Kapitein Beck doet wat hij wil

Concert: Beck. Gehoord: 21/7 Paradiso, Amsterdam.

Een optreden van de Amerikaanse zanger Beck en band is ideaal voor mensen die nooit een concert bezoeken. Op één avond krijgen zij een overzicht van bijna alle belangrijke muziekstijlen van de afgelopen vijftig jaar. Al is het maar in een intro of overgang, in ieder nummer van de 25-jarige Beck zit wel een fragment cajun, een country-achtige steelguitar, wat hip hop of een noise-uitbarsting.

Gisteravond in Paradiso was Beck niet te beroerd zelfs een techno-track ten gehore te brengen. Al leek dat nummer eerder een parodie: als de bezeten dansers van The Prodigy sprongen zijn gitaristen over het podium, terwijl Beck het publiek opjutte in de met drugs doordesemde aanspreekstijl van de techno-scene: 'Are you ready to go mental!?'

Het is bij Beck, die in 1994 in een keer doorbrak met de single Loser, wel vaker de vraag of hij serieus is. De zorgvuldige opbouw van zijn eigen nummers becommentarieert hij doorlopend met samples van blatende geiten, pratende barbies, AC/DC of gescratch. Op zijn nieuwe cd Odelay klinkt het alsof tijdens de opnames een radio aanstond die ook nog eens doorlopend van zender wisselde.

Beck is sinds de eerste keer dat hij in Nederland optrad, anderhalf jaar geleden, uitgegroeid tot een komische en onverstoorbare zanger. Hij doet waar hij zin in heeft, zo lijkt het. Gekleed in een stijlvol marine-jasje, gecompleteerd met pet en witte choker, gedroeg hij zich gisteravond als een geflipte kapitein. Hij probeerde voortdurend een pijp aan te steken, kneep al zingend een paar tomaten tot moes, lag biddend op zijn knieën en vroeg iemand in het publiek even het dek te gaan repareren. Zijn goeddeels vernieuwde band bestaat uit even grote geinponems, goochelend met hun pruiken en instrumenten.

Muzikaal klopte het intussen allemaal perfect. Beck en zijn muzikanten misten geen inzet of gitaarloopje, al moest Beck soms rennen om op tijd bij de microfoon te zijn. De hybride dansmuziek klonk directer en doeltreffender dan op de cd. Dat de composities van de songs sterk zijn, bleek uit het feit dat Beck ze ook zonder band kan uitvoeren. In het akoestische intermezzo speelde hij het rustige Pay No Mind en een, zo leek het, ter plekke geïmproviseerd deuntje rond de frase 'No money, no honey.'

Al zet hij graag zijn publiek op het verkeerde been, het is een grote verdienste dat Beck zich niet laat ringeloren door de techniek. Hij liet gisteravond horen een organisch geheel te kunnen vormen van elkaar wezensvreemde elementen, waarin door de computer gegenereerde klanken niet vloeken met akoestische instrumenten. Dat hij zich bij al dit vernuft afwisselend gedraagt als anti-held en kuitenflikkende popster, maakt hem alleen nog maar beminnelijker.

    • Hester Carvalho