De slag om het ziekenfonds

Het kabinet probeert de marktwerking te vergroten. Het trekt ten strijde tegen afspraken van fabrikanten en beoefenaren van vrije beroepen, die de concurrentie beperken om zo prijzen en marktaandelen vast te leggen. Na de makelaars, het notariaat, advocaten en taxivervoerders moeten binnenkort ook tandartsen, fysiotherapeuten en accountants eraan geloven.

Nu moeten consumenten zich hier voorlopig niet al te veel van voorstellen. Wie een huis zoekt zal hebben gemerkt dat tariefafspraken weliswaar formeel verboden zijn, maar dat veel makelaars nog steeds min of meer standaardtarieven hanteren. Elk initiatief dat beoogt de werking van markten te verbeteren valt echter toe te juichen. Zo komen ondanks taai verzet van belanghebbenden kunstmatig hoog gehouden prijzen onder druk te staan, terwijl het dienstbetoon van ondernemers verbetert.

Soms maakt de rijksoverheid gemene zaak met machtige kartels, geheel in strijd met het beleid dat de marktwerking wil verbeteren. Dit is het geval bij de ziektekostenverzekering. Daar kent ons land al sinds jaar en dag een scherpe tweedeling. Ongeveer 9,5 miljoen werknemers en uitkeringsontvangers jonger dan 65 jaar zijn verplicht bij een ziekenfonds verzekerd, ook al zou het sluiten van een particuliere verzekering soms een stuk goedkoper zijn. Beslissend is het bruto jaarinkomen uit of in verband met arbeid. Ligt dit beneden de 'loongrens' van 59.700 gulden, dan heeft men geen keus. Voor 65-plussers geldt een eigen loongrens: het jaarinkomen uit AOW en arbeid mag niet hoger zijn dan 31.450 gulden. Wie naast zijn AOW een bescheiden aanvullend pensioen geniet, mag tegen een relatief geringe premie in het ziekenfonds. Ook wanneer hij eerder particulier was verzekerd. Dit geldt zelfs voor miljonairs, die naast hun AOW-uitkering omvangrijke vermogensinkomsten genieten (dit zijn immers geen inkomsten uit arbeid). Anderzijds moeten arbeiders die hun hele leven in het ziekenfonds zaten vaak op hun 65ste een particuliere ziektekostenverzekering sluiten, omdat zij dank zij het aanvullende pensioen (wat) boven de loongrens van 31.450 gulden uitkomen. Die mensen snappen daar echt niets van.

Minister Borst van Volksgezondheid wil iets aan deze rare toestanden doen. Als het aan haar ligt, kunnen miljonairs straks niet meer in het ziekenfonds. De bewindsvrouw wil verder de loongrens voor 65-plussers optrekken tot 38.300 gulden. Ouderen hoeven bovendien niet langer tegen hun zin uit het ziekenfonds. Deze maatregelen bezorgen de ziekenfondsen ongeveer tweehonderdduizend nieuwe klanten, ten koste van de particuliere verzekeraars. Om hun marktaandeel te beschermen, wil minister Borst tegelijkertijd 220.000 werknemers van het ziekenfonds laten verkassen naar een particuliere verzekeraar. Daartoe zou de loongrens op 59.700 gulden moeten worden bevroren. Door loonsverhogingen groeit in 1997 dan een deel van de middengroep uit het ziekenfonds. Minister Melkert van Sociale Zaken is fel tegenstander van deze maatregel. Hij is beducht dat het ziekenfonds op den duur een voorziening voor louter arme lui wordt. Toenemende tekorten zouden ten laste van de begroting van zijn ministerie moeten worden aangevuld en Melkert wil geen tegenvallers.

Collega Borst wenst de marktaandelen van particuliere verzekeraars en ziekenfondsen gelijk te houden, omdat zij bij de lopende herziening van het stelsel van ziektekosten de steun van Zorgverzekeraars Nederland niet kan missen. Die koepelorganisatie bundelt de krachten van bijna dertig ziekenfondsen en ongeveer vijftig particuliere verzekeraars. Ondanks hun soms tegengestelde belangen hebben beide partijen een gewapende vrede gesloten: bij stilzwijgende afspraak zijn de bestaande marktaandelen bevroren. Mevrouw Borst honoreert die kartelafspraak, omdat het kabinet streeft naar 'convergentie'. Het hoopt dat particuliere verzekeraars het verplicht verzekerde ziekenfondspakket met een bijbehorend eigen risico aan hun klanten gaan aanbieden. Zo zou het onderscheid tussen beide verzekeringsvormen op den duur kunnen verdwijnen. Om de medewerking van de particuliere verzekeraars te verkrijgen, zet zij zich in voor het behoud van hun marktaandeel.

Pikant is dat minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken spelbreker kan worden. Net als zijn voorgangers wil hij de ambtelijke arbeidsvoorwaarden steeds meer gelijk trekken met die van werknemers in het bedrijfsleven. Zo vallen ambtenaren met ingang van 1998 onder de WW en de WAO. Op dit moment zijn ambtenaren uitgesloten van de ziekenfondsverzekering. Ook die uitzonderingspositie staat ter discussie. Het ligt nogal voor de hand, ambtenaren met een salaris beneden de loongrens in de toekomst naar het ziekenfonds over te laten gaan. Alleen wie meer verdienen, houden hun particuliere verzekering. Voor de particuliere verzekeraars is dit een schrikbeeld: zij zouden ruim een half miljoen rijksambtenaren en onderwijsgevenden als klant verliezen. Zij oefenen daarom achter de schermen grote druk uit om alle rijksambtenaren en onderwijsgevenden onder te brengen in een speciale regeling, die door particuliere verzekeraars wordt uitgevoerd.

Het onderscheid tussen ziekenfonds- en particuliere verzekering is achterhaald. De inkomensafhankelijke ziekenfondspremie is niet van deze tijd. Ook de prijs van brood, onderdak en andere goederen die in eerste levensbehoeften voorzien is voor iedereen hetzelfde, ongeacht de hoogte van het inkomen. Na afschaffing van de ziekenfondsverzekering kunnen mensen die te weinig inkomen hebben om hun premie te voldoen op twee manieren worden geholpen. Ten eerste kan de overheid deze verzekerden subsidie geven, te vergelijken met huursubsidie voor wie in verhouding tot zijn inkomen hoge woonlasten heeft. Het bezwaar is dat mensen die subsidie kwijt raken, wanneer zij meer gaan verdienen.

Die 'armoedeval' straft eigen initiatief. Een andere oplossing verdient daarom de voorkeur. Daarbij verplicht de overheid verzekeraars een sober pakket aan te bieden tegen een (te) lage premie. Het verlies op deze polissen wordt door de overheid vergoed. De overheid beoordeelt of aanvragers voor deze polis in aanmerking komen, door hun inkomen te toetsen aan bij de fiscus bekende gegevens.

Bij dit alternatief neemt de marktwerking toe, ontploft het kartel van de zorgverzekeraars, 'convergeert' het verzekerde pakket en zal de gemiddelde premie dalen. Het kabinet kan vier vliegen in één klap slaan. Waarom nog langer gedraald?