vergadering in Lyon belegd met vertegenwoordigers van de Socialistische Internationale. Hieraan werd deelgenomen door in totaal 102 politieke partijen uit alle vijf werelddelen. Zij werden het erover eens dat de hoogste beslissende instantie in de economie niet het geld mag zijn, dat er een alternatief bestaat voor het heersende economisch denken, en dat de aanzet tot het debat hierover van buiten de G7-landen dient te komen.

Weliswaar is de Derde Wereld niet als een eenheid op te vatten, maar het is wel duidelijk dat de kloof tussen rijke en arme landen steeds breder wordt. Een heel werelddeel - Afrika - is in een afgrond gevallen via een spiraal van schulden en onderontwikkeldheid veroorzaakt door negatieve economische groei en een explosieve bevolkingsaanwas.

Tegelijkertijd neemt ook de ongelijkheid binnen de rijke landen dramatische vormen aan. Zo is er in de Verenigde Staten met het toenemen van de aantallen armen, een nieuwe categorie aan het ontstaan, die van de 'arme werkers', wier verdiensten niet toereikend zijn om hen boven de armoedegrens uit te tillen. De inkomens van de middengroepen zijn aanmerkelijk teruggelopen. En het aantal miljonairs is verdrievoudigd.

In alle economische regio's, zowel noord als zuid, hangt de groeiende ongelijkheid samen met werkloosheid. In Europa is hun aantal 20 miljoen, in de ontwikkelde landen die samen de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking, de OESO, vormen, is dat aantal 35 miljoen en mondiaal zijn er 800 miljoen werklozen.

De situatie waarin we ons thans bevinden is het gevolg van een strategie die, hoewel mogelijk in sommig opzicht impliciet en in ander expliciet, altijd wordt gesteund door een ideologie, concrete meningen en logische redeneringen.

Laat ik het beloop van deze strategie eens chronologisch recapituleren: 1971: De VS schaffen eenzijdig de gouden standaard af. 1979: Ronald Reagan en Margaret Thatcher worden in het zadel gezet door een 'conservatieve revolutie'. 1987: Een aandelencrisis doet de wereld-aandelenmarkten instorten. 1992: Crisis in het Europese Monetaire Stelsel. 1994 Monetaire crisis in Mexico. 1995: Aanmerkelijke sociale onrust in Frankrijk. 1996: Aandelenmarkten zakken opnieuw in na de bekendmaking van lage werkloosheidscijfers.

Deze opeenvolging leidt tot twee conclusies: Ten eerste zal het systeem alleen maar onstabieler, onbarmhartiger en minder aanvaardbaar worden. Ten tweede dreigt de verwerping van alle vormen van samenwerking en regulering die voor het systeem van intrinsieke waarde zijn.

Een alternatieve strategie moet berusten op vier prioriteiten: Ten eerste: een herstructurering van het internationale monetaire stelsel zodanig dat het economisch disfunctioneren, de speculatie en de excessieve rentestand in de wortel worden aangepakt.

Dit is wat de invoering van een Europese munt zo belangrijk maakt. Een wereldeconomie met drie monetaire polen - dollar, yen en euro - zal de vorming van een nieuw internationaal monetair stelsel mogelijk maken.

Ten tweede: hoewel een vrij verkeer van internationaal kapitaal niet meer ongedaan te maken is, moet het feit dat dit vrij van kosten gebeurt, zelfs bij de meest speculatieve transacties, worden aangepakt.

Ten derde: we moeten mondiale economische groei stimuleren als een middel ter bestrijding van ongelijkheid en werkloosheid. Volgens de verklaring van de Socialistische Internationale van Lyon moeten de rijke landen hun verplichting erkennen om landen in nood te helpen met programma's ter bestrijding van de armoede en door voorwaarden te scheppen voor reële, duurzame ontwikkeling.

Ten vierde: er moet een begin worden gemaakt met de hervoming van alle politieke instellingen, waarvan de G7 het voorbeeld bij uitstek is. Thans beperken de rijke landen het debat uit eigenbelang, en eigenen zich zo de macht tot het nemen van beslissingen toe. De politieke vertegenwoordiging moet worden verbreed van de G7 naar een 'C5', dat wil zeggen van de zeven rijkste landen naar alle vijf continenten.

Uit wat we hebben gezien blijkt duidelijk dat de globalisering in twee richtingen verder kan gaan: meedogenloze deregulering of nieuwe regulering - de wet van de jungle of de rechtsstaat.

De keus is aan ons.

    • Pierre Mauroy
    • Voormalig Premier van Frankrijk