Leden Asean hebben hang naar ongebondenheid

JAKARTA, 22 JULI. Het slotcommuniqué van de dit weekeinde gehouden 29ste ministersconferentie van de Associatie van Zuidoostaziatische Naties (ASEAN) bevat twee zinsneden die alle deelnemers waarschijnlijk uit het hart gegrepen zijn.

De ene betreft hun “bezordheid over de situatie in de Zuidchinese Zee” en de andere hun “verzet” tegen “eventuele pogingen” om tijdens de eerste ministersconferentie van de Wereld Handelsorganisatie (WTO) in december “thema's die niets uitstaande hebben met handel” op de agenda te plaatsen. Landen die aanleiding geven tot die “bezorgdheid” of verondersteld worden dergelijke “pogingen” te ondernemen, worden niet genoemd, maar laten zich raden: China enerzijds en de Verenigde Staten en de Europese Unie anderzijds.

Deze twee kwesties, die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, maken duidelijk wat de ASEAN-leden eigenlijk bindt en wat dit politiek en economisch zo geschakeerde gezelschap ertoe brengt de rijen in de toekomst uit te breiden met 'lastige' landen als Cambodja, Laos en Birma: een sterke hang naar ongebondenheid.

Qua politieke en economische integratie zijn de vorderingen nog bescheiden. Begrijpelijk, want ASEAN groepeert jonge democratieën als Thailand en de Filippijnen, systemen met een slechts in naam bestaande oppositie als Singapore, Maleisië en Indonesië, het sultanaat Brunei en de een-partijstaat Vietnam. Economisch gezien is alleen Singapore een vrijhandelsnatie, terwijl de andere landen, met vergelijkbare, nauwelijks complementaire produktpaketten, vooral elkaars concurrenten zijn en nog steeds protectionistische reflexen vertonen. Verder bestaan er belangrijke verschillen in economische ontwikkeling.

Het grootste succes van ASEAN is dat het veelvuldige politieke overleg en de in bijeenkomsten als deze gevierde gezamenlijkheid de onderhandelingspositie van de lidstaten tegenover mogendheden in en buiten de regio aanzienlijk hebben versterkt. Dat blijkt wel uit de gretigheid waarmee China, India en Rusland hebben gedongen naar de status van dialoogpartner van ASEAN. Het blijkt ook uit de snelheid waarmee de Amerikanen hun pleidooi voor sancties tegen Birma inslikten.

Hoewel ASEAN-ministers dit niet openlijk zeggen is hun weerstand tegen Westerse druk om Birma te isoleren vooral ingegeven door zorg om de ambities van de machtige noorderbuur. De banden met het door het Westen gewraakte bewind in Rangoon worden vooral aangehaald omdat Birma geen vooruitgeschoven post mag worden van China dat dit land uitgebreide militaire en economische hulp heeft verschaft. De zorg om China's territoriale en politieke ambities kreeg dit weekeinde de nodige aandacht. In mei maakte Peking, zeggens wegens zijn onderschrijving van de VN-Conventie op het Zeerecht van 1982, de coördinaten bekend waarlangs het zijn maritieme grenzen zal trekken, onder meer in de Zuidchinese Zee. Die publicatie, die neerkwam op een soevereiniteitsaanspraak over de betwiste Spratly Eilanden, leidden tot protesten van de Filippijnen en Vietnam. Indonesië stelde een eigen onderzoek in en concludeerde dat de gepubliceerde coördinaten niet gebaseerd waren op de Zeerecht Conventie, omdat China geen archipelstaat is. Jakarta stelde langs diplomatieke weg 'informatieve vragen' aan China, en vergezelde deze van een aide mémoire. De kwestie komt waarschijnlijk aan de orde tijdens het (informele en besloten) ASEAN Regional Forum, dat dinsdag bijeenkomt, en tijdens de dialoog tussen de ASEAN-ministers en hun Chinese collega Qian Qichen op woensdag. Om te voorkomen dat China hen tegen elkaar uitspeelt, omdat ze ook onderling overlappende gebiedsaanspraken doen gelden, prefereren de ASEAN-leden een multilateraal gesprek met Peking, dat hiermee inmiddels akkoord gaat.

De afwijzing door ASEAN van Westerse pleidooien voor druk op Birma is niet alleen ingegeven door angst dat isolering van dat land China in de kaart speelt, maar ook door het besef in alle ASEAN-landen dat bemoeienis met binnenlandse aangelegenheden van de buren een gevaarlijk precedent schept. Geen enkel ASEAN-lid wordt graag ter verantwoording geroepen voor de omgang met zijn burgers. Toen de Indonesische minister van Buitenlandse Zaken Ali Alatas, die het ministersberaad voorzat, van een Amerikaanse verslaggever de vraag kreeg of hij tevreden was met de veranderingen in Birma, zei de bewindsman: “Alleen al het beantwoorden van die vraag is een vorm van inmenging.” De vrees precedenten te scheppen gaat gepaard met een gezamenlijke weerzin tegen Westerse bemoeienis met binnenlandse zaken in de regio. Zaterdag riep president Soeharto de ASEAN-ministers op om thema's buiten stricte handelsaangelegenheden om, zoals arbeidsvoorwaarden, corruptie, milieu en mensenrechten, te weren van de eerste bijeenkomst van WTO-ministers, die in december wordt gehouden in Singapore.

    • Dirk Vlasblom