Vlaams publiek is wat zuiniger met applaus

Vlaanderen is 'in'. Of het nu gaat om Vlaamse mode, muziek, toneel, bier, dans, schrijvers, Goedele Liekens of Luc Nilis - het slaat aan in Nederland. Iedere zichzelf respecterende uitgever heeft Vlamingen in zijn fonds. De directeur van het Van Abbemuseum is Vlaams, net als zijn collega van Boijmans-van Beuningen. Ook in de theaterwereld volop Vlamingen: Toneelgroep Amsterdam heeft ze onder zijn topacteurs, Het Zuidelijk Toneel wordt geleid door de Vlaamse Ivo van Hove.

Dirk Tanghe leidt de Paardenkathedraal in Utrecht, terwijl Jan Fabre regelmatig in Nederland regisseert, exposeert of de choreografie maakt voor Het Nationaal Ballet.

“In Nederland is een toenemende belangstelling voor Vlaanderen. De interesse verandert van matig toeristisch naar inhoudelijk cultureel”, constateert Guido Vereecke. De directeur van het Vlaams Cultureel Centrum de Brakke Grond in Amsterdam zag het bezoekersaantal groeien tot zo'n vijftigduizend per jaar. Volgens Vereecke richt “de gretige nieuwsgierigheid van Nederlanders, die liefst willen weten over verre landen”, zich nu ook op de zuiderbuur.

Hadden schrijvers als Hugo Claus en Marnix Gijsen al in de naoorlogse periode succes in Nederland, de laatste tijd zijn Vlaamse auteurs niet meer weg te denken. Ze zijn bij uitgevers onder meer in trek om hun 'venijnige ironie'. Onlangs nam ook de populariteit van Vlaamse popmuziek een vogelvlucht. Het begon met de Antwerpse rockgroep dEUS, gevolgd door onder andere K's Choice, Metal Molly en Moondog Jr die deze maand optrad op het North Sea Jazz Festival. Ook 'televisievlamingen' trekken naar het noorden. Zo presenteert Jo de Poorter bij SBS6 de sportkwis 'E.K. Kripto'. Mark Uytterhoeven was afgelopen seizoen co-presentator van 'Tien voor Taal' en Goedele Liekens zat in 'Wie van de Drie'.

Overigens lijken de openbare omroepen als instrument van cultureel contact tussen Nederland en Vlaanderen te falen. Slechts drie procent van de Nederlanders kijkt naar de BRTN, Nederlandse zenders trekken in Vlaanderen maar vijf procent.

De uitwisseling is niet enkel eenrichtingverkeer. Herman van Veen trad onlangs op in Vlaanderen, Kees van Koten heeft een column in het weekblad Humo, Connie Palmen en Adriaan van Dis trokken volle zalen op hun Vlaamse toernee. Brussel organiseert volgend jaar een Nederlandse veertiendaagse, eindigend op Koninginnedag en Freek de Jonge brengt zijn eindejaarsprogramma dit jaar vanuit de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS). Jan Ritsema regisseert regelmatig in het Brusselse Kaaitheater en bij de KVS spelen de Nederlandse acteurs Hans Ligtvoet en Wim van der Grijn. Grote verschillen met Nederland merkt Ligtvoet trouwens niet. “Het publiek is wat rustiger en zuiniger met applaus. En collega's kletsen minder, er wordt strakker gewerkt.”

Op het gebied van theater bestaan geen grenzen meer tussen Nederland en Vlaanderen, stelt Hugo de Greef, directeur van het Kaaitheater. “Als wij acteurs zoeken, kijken we naar Vlamingen èn Nederlanders.” De populariteit van het Vlaamse toneel groeide al in de jaren tachtig, toen een 'Vlaamse Golf' over Nederland spoelde. “Vlaams toneel was toegankelijk en hilarisch, terwijl het Nederlandse was verstard”, zegt Eric Antonis van de Vlaams-Nederlandse commissie Podiumkunsten. “Het intuïtieve, bourgondische van het Vlaamse toneel is in Nederland opgepikt. Andersom zijn wij jaloers op het dramaturgische van een Jan Ritsema.”

