Bestuurlijke hervorming moet Mali zijn ziel teruggeven

Decentralisatie wordt door veel intellectuelen gezien als de weg voorwaarts voor Afrika. Slechts door de Afrikaanse burger direct bij het bestuur te betrekken zou 'echte' democratisering van het continent mogelijk zijn. In Mali blijken er echter veel haken en ogen aan decentralisatie verbonden te zijn.

BAMAKO, 23 JULI. “Met de decentralisatie krijgt Mali zijn ziel terug.” Bakary Soumano, het 'hoofd' van de griots (de traditionele verhalenvertellers) van de Malinese hoofdstad, Bamako, zegt het met grote tevredenheid. Drie jaar geleden begon in Mali, mede op aandrang van buitenlandse donoren, een omvangrijke bestuurlijke hervorming waardoor het overheidsgezag aan legitimiteit en efficiëntie zou moeten winnen. Democratische verkiezingen voor de nieuwe gemeenteraden moeten de decentralisatie begin volgend jaar, tegelijk met verkiezingen voor een nieuwe president en een nieuw parlement, afronden.

Soumano is griot, een verhalenverteller. Hij spreekt bij rituele hoogtepunten in het leven van mensen en lost conflicten op. “Wij zijn het cement van de samenleving. Een rol die door de Fransen bijna werd vernietigd”, zegt Soumano. Het enthousiasme van de griot over de decentralisatie en de zogeheten découpage (gemeentelijke herindeling) lijkt breed gedragen door zowel de traditionele als de moderne politieke elite. Ba N'Diaye, secretaris-generaal van de belangrijkste oppositiepartij, Congrès National d'Initiative Démocratique (CNID), ziet het als een belangrijke versterking van de democratie: “De macht aan het volk, zoals het hoort.”

Internationale donoren, waaronder de Wereldbank, prijzen Mali om de democratisering die vanaf 1991 is ingezet. In dat jaar stuurden militairen het 'communistische' bewind van Moussa Traoré na bloedige conflicten in de hoofdstad weg. Het land kent sindsdien persvrijheid en telt uiteenlopende politieke partijen. Maar bij de eerste democratische verkiezingen van Mali, in 1992, ging slechts twintig procent van de kiezers naar de stembus. De decentralisatie zelf is volgens Noëll Diarra, functionaris bij het bureau dat het proces coördineert, een administratieve aangelegenheid: het verplaatsen van bestuursbevoegdheden van de centrale overheid naar lagere autoriteiten. Maar door de politieke verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij de mensen zelf te leggen, hoopt de politieke elite de bevolking warm te maken voor de democratie.

“Een democratische samenleving”, zegt Diarra, “kan niet zonder plaatselijke autoriteiten die het vertrouwen van de bevolking genieten. De centrale overheid heeft besloten om één stap terug te doen om vervolgens twee stappen vooruit te kunnen maken. We grijpen terug naar de traditionele verbanden zodat we een democratische en moderne toekomst kunnen bouwen.”

Het is deze decentralisatie die bij de griot Soumano tot groot enthousiasme leidt. “Zij herstelt de gemeenschapsband die door het Franse koloniale gezag werd verscheurd.” Hij vervolgt: “Vraag iemand uit het arrondissement Sibi hoe het is om daar deel van uit te maken en hij begrijpt niet waar je het over hebt. Maar vraag hem wat het is om een Kanibala te zijn en je zult een glinstering zien in zijn ogen. Door het teruggrijpen op de oude gemeenschappen worden de tradities en verbanden van vroeger hersteld. De mensen in Mali hebben, door alle nadruk van de afgelopen jaren op economische ontwikkeling, hun ziel verloren. Deze fout wordt nu hersteld. Met de oude verbanden komen ook de waarden van vroeger, zoals ontzag voor ouderen en gemeenschapszin, weer terug.”

N'Diaye van de oppositiepartij CNID, een partij die positief staat tegenover de beginselen van de decentralisatie, acht de découpage (waarbij mensen op basis van vrijwilligheid plaatselijke gemeenschappen vormen en daarbij vaak uitgaan van clanverbanden) een risicovolle aangelegenheid. “Mensen aanspreken op hun clanverband is gevaarlijk”, vindt N'Diaye. “Etnische conflicten liggen op de loer als mensen niet meer in de eerste plaats Malinees zijn, maar bijvoorbeeld weer Fakala.”

Behalve kritiek op de découpage heeft CNID kritiek op de werkwijze rond de decentralisatie. Wat begon als een versterking van de democratie en een verbetering van de efficientie is volgens N'Diaye uitgelopen op een grote show rond de meerderheidspartij Adema van president Alpha Oumar Konaré. “Adema beheerst het hele proces. Ons wordt nooit om onze mening gevraagd. De topfiguren van het bureau dat de decentralisatie moet uitvoeren, zijn lid van Adema. Daardoor zijn de campagnes die het volk moesten voorlichten over de decentralisatie, verworden tot mobilisatiecampagnes voor die partij. De decentralisatie is een centraal vanuit Bamako georkestreerde gebeurtenis die niets meer van doen heeft met het oorspronkelijke doel, namelijk de macht aan het volk.”

