Zomergast Jan Vrijman wilde niet oordelen

Oom Jan leert zijn neefje nuanceren - zo ongeveer was het gisteravond, toen Jan Vrijman zich in de tweede aflevering van Zomergasten drie uur en drie kwartier overeind hield tegenover zijn naar onwankelbare waarde-oordelen hengelende ondervrager Freek de Jonge. Waar de gast diverse fragmenten alleen wilde betitelen als fascinerend, belangrijk of interessant, wilde de gastheer oordelen horen.

Dat leidde tot bezienswaardige botsingen (“nee dominee, hoor 's goed, ik wil d'r verder niks mee”) en typerende uitspraken (“de mensen moeten meer nadenken, meer lernen”), maar ook tot dubieuze momenten waarop Vrijman in vredesnaam maar instemde met De Jonge. Bijvoorbeeld na een reeks fragmenten met de Amerikaanse senator McCarthy, de communistenjager van begin van jaren vijftig, toen De Jonge vaststelde dat de man achteraf - gezien de nederlaag van het communisme - toch nog had gewonnen. Vrijman aarzelde even en knikte, maar zo eenvoudig is die kwestie natuurlijk niet: McCarthy was een heksenjager die korte metten maakte met onafhankelijk denkende mensen, en ik denk niet dat dáárdoor het Sovjet-rijk ineen is gestort.

De conversatie, die vaak een confrontatie was, leek zich te concentreren op een misverstand over Vrijmans levenshouding. Hij is, zoals hij op de voorpagina van de VPRO-gids van deze week schreef, een “kind uit de crisisjaren dertig” en heeft zijn leven lang getracht dingen bloot te leggen, zichtbaar en kenbaar te maken, die in zijn tijd onder het kamerbrede tapijt van de Nederlandse samenleving verborgen bleven. Hij keek als eerste met de camera rond bij een gebedsgenezer, hij was de eerste die in een film serieuze vragen stelde aan kinderen. Hij was in de eerste plaats verslaggever. “Ik raak gefascineerd door àlles,” zei hij gisteravond. Het ging hem niet in de eerste plaats om de waarde-oordelen die Freek de Jonge van hem wilde horen. Hij wilde de mechanismen laten zien, liefst van beide kanten, opdat de burger door kennis tot nadenken - en pas daarna tot oordelen - zou komen. Veel vragen beantwoordde hij dan ook niet met een mening, maar met een feitenrelaas.

Zó ver gaat Vrijman blijkbaar in die fascinatie, dat hij ook geen oordeel wilde uitspreken over een filmpje van de Amsterdamse zender AT5, waarin interviewer Rik Zaal tijdens een bezoek aan wethouder Ter Horst in beeld een pakje sigaretten ging halen. “Pedanterie”, vond De Jonge, en ik neig ernaar hem gelijk te geven. “Nee, interessante televisie”, zei Vrijman.

Het opmerkelijkste moment van de hele uitzending kwam aan het slot, toen de gast een stukje van het duo Neerlands Hoop uit 1978 wilde vertonen. De Jonge, die daarvan immers deel uitmaakte, verdween pontificaal uit beeld, waarna Vrijman in een reeks retorische vragen liet doorschemeren dat hij de Freek van toen veel leuker vindt dan de Freek van nu. Wat daarop volgde, bleek echter een nogal melig scènetje uit een tv-uitzending te zijn, dat hopeloos gedateerd was. Merkwaardig, want er is van Neerlands Hoop heel wat beter materiaal bewaard gebleven.

Ten slotte zei Jan Vrijman, consequent aan zijn levenshouding, te hopen dat hij met deze avond weer wat mensen aan het denken had gebracht, dat “ze hun harses een beetje hebben laten werken”. Dàt is wat mij betreft, mede door de tegenwerpingen van Freek de Jonge, gelukt. Hij was een fascinerende, belangrijke, interessante Zomergast.

    • Henk van Gelder