De netwerkcomputer werkt niet

Volgens invloedrijke bedrijven als IBM, Netscape, Apple, Sun, en Oracle krijgen we vanaf de komende herfst met een nieuw soort computer te maken: de netwerkcomputer. In de vakbladen is de afkorting NC al in zwang. Het zou een apparaat moeten zijn dat zijn programmatuur en gegevens niet zelf bewaart, maar deze van Internet haalt.

Het zou daardoor kunnen werken zonder harde schijf, zonder diskettes, en zonder een omvangrijk besturingssysteem als Windows 95. De netwerkcomputer zou eenvoudig te gebruiken zijn en maar 500 dollar (800 gulden) kosten, waarmee twee belangrijke bezwaren voor consumenten zouden vervallen. De siliciumindustrie zou een nieuwe stimulans krijgen. In één moeite door zou de macht van Bill Gates worden gebroken, want niemand zou van hem meer software hoeven kopen.

Van deze visie klopt niets, om de volgende redenen:

1. De weg te laten onderdelen zijn te goedkoop. Windows 95 kost ongeveer 200 gulden. Een diskdrive nog geen 100. Een zeer grote harde schijf van een Gigabyte is te krijgen voor minder dan 400 gulden. Dat zijn winkelprijzen van onderdelen, dus aan de kostprijs van een kale PC van 2.000 gulden dragen ze nog minder bij. Zelfs als je in een netwerkcomputer genoegen zou nemen met een verouderde processor en met minder geheugen dan nu gebruikelijk is, zou je geen 60 procent van de prijs van de PC af krijgen. Tenzij natuurlijk computers over de hele linie weer goedkoper worden (wat zeker zal gebeuren), maar dan slinkt het voordeel van de NC navenant. Wie nu een computer wil hebben voor 800 gulden kan zich melden op de tweedehands markt en heeft er dan een mèt harde schijf, Windows en een floppy-drive.

2. Zelfs als een netwerkcomputer goedkoop zou zijn in aanschaf, dan nog is hij duur in het gebruik. Een NC is tijdens gebruik per definitie voortdurend op Internet of een ander netwerk aangesloten. Dat kost de consument ruim vijf gulden per uur, inclusief telefoonkosten.

3. Je kunt niet zonder harde schijf. De opmars van de schootcomputers maakt duidelijk dat mensen computers willen zonder draden. Die machines moeten dus hun eigen programma's en gegevens bij zich hebben. Een harde schijf is de goedkoopste manier om dat te realiseren.

4. Internet is niet snel genoeg. Elke keer dat je op een netwerkcomputer een bepaald programma wilt gebruiken, laten we zeggen een tekstverwerker, moet dat programma over het netwerk naar de NC worden getransporteerd. Deze heeft immers geen eigen opslagmogelijkheid. Een rudimentaire tekstverwerker als Wordpad (onderdeel van Windows 95) is 181 Kilobyte groot. Een voor consumenten gebruikelijke Internetverbinding heeft minuten nodig om zo'n bestand af te leveren. Dat accepteert de moderne computergebruiker niet; die is gewend aan het inlezen van veel grotere bestanden in seconden, vanaf de harde schijf.

5. Internet is niet betrouwbaar genoeg. Op Internet kan een locatie die je gewend bent te bezoeken zomaar opeens verdwijnen. De exploitant is opgekocht, failliet, veroordeeld, of heeft er gewoon geen zin meer in. Of hij besluit entree te heffen. Het zou niet prettig zijn voor de computergebruiker om voor programmatuur afhankelijk te zijn van onvoorspelbare derden. Een andere kwade kans is dat het niet lukt de noodzakelijke verbinding tot stand te brengen. Telefooncentrale defect, Internetaanbieder bezet, en dergelijke.

En waar laat je je data, je tekeningen, foto's, verhalen, adressenbestanden, financiële administratie? Het ligt voor de hand dat de NC-bezitter dat doet bij zijn Internetaanbieder. Op het ogenblik stellen aanbieders al enkele Megabytes aan gebruikers ter beschikking. Grootverbruikers van harde-schijfruimte zouden waarschijnlijk wel extra moeten gaan betalen. Maar volgens een recent onderzoek van Moret, Ernst & Young zijn Internetaanbieders niet erg klantvriendelijk. Zo bleken in maart 40 van de 128 aanbieders niet bereikbaar, noch telefonisch, noch per e-mail. Als je dan door een technisch euvel niet bij je data kunt komen, kun je het probleem niet eens melden, laat staan verhaal halen.

6. Je verliest de controle over je software. Een van de voordelen van de NC zou zijn dat nieuwe versies van een programma automatisch arriveren en geïnstalleerd worden. Het is de vraag of de gebruiker daar blij mee moet zijn. Nieuwe versies zijn altijd groter dan oude, kosten dus meer tijd bij het laden, werken langzamer en, het vervelendst van alles, weigeren soms bestanden te behandelen die met een voor-vorige versie zijn gemaakt. Niet voor niets bewaren veel mensen oude versies van hun programmatuur, maar met een NC zoals die nu wordt geschetst is dat niet langer mogelijk.

De netwerkcomputer heeft de consument, ondanks de mogelijk lage prijs, geen voordelen te bieden. Voor bedrijven ligt dat anders. Een bedrijf kan in principe beschikken over een snel en betrouwbaar eigen netwerk en over een eigen centrale harde schijf. De NC betekent dan een complete terugkeer naar de tijd van de centrale computer met terminals op de werkplek. Daarmee kunnen de bezigheden van werknemers beter worden gecontroleerd, en de veiligheid (in verband met virussen bijvoorbeeld) is ermee gediend. Maar of het er voor employés leuker op wordt is de vraag.

    • Herbert Blankesteijn