Wie beoordeelt wie

HET PROBLEEM IN de Nederlandse besluitvormingsstructuur is vaak terug te voeren op zoekgeraakte verantwoordelijkheden. Veel van de parlementaire enquêtes en onderzoeken die de afgelopen jaren zijn gehouden, hebben van dit verschijnsel boeiende voorbeelden opgeleverd.

De strikte scheiding van verantwoordelijkheden die op papier was vastgelegd, bleek in de praktijk tot een onoverzichtelijke kluwen van niet-gereglementeerde betrokkenheid van diverse (belangen)groepen te leiden.

Voor het politieke bedrijf als zodanig gaat hetzelfde verhaal op. De strikte scheiding tussen regering en parlement wordt enerzijds algemeen erkend. De regering regeert, het parlement controleert. Maar in de praktijk is ook dit onderscheid veel vager. Een regering blijkt niet te kunnen regeren zonder voortdurend vooroverleg met de 'bevriende' coalitiefracties in het parlement.

De vraag is al lang niet meer monisme of dualisme. Het gaat om een tussenvorm waarbij de mate waarin regering en parlement elkaar vrijlaten bepalend is. De ruimte wordt keer op keer vastgesteld, waarbij telkens weer sprake is van het wederzijds aftasten van de grenzen.

Als in dit toch al voor de kiezer diffuse proces niet een aantal basisregels in acht wordt genomen, dreigt al gauw complete mist. De uitlatingen van minister-president Kok in het dagblad Het Parool van afgelopen zaterdag passen in de categorie bandeloos optreden. Kok beklaagt zich in het vraaggesprek over de stijl van politiek bedrijven. Hij verwijt de politiek het “opvoeren van handstandjes”, omdat die “sneller de kolommen van de media halen dan dingen die doorwrocht gebeuren”. Te veel politici gedragen zich volgens hem naar de wetten van de media.

UIT DE CONTEXT van Koks woorden valt op te maken dat hij met politici vooral parlementariërs bedoelt. Zo stelt hij vraagtekens bij de snelle manier waarop de Tweede Kamer zich van het onderzoekswapen bedient en vervolgens met de conclusies van onderzoeksrapporten omgaat. Stuk voor stuk zijn het zaken om over na te denken. Alleen, willen de verhoudingen zuiver blijven dan gaat het niet aan dat de minister-president zich inlaat met de werkwijze van de Tweede Kamer en de manier waarop parlementariërs zich manifesteren. Kok wil premier van alle Nederlanders zijn. Dat verschaft hem niet het recht oordelen te vellen over zijn controleurs.