CBS ziet structurele tegenvaller in begroting

ROTTERDAM, 23 JULI. Het begrotingstekort van het rijk over dit en volgend jaar kan hoger uitvallen dan tot nu toe geraamd, door structurele tegenvallers bij de inkomstenbelasting. Dit blijkt uit de nationale rekeningen over 1995 die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen heeft gepubliceerd.

Uit de cijfers blijkt dat het begrotingstekort, volgens de definitie die wordt gehanteerd voor de toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU) over 1995 geen 3,4 procent, maar 3,7 procent bedroeg.

Het CBS schroefde ook het cijfer voor de economische groei over 1995 terug, van de eerder geraamde 2,4 procent tot 2,1 procent. Die lagere economische groei is volgens een woordvoerder van het CBS echter niet de directe oorzaak van het hoger uitvallende begrotingstekort. “In 1993 en 1994 groeide de economie juist veel sneller dan tot nu toe was vastgesteld, waardoor de omvang van het bruto binnenlands produkt (bbp), ondanks de lagere groei in 1995 ongeveer gelijk is gebleven.” Zo groeide de economie in 1994 niet met 2,7 procent, maar met 3,4 procent.

Het tegenvallende begrotingstekort over 1995 moet daarom volgens het CBS volledig worden toegerekend aan structureel minder hoge belastingontvangsten. Die structurele factor kan doorwegen in de begroting voor het lopende jaar en die voor 1997. Voor dit jaar rekent Financiën op een EMU-tekort van 2,8 procent. Over 1997 wordt voorlopig gerekend met een tekort van tussen 2,0 procent en 2,6 procent. Het verschil tussen deze twee laatste percentages hangt af van de keuze van het kabinet voor een snelle of geleidelijke vermindering van het opgelopen tekort bij de financiering van de sociale zekerheid.

Het CBS sprak vanmorgen ook van een “dramatische” stijging van de staatsschuld van 77,3 procent van het bbp in 1994 naar 79,6 procent in 1995. Al eerder had Financiën bericht dat de staatsschuldquote 0,5 procent hoger uitkwam dan de 79 procent die eerder was geraamd - hoewel een bedrag dat neerkomt die zelfde 0,5 procent eind vorig jaar wel terug te vinden was in een extra tegoed van het rijk bij de Nederlandsche Bank.

Het Verdrag van Maastricht stelt als toetredingseisen voor de EMU onder meer dat het begrotingstekort niet meer mag bedragen dan 3 procent van het bbp, en de staatsschuld niet meer dan 60 procent. Als de staatsschuld toch hoger is, zoals bij Nederland het geval is, is een “daling in een bevredigend tempo” nodig. De EMU-kandidaten worden getoetst op basis van de begroting over 1997. Een woordvoerder van het ministerie van Financiën zei vanmorgen dat het verschil in raming van het begrotingstekort tussen Financiën en het CBS over 1995 “geen alarmbellen doet rinkelen” bij het ministerie. “Ook in de voorjaarsnota bleek een verschil van 0,2 procent tussen de begrotingsramingen te bestaan. Men maakt zich daar hier niet druk om.”