De praktijk lijkt de CNID vooralsnog in het gelijk te stellen. De decentralisatie is tot nog toe vooral een aangelegenheid van de bestuurders uit de hoofdstad. De sensibilisatiecampagne, zoals de voorlichting over de decentralisatie en de découpage heet, is vooral de laatste tijd in hevigheid toegenomen en moet het enthousiasme in het land voor de aanstaande hervormingen oppeppen.

Daartoe organiseert het decentralisatiebureau vergaderrondes in het hele land, discussies op radio en televisie en presenteert het de decentralisatie in de advertentieruimtes van dagbladen en tijdschriften. Een medewerker van het bureau legde tijdens een bijeenkomst in Bamako de noodzaak van de 'sensibilisatie' uit. “Boeren in het land zeggen: ach, het is van jullie, het komt uit Bamako op ons hoofd gevallen. Wat moeten wij ermee? Wij leggen dan uit dat de decentralisatie goed voor ze is, dat niet wij maar zij het moeten doen. Dat zij het proces zelf ter hand moeten nemen.”

Drie keer zijn “de mannen uit Bamako” langs geweest in het dorpje Makaro, zo'n tachtig kilometer van de hoofdstad, om tekst en uitleg te geven over de decentralisatie. Bemba Konaté, de marabout (islam-leraar en 'tovenaar') van het dorpje, heeft de verhalen over de aanstaande veranderingen gehoord. Erg enthousiast hebben 'de mannen uit Bamako' hem nog niet gemaakt.

Konaté pakt uit de la van zijn bureautje drie dikke boeken die elk met een lint zijn dichtgestrikt. Hij ontknoopt van een van de boeken het lint. Konaté toont het werk van zijn vader en grootvader, die al decennia geleden notities maakten van de lotgevallen van het dorp. “Hierin staat de geschiedenis van het dorp; alle problemen die er geweest zijn en de bijbehorende oplossingen.”

Als het door Bamako benoemde dorpshoofd niet weet hoe hij een probleem moet oplossen, komt hij voor advies bij de marabout. Dat zal na de decentralisatie niet veranderen, weet Konaté. En zeker niet als het dorpshoofd gekozen gaat worden.

“Politici doen beloften die ze niet na kunnen komen. Als ze eenmaal zijn gekozen, zullen ze bij mij komen voor advies.” Konaté vreest dat hij de problemen van de politici moet gaan oplossen, “op basis van de kennis in de boeken”.

Maar waarom stelt Konaté zichzelf dan niet kandidaat voor een bestuurspost? “Dat is niet mijn taak in de gemeenschap. Een marabout moet een schakel zijn tussen de mensen, iemand die conflicten kan oplossen en mensen de weg kan wijzen uit hun problemen. Zo zijn politici niet.” Ook de griot Soumano denkt er niet aan zich verkiesbaar te stellen. “Ik heb al een belangrijke post. Als ik met een politicus een zaal inloop, komen de mensen naar mij toe. Mensen vertrouwen mij. Zodra je bent geïdentificeerd als politicus, dan ben je een leugenaar, een bedrieger.”

Het gebrek aan vertrouwen in politici kwam al bij de verkiezingen in 1992 aan het licht. De beperkte mogelijkheden van de overheid en van politici om in de jaren daarna verkiezingsbeloften in te lossen (Mali behoort tot een van de armste landen ter wereld en werkt sinds 1987 aan een streng programma van structurele aanpassing), heeft het vertrouwen nog verder verzwakt.

“Alle politieke partijen”, zegt Assouman Maiga, een leraar in Bamako, “hebben na de verkiezingen van 1992 leden verloren. Nadat duidelijk werd dat geen enkele politicus zich aan zijn beloften kon houden, hebben mensen zich van de politiek afgekeerd.” Mensen moeten, vindt Maiga, meer op zichzelf en de vertegenwoordigers van de oude tradities vertrouwen. “Ik ben de enige die mijn eigen problemen kan oplossen. De griot of de marabout heeft de wijsheid om mij daarbij te adviseren. Dat wat de politicus moet doen, is zich zo min mogelijk met mij bemoeien.”

De griot en de marabout verdienen, in tegenstelling tot de partijpoliticus, het vertrouwen van Maiga. Want “zij kennen mijn leven, mijn verhaal”. Als de decentralisatie Maiga “bevrijdt” van “de politici die mij altijd weten te vinden als ze mijn stem of mijn geld nodig hebben, maar zich stil houden als iemand in mijn familie stervende is”, dan acht hij het een geslaagd proces.

    • Aernout Zevenbergen