Voor het theater zijn de grenzen vervaagd, in de beeldende kunst komt de samenwerking maar aarzelend op gang. Vorig jaar initieerde de Nieuwe Brabantse Kunst Stichting 'Grafiek op de grens': een expositie van grafici uit Noord-Brabant en Vlaanderen. Volgend jaar volgt een project met ook Limburg en Zeeland. Op de Biennale van Venetië presenteerden Vlaanderen en Nederland vorig jaar samen werk van jonge kunstenaars en volgend jaar organiseren Jan Hoet en Rudi Fuchs er de expositie 'het grijze licht der lage landen'. Gezamenlijke presentatie in het buitenland lijkt een trend in het gemeenschappelijk beleid. Het is het doel van het GENT-onderwijsprogramma en ook op de Frankfurter Buchmesse in 1993 en vorig jaar tijdens de boekenbeurs Liber in Barcelona traden Vlaanderen en Nederland samen naar buiten.

Om het gezamenlijk beleid te stimuleren, sloten Nederland en Vlaanderen vorig jaar een cultureel verdrag. Van Vlaamse kant lijkt de verwachting hoger dan in Nederland. “Ik meen dat de invulling van het nieuwe culturele verdrag een hoeksteen kan worden van onze nieuwe betrekkingen”, aldus de Vlaamse minister-president Van den Brande. “De Vlamingen en het Vlaamse Parlement hechten zeer veel belang aan dit verdrag en de wijze waarop het zal worden uitgevoerd.” Een woordvoerster van staatssecretaris Nuis (cultuur): “Het verdrag is meer een bevestiging van de goede relaties dan een startschot.” Ook bestaan er andere verwachtingen van een eventueel Nederlands-Vlaams centrum, een Nederlands Huis, in Brussel. “Het gaat waarschijnlijk te veel kosten en past niet in het beleid van Nuis”, aldus de woordvoerster. Bij de Vlaamse overheid wordt gehoopt dat volgend jaar de eerste steen kan worden gelegd.

In zo'n Nederlands Huis moet worden uitgedragen wat Nederlanders en Vlamingen in de eerste plaats bindt: taal - een verbondenheid die sinds 1980 vorm vindt in de Nederlandse Taalunie. Toch zijn er verschillen. Zo leeft het dialect in Vlaanderen sterker, stelt Jozef Deleu van de stichting Ons Erfdeel. “Nog altijd leert de meerderheid van de Vlaamse kinderen pas op de kleuterschool dat een 'velo' eigenlijk fiets heet.” Voor hen is Nederlands niet moedertaal maar cultuurtaal. Bovendien is voor Vlamingen een eigen taal minder vanzelfsprekend: zij hebben er voor gestreden. Dat is waarschijnlijk de reden waarom ze fier hun taal verdedigen. Toen Harry Mulisch onlangs voorspelde dat over vijfenzeventig jaar het Nederlands is gereduceerd tot tweede taal, kwam Deleu direct in het verweer. Opvallend is dat Nederlanders hun taal wel verdedigen tegen de invloed van het Vlaams, bijvoorbeeld in het Groene Boekje dat woorden bevat als bavet (slabber), tutter (speen) en goesting (trek). “Waarom bedwingen de Vlamingen hun onverantwoordelijke neiging zich met onze taal te bemoeien niet?” schreef W.F. Hermans, die Belgen toch het aardigste volk ter wereld noemde. “Wij gaan bloemrijker met onze taal om”, verdedigt directeur Verheecke. “Mijn haren reizen te berge als ik hoor dat Vlaamse auteurs in Nederland worden hertaald.”

De gemeenschappelijke taal bindt. Toch stelt minister-president Van den Brande: “We zijn één taalgebied maar twee - zij het verwante - culturen.” Prof. E.H. Kossmann, auteur van De Lage Landen 1780-1980, concludeert dat Vlaanderen en Nederland elkaar cultureel niet zijn genaderd. “De discussie over cultuur wordt gevoerd tussen Vlamingen onderling en Nederlanders onder elkaar. Het zijn twee culturen naast elkaar - beide Nederlandstalig, maar niet in gesprek.” Ook Vereecke stelt: “Nederland en Vlaanderen zitten met de rug naar elkaar. Maar onze rug is wat breder. Nederlanders kijken gemakkelijker om.”