Samenwerking bij Pabo's geboden

ROTTERDAM, 22 JULI. De 40 pedagogische academies voor leraren basisonderwijs moeten in grotere eenheden samenwerken vanaf het schooljaar 1998/1999. Hetzelfde geldt voor de 254 tweedegraadsopleidingen voor docenten in het voortgezet onderwijs zoals die gegeven worden op tien hogescholen. Alleen dan blijven de opleidingen betaalbaar en van voldoende kwaliteit.

Dit is de opzet van een 'Plan van aanpak' dat vanmorgen in Den Haag is aangeboden aan de HBO-Raad door een commissie onder voorzitterschap van ir. W.C.M. van Lieshout. In totaal volgden in het schooljaar 1994/1995 19.203 studenten een opleiding tot onderwijzer op de basisschool en 19.474 studenten een opleiding voor tweedegraadsdocent op de middelbare school. De opleidingen voor eerstegraadsleraren aan de universiteiten vallen buiten het plan.

Schaalvergroting is onontkoombaar, zegt voorzitter Van Lieshout. Voor de Pabo's moeten er samenwerkingsverbanden met ten minste duizend leerlingen komen. De tweedegraadsopleidingen op hogescholen zullen per opleiding ten minste honderd leerlingen moeten tellen. In uitzonderingsgevallen kan worden volstaan met ten minste zestig leerlingen per vak. Dit studiejaar telt een kwart van de lerarenopleidingen voor het voortgezet onderwijs nog minder dan tien eerstejaars. Het ergst zijn de opleidingen voor natuurkunde, scheikunde, techniek en gezondheidskunde er aan toe. Soms heeft een jaar maar drie of vier studenten.

Het moet afgelopen zijn met jaarklassen die per opleiding te weinig leerlingen tellen, schrijven de opstellers van het plan. Dat is slecht voor de leerlingen, het is moeilijk om bij een dergelijke versnippering gekwalificeerde docenten te vinden, het is weinig efficiënt en het belemmert de noodzakelijke onderwijsvernieuwing.

Minister Ritzen (Onderwijs) heeft eerder in de Tweede Kamer uitgesproken dat bij de lerarenopleidingen fusies “onontkoombaar” zijn. Zo ver gaat het gepresenteerde plan niet. Gemikt wordt op samenwerking. Het is de bedoeling dat er regionale verbanden komen, in het westen, het zuiden en het noord-oosten van het land. In die regio's dienen de tweedegraadsopleidingen samen te werken. Voor de Pabo's worden de regio's gesplitst tot in totaal zes districten.

Om de kwaliteit van de opleidingen te waarborgen, worden gemeenschappelijke curricula opgesteld. Zo'n curriculum omvat 70 procent van de studielast. De overige dertig procent kan per opleiding naar eigen inzicht worden ingevuld. Te denken valt aan een extra vak, of aan bijzondere aandacht voor didactiek en pedagogiek.